Hoe is het nu met de Schrijfwerkplaatsdeelnemers?

Raafat Monther  - 06 juli 2022

'Sommigen zijn nog steeds op zoek naar hun verloren waardigheid en missen hun geboorteland.'

Sinds 2019 organiseert Wintertuin in verschillende steden Schrijfwerkplaatsbijeenkomsten voor mensen die Nederlands leren. In deze reeks kijken we hoe het nu gaat met drie van de deelnemers aan de Schrijfwerkplaats. Hieronder het verhaal van de uit Syrië afkomstige Raafat Monther. Raafat nam deel aan de Schrijfwerkplaats Nijmegen in 2019 en droeg bij aan de bundel Geen plaats voor steen. Lees ook de teksten van oud-Schrijfwerkplaatsdeelnemers Denise Moura en Randa Awad.

 

Ik mis mijn naam

In een ver land lag een prachtige appelboomgaard. Op een duistere dag, een tragische dag, werd deze boomgaard zonder enige waarschuwing bestormd door onwetendheid, wreedheid en hebzucht. Het is een scène uit de hel. Overal om je heen vallen appels, de aarde is doorweekt met hun sap, bladeren vliegen alle kanten op. Het is een storm die steeds heviger wordt, alles vernietigd op zijn pad. Bomen worden ontworteld en de takken verpletterd, ze klinken als brekende botten.
Als je goed kijkt, zie je dat tragedies vele vormen aannemen. Jonge bomen werden ontworteld. Ze konden geen weerstand bieden, hun wortels zaten niet diep genoeg. Ze waren nog niet goed genoeg verankerd. Wat er met de oude bomen gebeurde was erg pijnlijk. Ze weerstonden de storm door de diepte van hun wortels en hun harde stam en takken. Ze verzetten zich hevig, zonder zachtheid, niet wetende dat wie niet buigt voor de storm zal worden gebroken. Van sommigen van de oude bomen bleven alleen hun wortels over in de grond. Anderen werden afgesneden van hun wortels, hun stammen gedumpt op de grond waaruit ze kwamen. Het was bruut en pijnlijk, maar zij zullen terugkeren.
Het was alsof die dwaze storm nog niet genoeg had van het rotzooien met die zachtmoedige bomen. Ze tilde vele bomen op en gooide ze op willekeurige delen van de wereld neer. Met een onbeschrijfelijke haat ontdeed ze de bomen van hun bast, dat wat hen beschermt tegen gevaar. De bomen werden zwak, er bleef niets van hen over. De storm gebruikte de tijd om hun pijnlijke reis te verlengen; het was alsof de tijd met die dodelijke draaikolk verbonden was.

 

Uiteindelijk werden sommige bomen in het Land van Tulpen gegooid. De bewakers van het land keken vol verbazing en angst naar de opduikende bomen.
‘Wat is dit? Zijn dit echte bomen? Of overblijfselen uit een afgelegen bos?’
‘Hé, kijk! Daar staat een jonge boom, het lijkt wel een appelboom,’ riep iemand,
Toen de bewakers dichterbij kwamen ontdekten ze dat het niet meer was dan een stapel overblijfselen van appelbomen.
‘Wat moeten we nu doen?’ schreeuwde iemand met een trillende stem. Hij klonk verbijsterd, maar ook alsof hij sympathie voelde voor de bomen.
‘Zullen we ze planten in onze appelboomgaard?’ stelde iemand voor.
‘Ik weet niet of het goed is voor onze appelbomen om zich te mengen met half-vernietigde appelbomen,’ zei weer iemand anders.
De bewakers hadden een wet ter bescherming van de natuur uitgevaardigd, dus ze besloten ‘vrijwel unaniem’ de bomen in hun boomgaard te planten. De moeilijkste beslissing kwam toen ze een grote, wortelloze boom vonden. Hij had slechts één enkele levende tak, met daaraan een bloem en een blauwe appel. De bewakers vroegen zich af of ze de boom wel moesten planten, omdat hij waarschijnlijk niet zou groeien zonder wortels. Een van hen keek genadig naar de overgebleven appel en zei: ‘Ja, ook deze boom verdient de kans om wortel te schieten en bij te dragen aan deze prachtige boomgaard.’
Sommige bomen groeiden makkelijk en droegen al snel vruchten. Anderen hadden vele seizoenen zorg nodig om zich aan te passen aan de nieuwe grond en het nieuwe klimaat. Wat er gebeurde met de boom met de blauwe appel was een wonder. Alle dode takken vielen op de grond en in de boom vormde zich een kleine levensader. Dit kanaal voedde de ene levende tak en liet een wortel ontkiemen. Het was als een navelstreng die alles aanvoerde wat nodig was, van de vruchtbare grond naar de blauwe appel.

