Nieuwe makers

Uschi Cop Gerben Vaillant Steff Geelen Edna Azulay  - 15 november 2021

Maak kennis met de nieuwste makers van De Nieuwe Oost | Wintertuin!

Dit voorjaar deed De Nieuwe Oost | Wintertuin een open call uit voor nieuwe makers voor onze talentontwikkeltrajecten. Uit de vele inzendingen selecteerden we makers die barsten van het talent en met wie wij dit najaar vol plezier de samenwerking starten. Op de Notulen van het Onzichtbare stelden we ze eerder al afzonderlijk aan je voor, in deze overzichtspost vind je ze allemaal. Op het Wintertuinfestival in Doornroosje kun je in levende lijve met ze kennismaken.

 

Uschi Cop – ‘De marter op de weg’

Ze zeggen dat tijd relatief is. Dat momenten zich naar believen uitrekken en indrukken. Natuurlijk is dat niet juist. De mens is relatief, zijn beleving is relatief en onttrekt zich aan alles, of het nu tijd, ruimte of zwaartekracht is. De momenten tussen haar blik en de klap hadden eeuwen geduurd. Ze voegden zich bij alle momenten waarop ik, net als de marter, het licht in de ogen had gekregen en dan de verkeerde beslissing had gemaakt. Op een bepaalde manier was het alsof mijn leven zich had opgevouwen in oneindig veel kleine plooitjes en zich dan weer opnieuw had ontvouwen. De lijnen waar de kreuken hadden gezeten waren bijna onzichtbaar, maar ik wist dat ze er waren. Maaike zat naast me op de passagiersstoel en fluisterde: “Misschien had ze kleintjes.” Bij het huis aangekomen, stapte ik na haar de auto uit. Er was een snijdende wind opgestoken, het contrast met de hitte van de dag desoriënteerde me. De schokdemper van de auto vertoonde een onthutsende afwezigheid van bloed. Maaike sprak niet over het incident. Het was koud, maar toch gingen we zwemmen. Het maanlicht deed onze lichamen bleek en kwetsbaar oplichten, als zilvervissen in een net. (Lees ‘De marter op de weg’ hier verder)

 

Gerben Vaillant – ‘Het tegenovergestelde van een ark’

De strandtent staat bij eb niet ver van de branding af en bij vloed is alleen het dak nog zichtbaar. Zo gaat dat elke dag twee keer. De bediening is zo langzaamaan naar huis aan het gaan. Ze hebben de vloer geveegd, de tafels afgenomen, hebben de muziek uitgezet, maar de lichten aangelaten voor wie blijven wil. De meeste klanten blijven. Een enkeling twijfelt nog: een man die hier vaker komt maar nog nooit tot vloed gebleven is, heeft zijn jas aangetrokken en zit rechtop, op het randje van vertrekken. Hij houdt met beide handen zijn tas vast op zijn schoot, zijn knokkels zijn wit van het knijpen. Eén voet al onder de tafel vandaan, klaar om ieder moment een stap te kunnen zetten, om dan alsnog niet op te staan. Misschien blijft hij zitten vandaag. Ondertussen pakt de laatste serveerster haar spullen. Op weg naar buiten blijft ze even wachten voor de branding om het water niet te raken – geen gedag – veegt later, na de nacht, het zout van de ramen.

Een vrouw aan een tafel bij het raam kijkt naar buiten. Haar zanderige suède schoenen worden schoongespoeld en het koude water raakt haar enkels. Ze geeft geen krimp, alleen een zucht, dat is alles, zuchten, telkens als het water haar enkels raakt en haar broekspijpen donkerder maakt, steeds hoger, onhoorbaar zucht ze als een klein dier dat eindelijk veilig is. Wanneer het water tot haar kuiten komt laat ze haar armen ontspannen langs haar lichaam hangen. Ze heeft haar ogen net gesloten wanneer haar telefoon op tafel begint te trillen. Misschien wil iemand weten waar ze blijft. Ze laat het overgaan, veegt het dan kalm met de achterkant van haar hand de tafel af en zucht opgelucht. Ze hoeft nergens heen. (Lees ‘Het tegenovergestelde van een ark’ hier verder)

 

Steff Geelen – ‘RING DING DING’

Dag in dag uit ontwaak ik hier, met dit lichaam, ogen, mond, handen, hoofd. Ik kom overeind, zet het koffiezetapparaat aan, neem plaats achter mijn laptop. En dan gebeurt het. Ik word overmeesterd, overmand door angst, rationeel gezien weet ik dat het irrationeel is. Ik weet dat het niet klopt, maar het helpt niet, nee het helpt echt totaal niet. Karma, zwarte katten, de eindeloze blikjes tomatenpuree in het schap van de supermarkt, de geesten van overleden mensen, ’s avonds een schaduw op de muur van een stoel vol kleren, de objecten in mijn huis, hun stilte, en ik dood daarnaast. Maar nog meer: voor de angst zelf, dat oeroude instinct, geërfd van de apen, aangezet door het minste of geringste. En hoe het me dan alsmaar verder weg duwt, dieper in mezelf drukt, de cellen in mijn lijf op hol doet slaan voor honderd niet-bestaande gevaren. Ik draai rondjes om mijn eigen as, terwijl minder en minder van buitenaf tot me doordringt, alsof ik niet meer in mijn studio ben op tweehoog, niet meer aan de houten Ikea-tafel zit, niet meer aan alle kanten omringd ben door muren en daarachter mijn buren en daarachter meer flats en daarachter de stad en daarachter snelwegen en weilanden en dorpen en velden, maar alsof ik op de bodem van de zee ben met tussen mij en de wereld meters en meters oorverdovend zwaar water. (Lees ‘RING DING DING’ hier verder)

