Superieure vormen van diefstal

Maxime Garcia Diaz  - 23 juli 2021

Bij haar recent verschenen dichtbundel Het is warm in de hivemind

Voor onze rubriek Raad van Advies vragen we schrijvers die net een boek uit hebben om een tip die voortkomt uit dat boek. Dat kan een ander kunstwerk zijn dat inspiratie gaf tijdens het schrijven, maar bijvoorbeeld ook een levensles van het hoofdpersonage. Op die manier bieden we je een tip in een tip! Want naast de genoemde tips word je ook geattendeerd op het nieuwe boek van de schrijver in kwestie. Het is nu de beurt aan Maxime Garcia Diaz, die bij haar bundel Het is warm in de hivemind over superieure vormen van diefstal schreef. 

 

We want neither clean hands nor pure souls, neither virtue nor terror. We want superior forms of corruption.

— Laboria Cuboniks, in Xenofeminist Manifesto

 

Dit zijn mijn materialen. Ik kan goed schrijven maar nog beter verzamelen.

 

The jumble of fragments that follows does not in any way constitute a theory. These are materials accumulated by chance encounter … pearls extracted from magazines, expressions gleaned out of order under sometimes dubious circumstances … we have chosen — just this once — trash theory.

— Tiqqun, in Preliminary Materials for a Theory of the Young-Girl

 

Mijn boek hangt aan elkaar van de citaten en verwijzingen. Het is moeilijk om nieuwe taal te produceren, eindeloos ingewikkeld, je krijgt er allerlei complexen van, maar er bestaat al zoveel taal, en er bestaat een magisch soort rangschikken. Je mag aan een ekster denken of aan Ariel met de vork en het gebrekkige vocabulaire.

 

… a scavenger methodology that uses different methods to collect and produce information on subjects who have been deliberately or accidentally excluded from traditional studies of human behavior.

— Jack Halberstam, in Female Masculinity

 

Als een aasgier. Je mag ook aan dat citaat over grote kunstenaars die stelen denken. Je mag, moet, sowieso altijd aan een citaat denken: er is al zoveel taal. Reuse, reduce, et cetera.

 

Nothing should be accepted as fixed, permanent, or ‘given’—neither material conditions nor social forms … nothing is sacred … nothing is transcendent or protected from the will to know, to tinker and to hack …

— Xenofeminist Manifesto

 

Het genre van het manifest trekt me vaker aan — vooral bij proza neig ik zelf snel naar de houvast van de ‘call to arms’, eindigen met een lekkere uitsmijter, for the cheap seats. Ik waardeer het Xenofeminist Manifesto niet per se áls manifest: niet per se als daadwerkelijk bruikbaar plan, eerder als poëtisch gebaar, precies wat het collectief Laboria Cuboniks niet zou willen. LC heeft juist genoeg van de kleine gebaren, de lokale gevechten, maar committeert zich aan een grootse, allesomvattende, wereldse systeempolitiek. Maar als ik goed allesomvattend zou kunnen denken, zou ik niet consequent grijpen naar de logica van de constellatie, het bij elkaar geraapte.

 

The cyborg is resolutely committed to partiality, irony, intimacy, and perversity. It is oppositional, utopian, and completely without innocence … The cyborg would not recognize the Garden of Eden; it is not made of mud and cannot dream of returning to dust.

— Donna Haraway, in “Manifesto for Cyborgs”

 

Niets is heilig; alles kan nog uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet. To tinker and to hack. Het Nederlandstalige gedicht is niet heilig: een paginalange reeks dollartekens of de term ‘fast fash’ hoort er net zo goed in thuis als een duinlandschap. Toen ik voor het eerst Shop girl van Dominique De Groen las, dacht ik “mág dit?” Het was 2017 en ik had nog niet heel veel Nederlandstalige poëzie gelezen omdat ik het meestal saai vond. Toen las ik Shop girl en vond ik het niet meer saai.

 

Zo volgepompt dat ik het internet niet nodig heb i’m already world wide

— Dominique De Groen, in Shop girl

 

Shop girl ontstond terwijl De Groen in de kelder van de Primark werkte. Het is vervreemdend, ijskoud en machine-achtig maar ook weids en maximalistisch, vol met prachtige beelden, grappig en ontroerend. Het is mijn favoriete dichtbundel. Ik las Shop girl voor het eerst achter de kassa in de boekhandel waar ik werkte, heel toepasselijk. Ik was een bookshop girl, een positie die niet verder af zou kunnen staan van de fast fashion shop girl zonder niet meer hetzelfde beroep te zijn. Ik sorteerde artikelen, scande barcodes, typte cijfers in op pinapparaatjes, maar om mijn arbeid sluimerde een highbrow geurtje. Soms kreeg ik glimpsen van de bureaucratische kolos achter elk boek; het Centraal Boekhuis, de kartonnen dozen bij de winkeldeur, het computersysteem dat visueel deed denken aan Windows 98 uit mijn jeugd. Boeken genoteerd met een cijfertje, 1 of 2 of 16, en dat de corresponderende materiële objecten zich in de winkel zouden moeten bevinden. Hoe we door de winkel doolden in een poging om de kloof ertussen te dichten, om het soms op te geven en te accepteren dat we alleen de virtuele aanwezigheid hadden, dat de materialiteit zich verborgen hield. Door een foutje in het systeem, een foutje bij het scannen, of door diefstal.

 

COLOUR MANAGER: Onnauwkeurige prints
waarvan de kleuren niet correct uitgelijnd zijn…
ALLE KLEUREN: …laten ruimte voor het onderdrukte
om terug te keren.

Shop girl

 

Mijn poëziebundel komt uit in drie kleuren. In de systemen van het Centraal Boekhuis kan je niet differentiëren tussen die verschillende omslagen — dus als je het online bestelt moet je een gokje wagen. Een soort error tussen de fysieke werkelijkheid en diens digitale representatie. Ik vind het fijn om te bedenken dat er geen manier is om te bepalen welk van de drie kleuren de ‘echte’ is, dat de meerkleurigheid virtueel gerepresenteerd wordt door één entiteit, ook al valt die in de fysieke werkelijkheid uiteen in blauw, roze, en groen. No originals, just a copy of a copy of a copy, et cetera. Zoals ik en mijn poëzie a copy of a copy zijn, a copy of Laboria Cuboniks en Tiqqun en Donna Haraway en Dominique De Groen. Ik kan virtueel gerepresenteerd worden als één entiteit: één dichter, met een poëziebundel. In werkelijkheid val ik uiteen in echo’s; all the pearls I scavenged.

(En hier gaan we dan, for the cheap seats.) Als je mijn boek leest, hoop ik dat je de echo’s hoort. Remember, it does not in any way constitute a collection of poetry. Het is een vuilnisbelt aan materialen, gerangschikt. Liever geen originele literatuur, individuele genialiteit: liever superieure vormen van diefstal.

 

Maxime Garcia Diaz is dichter en studeerde cultural analysis aan de Universiteit van Amsterdam. In 2019 won ze het NK Poetry Slam. In 2020 kwam haar chapbook Artificielle uit bij het label Marktcorruptie en werkte ze met andere schrijvers aan de voorstelling Poetic Resistance. In juli 2021 debuteert ze bij De Bezige Bij met Het is warm in de hivemind.