 

Maar helaas niemand durft in de buurt durft te komen van de blauwe appel. Sommigen kunnen niet geloven dat dit een echte appel is, vinden de kleur te vreemd. Ze kunnen zich niet voorstellen dat ze de appel zouden proeven. Het zou vies kunnen zijn, bitter of juist smakeloos. Anderen lachen en vinden dat de appel een plekje zou moeten krijgen in een museum.
‘Waarom schrijven we niet over deze appel?’ vroeg een groep schrijvers zich af. Ze vonden het een interessant onderwerp en wilden de waarheid over de blauwe appel vertellen. Hiermee hoopten ze mensen ervan te overtuigen dat het bestaan van de appel normaal is. Helaas konden de schrijvers niet zien dat dit niet zomaar een appel was. Het was een vrucht geïncarneerd vanuit een boom zonder wortels, met een enkele tak, die geworsteld heeft om te overleven en zijn waardigheid te behouden.
Zo gaan de dagen voorbij en blijft de blauwe appel ongeplukt aan de boom hangen. Hij raakt in de vergetelheid, hij verschrompelt en valt op de grond. Hij wordt opgenomen door de aarde en keert terug naar de boom waar hij vandaan kwam, in de hoop ooit te worden geoogst. Het positieve aan dit verhaal is dat de bloem uitgegroeid is tot een unieke appel. Gedeeltelijk rood gekleurd, charmant als het rood op de wangen van iemand die zijn eerste kus ontvangt, aan de andere zijde azuurblauw van kleur. Iedereen staat versteld van deze ongewone kleur, maar door de combinatie met het bekende rood accepteren ze de appel wel als appel.

 

In mijn land brak een oorlog uit, velen stierven in deze verdomde strijd. Over de hele wereld werden vluchtelingen verspreid, volwassen en kinderen. Gelukkig was het makkelijker voor kinderen zich aan te passen aan hun nieuwe omgeving. Voor sommige volwassenen was het moeilijker. Ze werden plots en met brute kracht in een ander land gegooid. Ze zijn nog steeds op zoek naar hun verloren waardigheid en missen hun geboorteland.
Ik ben zoals de boom zonder wortels. De boom is mijn ziel, de schors mijn trots en de takken mijn waardigheid. De wortels zijn mijn herinneringen, mijn familie en kennissen, alle wegen en plaatsen die ik heb gepasseerd. Elke kus, elke blik die mijn hart doorboorde en vulkanen van passie en liefde in mijn lichaam opriep, elke aanraking, elke ademhaling die ik met mijn zielsverwant wisselde, elke lach, elke traan van verdriet of vreugde die ik leefde, elk lied waarop ik danste, elk eten dat ik proefde, elke geur van de grond in de vroege ochtend, elke bries in de avond. Het is mijn naam horen wanneer mensen me roepen.
Het is vreemd om te zeggen, maar ik mis mijn naam. Zelfs die hoor ik niet meer. Als ik hier geroepen wordt, is het met een uitspraak die de hele betekenis van mijn naam verandert. Alles behalve mijn naam blijft over.
Ik zie mijn lichaam groeien, verouderen en verwelken. Zonder ooit passie te ervaren, zonder ooit de smaak van het leven te proeven. Alsof het op de rand van het leven leeft, bijna een lijk is. Het enige wat erover mijn lichaam gezegd kan worden, is dat het geen lijk is. Maar dat betekent niet dat het leeft.
Ik houd hoop voor mijn dochter Sandra. De appelbloesem met haar westerse ogen en haar oosterse charme. Ze is in Nederland opgeleid en werd een mix van beide werelden. Ik hoop dat ze een toekomst zal hebben die vrij is van oorlog, achterlijkheid en hebzucht. Ik zou tegen haar willen zeggen: ‘Je bent een uniek meisje, zowel in je uiterlijk als in je innerlijk. Wees trots op jezelf. In de toekomst kan je je eigen verhaal schrijven, een verhaal dat het verdient verteld en gelezen te worden.’

 

De Schrijfwerkplaats is creatief schrijven voor mensen die Nederlands leren. De werkplaats richt zich op mensen mensen die Nederlands leren en een serieuze interesse voor het makerschap hebben. De deelnemers, allen volwassen NT2-leerlingen, schrijven en herschrijven hun verhalen, gedichten en columns onder professionele begeleiding. Klik door voor meer over de Schrijfwerkplaats.

 

Raafat Monther komt uit Syrië en woont ruim zes jaar in Nederland. Hij werkt momenteel als vrijwilliger en leert de Nederlandse taal. Hij wil zijn gevoelens leren uiten in het Nederlands. Raafat schrijft graag columns over politieke en maatschappelijke thema's, poëzie over politiek en liefde en autobiografische verhalen. In 2019 nam hij deel aan Wintertuins Schrijfwerkplaats in Nijmegen. De beste teksten uit deze editie zijn samengebracht in Geen plaats voor steen (voor meer info klik op het boekje).