Panoramaterras

Marjolein Takman - 19 augustus 2020

Proza geïnspireerd door de Canal Parade

De zomer van 2020 is afgelast. Door de coronacrisis zijn alle evenementen gecanceld en zitten we aan de bank gekluisterd. Om je FOMO een klein beetje te verzachten, vragen we iedere maand een schrijver om verslag te doen van een evenement dat geen doorgang kon vinden. 

Marjolein Takman liet zich voor deze tekst inspireren door de Canal Parade, de bonte botenparade die eerder deze maand door de Amsterdamse grachten had moeten varen ter gelegenheid van de Amsterdam Gay Pride. 

 

Panoramaterras

Mijn vrienden zijn in alle vroegte uit verschillende provinciesteden vertrokken om op tijd te zijn voor de boot. Ze staan dichtbij elkaar op een steiger. Iedereen is te dun gekleed voor dit tijdstip. Ze wisselen manieren uit om het saaie T-shirt met logo’s van sponsoren op te leuken. Je kan de mouwen oprollen of afscheuren, je kan de onderste helft eraf knippen, je kan de nek kapottrekken. Een enkeling drinkt bier.

Een paar uur later sta ik te wachten op de trein naar Amsterdam. Ik heb begrepen dat daar alles goed gaat; de boot vaart. Aan het eind van de middag stappen mijn vrienden weer aan wal, licht verbrand door de combinatie van zon, drank, en andere dingen aan je hoofd hebben dan zonnebrandcrème. Het is niet helemaal duidelijk wat er daarna gaat gebeuren, maar voor één keer ben ik erbij. Vorig jaar zei ik dat mijn moeder jarig was. Dat was ze ook, maar het had haar niet uitgemaakt als ik naar Amsterdam was gegaan.

Niemand op het perron lijkt heel verheugd met het vooruitzicht in de trein naar Amsterdam te moeten stappen. Of dat is niet waar iedereen heengaat. Ik meen het aan sommigen te zien. Mensen die bij elkaar horen, maar niet te opzichtig. Van anderen weet ik het zeker, omdat ze met meer zijn, en meer geluid maken. In de buurt van station Veenendaal-De Klomp komt het in me op om uit de trein te stappen. Ik wil niet uitstappen in Veenendaal. In Utrecht stap ik over op de trein naar Schiphol. Dat ligt toch enigszins bij mijn bestemming in de buurt.

Op het vliegveld is het een gemiddelde drukke zomerdag. Ik wil eruitzien alsof ik weet wat ik hier doe, dus ik kijk naar het bord met vetrekkende vliegtuigen. Dan loop ik achtereenvolgens richting een hal, een kiosk, een wegwijzer, een wisselloket, en terug naar de wegwijzer. Ik lees het woord “panoramaterras”. Veel roltrappen en kale gangen verder open ik de deur naar het terras, wat lijkt op een schoolplein met een hoog hek eromheen. Midden op het plein staat een oud vliegtuigje.

Ik ga op een bankje voor het hek zitten, met uitzicht op stilstaande vliegtuigen. Ze zijn kleiner dan ik me vliegtuigen herinner. De andere mensen op het terras hebben zich rondom hun koffers verzameld. Kinderen rennen rond het oude vliegtuigje. Een paar mannen met camera lopen steeds op en neer langs het hek en maken foto’s. Eén van hen staat vlakbij mij. Op de achtergrond vertrekt een vliegtuig van een reisbureau dat zonvakanties aanbiedt.

De man met de camera komt iets dichterbij.
‘Als je van vliegtuigen houdt, moet je even tot half drie wachten. Dan landt er een Airbus uit Dubai, dat wil je niet missen.’
‘Oké,’ antwoord ik, niet wetend wat het verschil is tussen een Airbus en elk ander vliegtuig. Ik kijk nog eens op mijn telefoon. Ze houden me niet meer op de hoogte. Nog een halfuur tot ik kan doen alsof ik haast heb om ergens te zijn.

Ik sta weer te wachten op de trein naar Amsterdam. In tegenstelling tot vanochtend staat het perron op Schiphol vol met een combinatie van toeristen en feestgangers. In de treincoupé waar ik door de voortbewegende massa heen geduwd word, voel ik de adem van enthousiasme in mijn nek. Even later slalom ik in de stationshal om de groepjes mensen heen. Waarom ben ik hier? Op Koningsdag ben ik hier ook niet.

Na een glorieus laatste halfuur zal de boot zo afmeren. Het is in een waas voorbijgegaan. Niet iedereen heeft eraan gedacht voldoende water te drinken, maar dat valt nog niet op. Ik heb me aan de grootste menigte weten te onttrekken en loop met gepaste spoed richting de kade. De locatie is het enige waar ik goed over heb nagedacht. Dit is geen gracht maar het Oosterdok, waar het relatief rustig is. Ik ga op de kade zitten en wacht, tenzij kijken naar boten en vliegtuigen voor een activiteit kan doorgaan. Even maak ik me geen zorgen dat iemand me in het water duwt.

 

 

De uitgelichte foto op de homepage toont de Amsterdam Pride Canal Parade 2019 en werd gemaakt door Tadeáš Bednarz. 

Marjolein Takman schrijft proza en non-fictie. Ze houdt van het vertellen van verhalen, en doet dat regelmatig op diverse podia. Ze studeerde in 2016 af aan Creative Writing ArtEZ met de novelle Krimpgebieden. Daarnaast schreef ze columns voor onder andere Expreszo, en verschenen haar verhalen op Tirade, Tijdschrift Ei en De Optimist. In april 2018 verscheen haar chapbook Jachtseizoen bij Wintertuin Uitgeverij. Marjolein zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin. (Foto door Gaby Jongenelen.)