Hoe is het nu met de Schrijfwerkplaatsdeelnemers?

Randa Awad  - 29 juni 2022

'Ik liet het krachtigste hulpmiddel, mijn moedertaal, los om mezelf in een nieuwe taal uit te kunnen drukken.'

Sinds 2019 organiseert Wintertuin in verschillende steden Schrijfwerkplaatsbijeenkomsten voor mensen die Nederlands leren. In deze reeks kijken we hoe het nu gaat met drie van de deelnemers aan de Schrijfwerkplaats. Hieronder het verhaal van de uit Syrië afkomstige Randa Awad. Randa nam deel aan de Schrijfwerkplaats Utrecht in 2020-2021 en droeg bij aan de bundel Iemand zette gewoon het licht aan. Lees ook de teksten van Denise Moura en Raafat Monther.

 

Aan de kust van de taal | Randa Awad

Elk geschreven werk is een nieuw begin voor de persoon die het heeft geschreven, waarin diegene zijn uiterste best doet om iets te bereiken dat onmogelijk te behalen is zonder te schrijven.
Schrijven is een belangrijk middel om de verborgen gevoelens van jezelf en anderen te uiten en om de afstand tussen de schrijver en de lezers te overbruggen. Het geschreven woord heeft een magisch effect op de menselijke ziel. Het is het enige dat in staat is om in de diepte door te dringen en de mens te beïnvloeden. Het is een van de manieren om talenten en capaciteiten te ontdekken en te benadrukken. Het schrijven ontwikkelt de persoonlijkheid van de mens geestelijk en psychologisch. Het is een manier om het innerlijke zelf uit te drukken dat van tijd tot tijd naar buiten moet komen, en je zult er geen betere manier voor vinden dan schrijven, schrijven, schrijven.
Voorheen schreef ik in mijn moedertaal, het Arabisch, en in het Engels. Toen ik in 2017 naar Nederland kwam, voelde ik de drang om de taal te leren. Dus begon ik op alle deuren te kloppen die me de Nederlandse taal door en door zouden kunnen laten kennen. Ik ging naar de Schrijfwerkplaats in Utrecht en met hulp van de organisatoren werkten we aan een collectief boek waar ik een van de schrijvers van was. In sommige sessies kostte het ons een uur om te beslissen welk woord in onze tekst paste. Het was een dappere daad. Ik gebruik het woord dapper, omdat ik het krachtigste hulpmiddel, mijn moedertaal, losliet om mezelf in een nieuwe taal uit te kunnen drukken.
Ik vroeg me af hoe ik de kloof tussen mij en de nieuwe taal kon overbruggen. Ik herinner me het advies van mijn vader over het gebruiken van de taal: ‘Denk aan de herder die een rietveld vond, hij pakte een stok en maakte er een houten fluit van, blies erin en creëerde een geluid. Van een rieten stok een fluit maken is hoe je de taal moet gebruiken.’ Hoe kan ik het advies van mijn vader toepassen terwijl ik nog steeds elke dag nieuwe woorden leer? Het motiveert me om nieuwe woorden te leren en de taal nog beter te beheersen. Ik wil niet alleen de klanken van woorden horen, ik wil een melodie fluiten.
Aan de andere kant zei mijn taalcoach tegen mij dat als je de taal wilt leren, je erin moet verdrinken. Dus begon ik naar de radio te luisteren, de nieuwe woorden te herhalen, op te schrijven, romans te lezen en woordenboeken te kopen en op de eettafel op te stapelen, overal in huis papieren op te plakken en ’s avonds naar de Nederlandse tv-kanalen te kijken. Voordat ik naar bed ga, kijk ik om me heen met het gevoel dat ik verdrink in de Nederlandse taal. In werkelijkheid heb ik de taal als objecten in mijn huis opgestapeld. Dat doet me denken dat ik me nog steeds niet genoeg onderdompel in de taal; ik sta aan de kust van de taal en kijk over haar uit. Plus, taal is dieper dan de woorden. De manier waarop ik de taal gebruik om te beschrijven hoe ik kijk naar een steen in een tuin of hoe ik de regen voel, zijn meer culturele kwesties dan een kwestie van woorden alleen.
Schrijvers schrijven over dezelfde dingen, maar op een andere manier. Net zoals een cameralens dingen vorm kan geven door het standpunt van de fotograaf. In de Arabische taal gebruiken we metaforen, symboliek en personificatie waarbij menselijke eigenschappen worden gegeven aan niet-menselijke objecten of fenomenen. Veel dichters beschreven de duisternis van de nacht als een persoon die zijn zwarte kleren aantrok. In de Nederlandse taal wordt dit soort beeldspraak veel minder gebruikt. Het toepassen van de gewoontes en technieken uit een andere taal op de nieuwe taal zal deze taal een nieuwe dimensie geven en dat is iets om te vieren. Maar dat niet alleen, taal is een schuilplaats die je eigen kunt maken en je het gevoel kan geven dat je thuis bent. Daarom is het voor mij essentieel dat ik in het Nederlands durf te schrijven.

 

De Schrijfwerkplaats is creatief schrijven voor mensen die Nederlands leren. De werkplaats richt zich op mensen mensen die Nederlands leren en een serieuze interesse voor het makerschap hebben. De deelnemers, allen volwassen NT2-leerlingen, schrijven en herschrijven hun verhalen, gedichten en columns onder professionele begeleiding. Klik door voor meer over de Schrijfwerkplaats.

 

Randa Awad is schrijver en publicist, afkomstig uit Syrië, van Palestijnse komaf, en nu in Utrecht woonachtig met haar twee dochters. Awad schrijft korte verhalen, poëzie, theater en artikelen. In 2018 verscheen haar boek Homeland, Bread and Memory, in juni 2021 verscheen Hide and Seek. In 2020-2021 nam Randa deel aan Wintertuins Schrijfwerkplaats in Utrecht. De beste teksten uit deze editie zijn samengebracht in Iemand zette gewoon het licht aan (voor meer info klik op het boekje). (Foto door Handan Tufan.)