 

Edna Azulay – ‘laatste liefdesgedicht (1)’

ik wil geloven in een verlangen dat kan openbreken
dat altijd in beweging is
geen liefde die mijn bestaan bevestigt
een liefde die me uit mijn vastomlijnde zelf
mijn vastomlijnde gedachten haalt
een liefde die telkens opnieuw mijn ondergang wordt

(en vat dit alsjeblieft niet op als een doodswens – ik weet dat je dit doet)

 

jouw probleem is dat je denkt dat je slimmer bent dan ik
omdat je gelooft in de filosofie van rené descartes
je zegt you think too much
je blik deelt me op in fragmenten
lippen: 8
borsten: 6
gevoel voor humor: 3
4 op een zaterdagavond

als dit een vorm van voorspel is zul je beter je best moeten doen

(Lees ‘laatste liefdesgedicht (1)’ hier verder)

 

 

Gedurende november verscheen alle digitale programmering van het Wintertuinfestival op Notulen van het Onzichtbare. Van audioregistraties van de inleidende gesprekken tot verdiepende artikelen en van interviews met makers tot voorpublicaties. En alles daartussenin.

De nieuwe maatregelen maakten het helaas onmogelijk om op 27 november een volwaardige festivalavond plaats te laten vinden. Daarom hebben we besloten om de festivalavond te verzetten naar tweede paasdag 18 april 2022. Die dag komt al het programma dat in november op de Notulen van het Onzichtbare verscheen samen op het afsluitende evenement in Doornroosje. Kijk voor meer informatie op wintertuinfestival.nl.

Onze digitale festivalprogrammering blijft tot die tijd gewoon online toegankelijk, met de Losbladige Notulen kun je onverminderd het festivalgevoel in huis halen en de uitgave De weg. Taoïstisch wandelen met A.L. Snijders is ook nog steeds verkrijgbaar.

 

Uschi Cop (1988) is schrijver en curator en woont en werkt in Brussel. In 2015 behaalde ze haar doctoraat in de taalpsychologie. Ze initieerde het feministische platform Hyster-X, een schrijverscollectief voor vrouwen en non-binairen, waarvoor ze literaire podia en teksten cureert. Uschi’s werk is zintuiglijk, scherp en belicht thema’s als klimaatverandering, rouw, feminisme en intimiteit. Ze draagt regelmatig voor op verschillende podia, schreef columns voor De Morgen en publiceerde korte verhalen en poëzie in o.a. Kluger Hans, Ons Erfdeel, Editio Magazine, Deus Ex Machina, en op Virusverhalen. In 2018 werd ze geselecteerd voor de Parijse schrijfresidentie van deBuren en in 2019 voor de Lage Landen schrijfweek van Editio. Uschi neemt deel aan een talentontwikkeltraject van de Nieuwe Oost | Wintertuin.

Gerben Vaillant (1994) is schrijver en interdisciplinair performancemaker. Hij volgde de mimeopleiding aan de AHK, waar hij een fascinatie ontwikkelde voor het maken van teksten en voorstellingen waarin de afstand tussen mens en realiteit centraal staat. Gerben houdt zich bezig met waar het de mens niet lukt om (onderdeel van) een geheel te zijn. Daarbij staat vaak het lichaam in een niet-passende omgeving centraal, of vormt dat het vertrekpunt. Op dit moment hoopt hij via het schrijven verder te komen in fysiek onderzoek en via fysiek onderzoek verder te komen in het schrijven. Later dit jaar verschijnen er voorstellingen bij onder meer Frascati en doet hij onderzoek bij Over het IJ Festival en Festival Cement. Gerben zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin.

Steff Geelen (1995) is schrijver en theatermaker. In diens werk onderzoekt Steff de manier waarop we kijken en bekeken worden en probeert die taal te vinden voor liminale zones, ruimtes of rituelen waarin de regels en normen niet vastliggen, maar juist desoriënterend of ambigu zijn. Steff is als coach en maker betrokken bij Poetry Circle Nowhere en volgde in 2018 de theatervooropleiding van Likeminds, waarna die daar als maker verbonden bleef. In 2020 werd die samen met 14 andere internationale kunstenaars geselecteerd voor de 3Package Deal, een ontwikkelbeurs van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten. In datzelfde jaar maakte Steff twee voorstellingen: Ring Ding Ding, een audiovisuele installatie over het leven van voorwerpen, en Mannish, een persoonlijk filosofisch onderzoek naar de male gaze die in première ging tijdens het Amsterdam Fringe Festival. Steff schrijft proza, essays en poëzie en publiceerde eerder op Hard//Hoofd, De Optimist en in Kluger Hans. Steff zit in een ontwikkeltraject bij De Nieuwe Oost | Wintertuin. (Foto: Melissa Schriek)

Edna Azulay (1995) schrijft poëzie en toneel en performt op verschillende podia. In 2020 studeerde ze af aan de opleiding Writing for Performance aan de HKU. Met haar afstudeerwerk een lichaam van water kan niet breken, een verzameling liefdesbrieven over water, liefde buiten structuren van kapitalisme, muziek, utopische verlangens, the in-between en the not-yet-here, won ze de onderzoeksprijs van de theaterfaculteit. Belangrijke thema’s in haar werk zijn queer utopieën, excessen, vervreemding, seksualiteit en verlangen. In 2019 ging ze met deBuren op schrijfresidentie naar Parijs en een jaar later werd ze geselecteerd voor het Slow Writing Lab van het Nederlands Letterenfonds. Edna zit in een ontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin.