TaalKunst | Het Nijmeegs uiltje

Nikki Dekker - 21 juli 2020

9 museumobjecten, 9 schrijvers

De Nieuwe Oost | Wintertuin slaat de handen ineen met Museum Het Valkhof en maakt een blikverrijkende route door de collecties archeologie, oude kunst en moderne kunst. Geïnspireerd door bijzondere topobjecten uit de museumcollectie presenteren negen schrijvers geheel nieuw werk. Neem de collecties met open/gesloten ogen waar, droom weg bij schilderijen of beelden uit andere tijden en vaar mee op de prachtige schrijfsels. (Vormgeving video door Nóra Békés.)

 

 

Het Nijmeegs uiltje

Er valt zo veel te zien, voor je het weet schiet je eraan voorbij.

Zoals de bezoekers die met hun telefoon in de aanslag door het museum razen: klik – gezien.

Klik – gezien.

Zo raas je over de velden zonder iets te vangen, dat weet iedere uil.
Probeer het eens anders. Richt je op wat zich probeert te verbergen.
Een muisje ritselt in het gras. Je kunt ‘m pakken.

Wat voor uil is deze uil? Geen steenuil, want te donkere ogen, geen oehoe, want te rond… en waar zijn z’n oren eigenlijk gebleven? Het gaat om de betekenis, zou de kunstenaar zeggen: de uil staat voor wijsheid, of vraatzucht. De uil is geen uil, maar een drinkbeker.

Vroeger zagen mensen de uil een braakbal uitkotsen, en dachten bij zichzelf: dat dier kent z’n eigen grenzen niet. Hier kijkt hij je met toegeknepen ogen aan: weet je zeker dat je nog een biertje neemt?

Er bestaat niet zoiets als De Uil; je hebt suffe uilen, arrogante uilen, uilen die snel zijn afgeleid – en natuurlijk de vechtersbaas die nietsvermoedende mensen aanviel in Purmerend. We noemden hem Terroroehoe, hij werd wereldberoemd, maar als er een stuk over hem in de krant verscheen, stond daar geen foto van hem bij. Het portret was zomaar een stockfoto, de ogen met Photoshop roodgeverfd. Alsof je een stuk over Damien Hirst schrijft, en er een onbekende kale man bij zet.

Als de mens een symbool was, dan waren we kortzichtig. We vertellen elkaar fabels met dieren die slechte dingen doen die wij graag zouden beleven. We vergeten dat een uil lange benen heeft, verstopt onder zijn veren, met knokige knieën die we nooit zullen zien.

Probeer het eens anders: pak je glas (ook als je je net had voorgenomen wat minder te drinken) en proost op het uiltje. Uiltje, je bent meer dan een beeld. Uiltje, ik heb je gezien.

 

Het Nijmeegs uiltje

Meester met het Klaverblad (werkzaam 1575 -1600)
Nijmeegs uiltje, 1580-90
Kokosnoot, zilver, deels verguld, h. 21 cm

Het Nijmeegse uiltje is een pronkbeker die op tafel stond als siervoorwerp. Dit uiltje is het enige stuk dat we kennen van de Meester met het Klaverblad (een noodnaam, die verwijst naar het klaverbladachtige merkteken waarmee hij zijn werken signeerde). Nijmegen behoorde in de veertiende en vijftiende eeuw tot de vooraanstaande edelsmeedcentra. Het aantal goudsmeden dat in de stad werkzaam was, wijst er zelfs op dat de stad het belangrijkste productiecentrum was tussen de twee allergrootste, Utrecht en Keulen. Helaas is uit deze periode door de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog maar heel weinig bewaard gebleven. Dit meesterwerk is daarmee een belangrijk voorbeeld geworden van het niveau van de vroege Nijmeegse edelsmeedkunst.

Uilenbekers van kokosnoot in zilveren montuur zijn zeldzaam, wereldwijd bleven er slechts dertig bewaard. De versregels op de Nijmeegse uilenbeker gaan terug op eenzelfde dertiende-eeuws Duits gedicht over de liefde van een ongelukkige uil voor een nachtegaal. Het vertelt hoe de uil overdag zijn liefde niet bekend durft te maken aan de nachtegaal, omdat hij vreest dat deze hem zal afwijzen vanwege zijn lelijke verschijning. Het duister biedt de uil (toch een nachtvogel bij uitstek) in dit geval ook geen hoop, want met zijn schrapende stem zou hij de zoetgevooisde zangvogel alleen maar aan het schrikken brengen. Een tragisch lot, hooguit te verzachten door drank en dichtkunst. Opmerkelijk in deze context is dat de Nijmeegse beker bij de uilenpootjes is voorzien van een alliantiewapen, de samengevoegde familiewapens van een man en vrouw, wat erop wijst dat het voorwerp mogelijk diende als huwelijksbeker.

Des nachts flige ick allene doer dat groen wolt
Ick arme vulken klene min gedachte sin menich folt
Als andere vogel sin toe neste soe is min vligen beste

Klik door naar Museum Het Valkhof en kom het werk ook een keer in het echt bekijken of klik door naar de andere TaalKunstwerken.

 

Nikki Dekker is schrijver en radiomaker. Ze publiceerde in Tirade, De Gids, Versal Magazine, Revisor, Deus Ex Machina en op De Optimist. Ze trad op tijdens onder andere Lowlands en Dichters in de Prinsentuin. In 2016 werd ze geselecteerd voor de Parijsresidentie van Vlaams-Nederlands Huis deBuren. Haar radiodocumentaire De oppas en ik werd genomineerd voor de Prix Europa en haar podcastreeks Iets doen, hoe doe je dat? kreeg een vier sterrenrecensie in NRC Handelsblad en De Morgen. In november 2018 verscheen bij Wintertuin Uitgeverij haar chapbook Een voorwerp dat nog leeft, een bundeling essays en gedichten over de systemen waarin wij allen vastzitten en hoe je daaruit kunt breken. In maart 2019 verscheen Nikki's radiodocumentaire Andreas Burnier, of hoe je op een klein vlot blijft drijven. Nikki is geselecteerd door CELA en zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin. (Foto door Gaby Jongenelen.)