Parkplan

Wout Waanders - 16 juni 2021

Stap in en vier Wouts binnenslepen van de C. Buddingh’-prijs 2021

Tijdens het Poetry International Festival is de C. Buddingh’-prijs 2021 toegekend aan Wout Waanders. Hij ontving de prijs voor zijn poëziedebuut Parkplan (De Harmonie, 2020). Om dit heugelijke feit te vieren selecteerde de kernredactie van Notulen van het Onzichtbare hun favoriete attracties uit Parkplan: de familieattractie ‘Moodboard’, ‘Het valt mee’ voor sensatiezoekers en we sluiten af met ‘Vis eten’ aan de kraam.

In Parkplan combineert Wout Waanders zijn fascinatie voor pretparken met die voor gedichten. Het resultaat is een bijzondere uitgave die zich laat openvouwen als een plattegrond en waarop je je eigen route kunt uitstippelen langs 34 gedichten. Dat poëzie ook een attractiepark kan zijn, bewijst Parkplan. De bundel is onder andere verkrijgbaar via Uitgeverij De Harmonie.

 

Moodboard

Maar ze wil doden.
Ze kent de argumenten wel,
de politieke partijen ook, ze kent de ethiek,
de normen, waarden, huidige ontwikkelingen,
maar ze wil gewoon
beesten pijn doen,

ze zegt: ik wil ze doden,
in mijn tuin, ik wil na mijn werk,
of op een zaterdagmiddag
een jachtgeweer pakken
en schieten op marters, op herten
op allerlei soorten vogels,

ze zegt: ik wil de komende jaren
van mijn tuin een jachtveld – ten minste
tot aan mijn pensioen wil ik gaan jagen,
ik wil een jachtveld
in mijn tuin, meneer
zegt ze

en ik sta daar met mijn schoffel,
met mijn oplegger met tuingereedschap,
met mijn offerte en mijn buurjongen van zeventien
die weleens wat wilde bijverdienen,
en ik zeg, ja juffrouw, natuurlijk,
dat gaan we voor u fiksen.

 

Het valt mee

Ik heb haar jaren niet gezien. Ze heeft
een kind nu. Of nee, twee. De tweede
zit boven achter de Playstation. Het huis
ruikt naar nagellak. Zij ruikt naar nagellak.

Ik zeg: ik heb je lang niet gezien.
Ze zegt: er is een heleboel gebeurd.
Ja, denk ik, het zou ook nogal vreemd zijn
als er al die jaren niks was gebeurd,

als we precies hetzelfde in onze huizen waren
blijven zitten zoals we elkaar toen achterlieten:
ik met die groene bank en dat
koffiezetapparaat van opa,

jij met die elpeehoezen aan de muur,
die plastic bloemen van je moeder
naast de televisie, ingelijste landkaarten,
van Faeröer (ik), van Australië (jij).

Maar op de fiets terug denk ik: nee,
er is toch niets gebeurd, ze heeft twee kinderen
met een man die onmiskenbaar Jasper heet
en vandaag moest werken in Amersfoort,

en verder eigenlijk niks. Ze wrijft nog
steeds over haar linkeroog met het kussentje
van haar rechterhand. Het trekkende spiertje bij haar slaap.
Niemand heeft aan de details gezeten.

 

Vis eten

Sjors wil met mij een broodje makreel eten
in de viszaak van zijn neef. Het is de beste
viszaak van heel Eindhoven zegt hij,
dat is een keer uit een test gekomen.

Hij wil van me weten op welke alien
ik morgen ga stemmen. Zelf weer hij het nog niet,
er zijn zoveel ruimtewezens deze dagen. Sommige
pleiten alleen maar voor de belangen van Mars, andere

komen op voor de bouw van extra emulsieturbines,
weer andere hebben geen mond en zeggen niks,
sommige hebben blauw haar, er zijn er bij
die soms tenakels uit hun neus laten komen.

Sjors tilt de bovenkant van zijn broodje op
en controleert de vis. Sjors is iemand die alles
zeker wil weten. Ik niet. De huidige aliens
vind ik prima zeg ik, en ik hap zonder te kijken.

 

Benieuwd naar meer van Parkplan? Klik door naar nog twee attracties of luister het te gekke interview met Wout door Erwin Taets voor de podcast Ochtend in Pretparkland. En voorafgaand aan Het Grote Gesprek met Jaap Robben namen we ook nog een voordracht van Wout voor je op:


Als mensen zeggen dat ze niets begrijpen van poëzie, dan refereer ik graag aan de Fata Morgana, een attractie in de Efteling. In een bootje vaar je achtereenvolgens langs oosterse taferelen zoals een paleis, een gevangenis en een haven. Dat zijn geen logische scènes die elkaar opvolgen. Mensen die uit die attractie stappen, zeggen niet dat ze iets niet begrijpen. Het gaat er in zo’n attractie niet om dat je een verhaal vertelt, maar dat je even onderdeel bent van een andere wereld.

Dat is precies wat een gedicht doet. Mensen moeten loslaten dat ze gedichten moeten begrijpen: ze moeten zich overgeven aan wat het gevoel van een gedicht zou moeten doen. Je moet even onderdeel worden van een wereld. Wie vaker in een pretparkattractie stapt, ontdekt steeds weer nieuwe dingen. Ook dat is niet anders als je een gedicht herleest.  – Wout Waanders

 

Wout Waanders schrijft poëzie en proza, en is een begenadigd performer. In 2019 en 2020 is hij stadsdichter van Nijmegen. Zijn werk verscheen onder meer in Hollands Maandblad, Das Magazin, DW B en NRC Handelsblad. Daarnaast is hij ook op podia te vinden met Boyband, een vijfkoppige literaire boyband, en met electro-formatie Staatseinde. In 2015 werd hij geselecteerd voor het Slow Writing Lab, en in datzelfde jaar verscheen bij Wintertuin Uitgeverij zijn chapbook Olifantopia, een kruising tussen een dichtbundel en een pretpark. Zijn debuutbundel Parkplan verscheen in het najaar van 2020 bij Uitgeverij De Harmonie. (Foto door Gaby Jongenelen.)