laatste liefdesgedicht (1)

Edna Azulay  - 30 september 2021

Graag stellen we je voor aan één van onze nieuwe makers!

Dit voorjaar deed De Nieuwe Oost | Wintertuin een open call uit voor nieuwe makers voor onze talentontwikkeltrajecten. Uit de vele inzendingen selecteerden we makers die barsten van het talent en met wie wij dit najaar vol plezier de samenwerking starten. Op de Notulen van het Onzichtbare stellen we ze de komende weken vast aan je voor. De derde maker die zich presenteert is Edna Azulay.

 

 

 

laatste liefdesgedicht (1)

 

ik ga in je drankje spugen
en je mee naar huis nemen
je vervelen met feministische theorie
en post-gender utopieën
je zult me willen neuken omdat ik je tegenspreek

laat me dan
hier
op handen en knieën
of
billen tegen gootsteen
mijn mens-zijn opgeven,

huidlagen afstropen

gebruik me
vervorm me
maak me nuttig

be the mind over my matter
 

 

 

kijk:
ik ben niet veel meer dan een machine
schilfers, kloppende spieren
 

 

 

ik droomde dat ik een boom was
en even geloofde ik dat ik deel uitmaakte van een netwerk
jouw manier van liefhebben plaatst me buiten dat netwerk
het is te neoliberaal
een gat dat alleen maar groter wordt
alsof er altijd schaarste heerst

ik wil geloven in een verlangen dat kan openbreken
dat altijd in beweging is
geen liefde die mijn bestaan bevestigt
een liefde die me uit mijn vastomlijnde zelf
mijn vastomlijnde gedachten haalt
een liefde die telkens opnieuw mijn ondergang wordt
(en vat dit alsjeblieft niet op als een doodswens – ik weet dat je dit doet)
 

 

 

jouw probleem is dat je denkt dat je slimmer bent dan ik
omdat je gelooft in de filosofie van rené descartes
je zegt you think too much
je blik deelt me op in fragmenten
lippen: 8
borsten: 6
gevoel voor humor: 3
4 op een zaterdagavond

als dit een vorm van voorspel is zul je beter je best moeten doen

ga voor me staan
kleed je uit
doe niet alsof ik minder ben
alleen omdat ik wel geloof dat er iets is wat ons met de kosmos verbindt

ik wil je neerdrukken met je hoofd in het kussen
je beenharen er een voor een uittrekken
mijn naam in je rug krassen
tot je niet meer kunt ontkennen dat wij allebei evenveel lijf zijn

jij bent ook het verlangen mijn keel dicht te knijpen jezelf tegen me aan te gooien aan mijn
haar te trekken hier binnen te dringen

dus klootzak
kom hier

kom dichterbij
laten we de meubels opzij schuiven
dan leg ik mijn hoofd op je schouder terwijl we langzaam door de woonkamer bewegen op
iets van, weet ik veel, joni mitchell, vind je dat mooi?

oh you’re in my blood like holy wine / you taste so bitter and so sweet / oh i could
drink a case of you darling / and i would still be on my feet / i would still be on my feet

voel je het cliché al?

wil je het al vernietigen?

dan zeg ik:
weet je nog hoe we elkaar ontmoetten?

je zei: til mijn lichaam uit het water
pakte mijn hoofd vast
likte me als een puppy waarvan het baasje na twee uur boodschappen doen eindelijk is
thuisgekomen
aandoenlijk was dat

ik wist dat ik je mee wilde nemen toen je zei:
ik wil niet gered worden
ik wil gigantisch zijn

het is tijd voor een ander nummer he?
wil je nog iets kapotmaken?
 

 

 

sorry
ik loog

ik ging met jou mee omdat ik me alleen voelde
nee
omdat het toen nog donker was
nee
omdat ik dacht dat ik in zou storten
nee
omdat ik het me niet kon veroorloven om alleen te zijn
omdat ik iemand nodig had bij wie ik wist hoe ik me moest gedragen
gewoon
een uurtje maar
 

 

 

ik wil te graag winnen
ik probeer te hard

dit is mijn laatste liefdesgedicht ok?
 

