Wanderlust #6

Kim van Kaam - 20 mei 2019

Op bezoek bij schrijversresidenties in Europa, de VS en Canada

Kim van Kaam, literair talentontwikkelaar bij De Nieuwe Oost | Wintertuin, doet onderzoek naar schrijversresidenties. Ze ontving een Wanderlustbeurs van het Nederlands Letterenfonds en bezocht organisaties in Europa, de VS en Canada. Het doel is ervaring opdoen en kennismaken met verschillende vormen van residenties om uiteindelijk een eigen schrijversresidentie te kunnen verbinden aan De Nieuwe Oost | Wintertuin. Voor De notulen van het onzichtbare schrijft ze over wat ze meemaakt en ziet tijdens haar reizen. Wanderlust #1 tot en met #5 lees je hier.

 

Literair activisme

Berlijn is misschien wel de meest gegentrificeerde stad in Europa. Jonge, ambitieuze kunstenaars, muzikanten, urban professionals zo je wil, blijven naar Berlijn trekken, en migreren eenmaal daar van wijk naar wijk, reagerend op de steeds stijgende huurprijzen. Van Kreuzberg naar Neukölln naar Schönberg. Hoewel Leipzig een paar jaar geleden al werd aangemerkt als ‘het nieuwe Berlijn’, mede vanwege de lagere prijzen en de meer anarchistische, antikapitalistische sfeer in bepaalde wijken, verliest de Duitse hoofdstad zijn charme maar niet. Ik merk dat ook als ik op mijn eerste avond daar door Görlitzer Park naar mijn appartement loop: het is mooi weer, er is leven op straat, het is zo makkelijk in Berlijn te zijn zonder enige vorm van voorbereiding, zonder je toerist te voelen, zonder gezelschap – het is een wereldstad en toch voel je je er niet onveilig of ongekend. Ik zou zo kunnen verhuizen, denk ik, hier gaan wonen, mijn huis onderverhuren, culturele projecten organiseren in lo-fi zaaltjes.

Als ik dat de volgende dag beken aan Tom Bresemann van Lettrétage moet hij grinniken. Het is een cliché, dat weet ik zelf ook wel. Lettrétage is een Ankerinstitution für die freie Literaturszene en Tom noemt zichzelf een literatuuractivist. Lettrétage ondersteunt de onafhankelijke literatuurscene in Berlijn in alle opzichten: ze bieden werkruimtes en presentatieruimtes, helpen bij het opzetten van projecten en het doen van aanvragen. Ze proberen steeds kritisch te zijn op hun eigen criteria en voorbij de grenzen van hun idee van literaire kwaliteit te kijken. ‘Embrace the trash’, luidt Toms motto. Ze hebben een ruimte aan de drukke Mehringdamm in Kreuzberg voor presentaties en vergaderingen, maar houden kantoor 10 minuten verderop, met zes personen in een klein kantoortje in een oud pand. Alles op één plek is niet haalbaar: te kostbaar. Maar het is belangrijk om in de stad te blijven, niet naar de randen te verhuizen – zichtbaar en vindbaar te zijn.

Ik kwam vooral naar Berlijn om twee grote internationale residentieprogramma’s te bezoeken: de DAAD, de Deutsche Akademischer Austauschdienst, en het Literarisches Colloquium Berlin aan de Wannsee, beide hoog aangeschreven organisaties die zich niet bezig lijken te houden met hun zichtbaarheid in de stad. Het was niet makkelijk om afspraken te maken, de directeuren zijn druk en mijn zoektocht naar een residentieprogramma voor jonge makers sluit niet meteen aan bij hun profilering als plek voor gerenommeerde auteurs. Deelname aan het programma van de DAAD wordt zelfs gezien als het winnen van een prijs waarbij de genodigden een jaar lang in Berlijn kunnen wonen en werken om hun (internationale) schrijfcarrière een push te geven. Ze houden kantoor in een business center, de bezoekende kunstenaars wonen verspreid over de stad in gehuurde appartementen. De DAAD verzorgt een netwerk waar nodig, maar hoeft zich daarvoor niet enorm in te zetten: gevestigde literaire organisaties in Berlijn weten de residenten goed te vinden, de DAAD ‘can add knotting points’.

Het LCB werkt volgens een gelijksoortig procedé: ‘let happen what happens’, maar verzamelt de deelnemers (die doorgaans maximaal drie maanden blijven) in een sprookjesachtig pand met uitzicht op de Wannsee:

 

 

Ik ben onder de indruk van de programma’s, van de plekken, van de kwaliteit van de DAAD en het LCB, maar blijf toch terugdenken aan Tom Bresemann en zijn literair activisme voor onafhankelijke cultuur. Het is zo’n groot contrast met de meer elitaire en geïnstitutionaliseerde werkwijze van de gerenommeerde residenties. Ik voel me aangetrokken tot de hands-on manier van werken die Lettrétage bedrijft, gericht op de concrete vragen die leven bij startende makers en professionals om te kunnen bestaan in deze wereld, in deze stad, en zich te kunnen ontwikkelen. Maar ik weet ook dat makerschap meer nodig heeft dan aanmoediging en coaching; letterlijk ruimte en de mogelijkheid met rust gelaten te worden in een omgeving die de literaire kwaliteit van je werk an sich kan waarderen – even gereduceerd te kunnen zijn tot enkel dat.

Het lijkt me de perfecte stad voor een residentie, Berlijn, ik wilde zelf ook dat ik langer had kunnen blijven. Juist de gentrificatie maakt de toegankelijkheid van de stad groot: het netwerk is automatisch internationaal en divers – daar profiteert Lettrétage als kernorganisatie voor literaire makers en professionals ook van. Zonder grass roots-plekken, ontstaan uit een mix van locals en migranten van over de hele wereld zou Berlijn misschien veel minder boeiend zijn, voor zowel de jonge maker als de gearriveerde auteur. Als al die mensen niet meer naar Berlijn zouden trekken, wat zou er dan verdwijnen?

Organisaties als de DAAD en het LCB aan de ene kant en Lettrétage aan de andere kant vullen elkaar perfect aan, niet omdat ze samen een breed spectrum aan doelgroepen bereiken, maar omdat vanuit het activisme op lokaal niveau een cultuur ontstaat waar bezoekende internationale auteurs zich aan kunnen spiegelen. En dat is precies het doel van resideren.

Kim van Kaam studeerde Nederlands en Literatuurwetenschappen en was redacteur bij onder andere De Optimist en Awater. Bij De Nieuwe Oost | Wintertuin coacht, coördineert en verbindt ze een groep van 26 jonge schrijvers. De Nieuwe Oost biedt hen ontwikkeltrajecten die hen een plek geven waar mag worden geëxperimenteerd en een platform waar makers uit verschillende disciplines elkaar kunnen ontmoeten. De makers worden er gecoacht bij de totstandkoming van nieuw werk en bij de ontwikkeling van een zelfstandige beroepspraktijk. Niet gedacht vanuit de afzonderlijke disciplines, maar vanuit de ambitie om te creëren en de drang om te vernieuwen. Verschillende schrijvers van De Nieuwe Oost | Wintertuin tekenden bij bekende Nederlandse uitgevers als De Bezige Bij, Lebowski, Atlas Contact, Cossee en Das Mag.