 

 

de laatste keer dat ik op mijn knieën voor je zat
zei je dat er weinig van me over was

mijn aanwezigheid laat kringen achter op het hout van je inbouwkeuken
en je kunt het niet uitstaan

ik denk dat het misging
nadat je me die pornotape van kim kardashian liet zien
je zei dat ze goed kon pijpen
daarna hadden we seks

je vond het leuk dat
je zo veel met mijn lichaam kon
op commando kromde ik mijn rug voor je
ik wilde je heteromeisje zijn
je descartes-slet

ik ging naar de wc
en moest huilen
ik moest ook huilen waar je bij was
dat werd ongemakkelijk
je noemde me een gevoelige perzik
ik moest zeggen dat je niets fout had gedaan
nog steeds een goed persoon was
 

 

 

allebei maken we kunst over liefde
allebei weten we niet echt wat het is
jij wilt het als een boek denk ik
ik dacht
misschien moet ik dat dan maar worden
iets dat houdt op papier
met betekenissen die je in je mond kunt herhalen omdraaien doorslikken
iets wat je kunt wegleggen als je moe bent

in je lievelingsboek schrijft een depressieve vrouw
als experiment zo’n beetje per minuut alles op wat ze meemaakt en denkt en voelt
welke drugs ze gebruikt
het zijn er veel
je stuurde me lange voicememo’s waarin je me eruit voorlas
en vertelde over het oneindige vuur in haar
het vuur dat maar niet dooft
ondanks de valium, xanax, mdma, ambien, adderall etcetera
ze is grappig dat moet ik toegeven
ik was jaloers op haar weet je
op je obsessie met haar weet ik veel
moeilijke gevoelens

ik probeerde zo hard voorbij gevoel te zijn
 

 

 

ik weet niet of het zin heeft om dit te herhalen
of ik wel zin heb om dit te schrijven
niet echt
er zijn veel zinnen en gebeurtenissen die ik tot metafoor zou kunnen verheffen
ik kan zeggen dat ik dronken ben
en waarschijnlijk te veel onthul
maar het is te makkelijk om mezelf onschadelijk te maken
ik wilde alles zeggen
maar ik weet het niet
misschien moet ik dat niet doen
elke keer dat ik iets benoem wordt het minder waar
ik wil een taal waar ik iets mee kan
of dat de taal volledig uit me verdwijnt
ik ben nog steeds te veel aan het nadenken
en het brengt me nergens
 

 

 

oke
nieuwe poging
ik ga naar buiten lopen
de “jij” die ik gebruik
vermoeit me, benauwt me
“jij” moet nu weg
misschien mag je zo terugkomen
maar laten we voor de lengte van dit gedicht dan doen alsof het mijn keuze is
ik ga naar buiten lopen
en zien wat er gebeurt
alsof er een antwoord in de straatstenen besloten ligt
het is heet
mijn haar is te lang
delen van mij worden zacht
en willen zichzelf aanbieden
ik neem een metro
de lucht is hier door iedereen al in- en uitgeademd
zweet druipt langs mijn benen omlaag
ik druk mezelf tegen een onbekende vrouw aan
ik wil iedereen zoenen die ook maar iets van substantie in me meent te herkennen

ik ben geen held
geen protagonist
van mensen maak ik mythes en gebouwen

ik weet nog dat je zei
liefde moet als een raket zijn
elk verhaal heeft een climax nodig

oh
fuck dat hele economische idee
ik wantrouw iedereen die in absoluten spreekt
daarom geloof ik ook mezelf niet
 

 

 

laat me leeg zijn
en nutteloos
ik wil leven
ik weet hoe het voelt
om te willen verdwijnen
dit is anders

ik ben geen boek

dit moet meer zijn dan een afrekening

 

 

Edna Azulay (1995) schrijft poëzie en toneel en performt op verschillende podia. In 2020 studeerde ze af aan de opleiding Writing for Performance aan de HKU. Met haar afstudeerwerk een lichaam van water kan niet breken, een verzameling liefdesbrieven over water, liefde buiten structuren van kapitalisme, muziek, utopische verlangens, the in-between en the not-yet-here, won ze de onderzoeksprijs van de theaterfaculteit. Belangrijke thema’s in haar werk zijn queer utopieën, excessen, vervreemding, seksualiteit en verlangen. In 2019 ging ze met deBuren op schrijfresidentie naar Parijs en een jaar later werd ze geselecteerd voor het Slow Writing Lab van het Nederlands Letterenfonds. Edna zit in een ontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin.