Alledaagse rouw

Lotte de Schouwer  - 18 februari 2021

Terugblik op de cursus Alledaagse rouw

Eind 2020 startte een groep cursisten onder begeleiding van Lotte de Schouwer de cursus Alledaagse rouw: dagboekschrijven voor naasten en nabestaanden. In acht bijeenkomsten gaven zij op een artistieke manier uiting aan hun gevoelens en ervaringen, om het dragen van rouw en verlies te verzachten. We vroegen Lotte naar de tijd die ze samen doorbrachten.

 

Alledaagse rouw

Ik richtte een club op. Niet een club met een gewild lidmaatschap. Een club, waarvan een van de leden zei: ‘Waar je niet bij wil, maar waarvan je toch moet bekennen dat je hem nodig hebt.’ Ik was die club ook liever niet gestart, maar ik wist wel dat de leden van de club iets aan elkaar zouden hebben als ik ze samen zou brengen. Een club van mensen die iemand verloren hadden en daarover wilden schrijven. 

Het begon zo. Ik was 31 en ik begeleidde mijn geliefde in zijn laatste maanden, weken en dagen, voordat hij stierf aan een hersentumor. Ik werd geconfronteerd met dood en rouw en kwam erachter dat dat voornamelijk achter gesloten deuren en dus in eenzaamheid gebeurt. Ik bracht zelf mijn dagboek wat ik in die tijd bijhield uit: mijn bijdrage aan het normaliseren van verhalen over de dood. Langzaamaan ontstond het idee om meer rouwenden aan het schrijven te krijgen. Voor hen, om samen te zijn en in een veilige omgeving stil te staan bij hun verdriet, maar ook voor een groter publiek. Want deze stemmen verdienen het om gehoord te worden. 

Twee jaar en wat maanden na zijn dood, en hoewel de deuren door COVID nog steeds gesloten waren, gingen er op Zoom venstertjes voor mij open. De cursisten van de dagboekcursus Alledaagse Rouw. Voornamelijk jonge vrouwen die recent een ouder waren verloren. Acht maandagavonden zouden we samenkomen om te schrijven en praten over hoe verlies er voor ons uitzag.

Om eerlijk te zijn: het duurde even voordat we echt gingen schrijven. Niet alleen waren er de cursisten om te leren kennen, zij brachten allemaal iemand met zich mee. Een mens die er niet meer was en juist daarom zo aanwezig was. Ook die moesten we leren kennen. Maar toen de eerste tekst eenmaal werd voorgedragen, wist ik dat het dat waard geweest was, want we waren meteen in het diepe. Iemand las voor over de lege stoel die haar vader had achtergelaten. Geen klapstoel die je weg kunt zetten en bij de volgende gelegenheid weer tevoorschijn haalt. Zijn lege stoel is altijd daar, het is geen optie hem aan de kant te schuiven of in de berging te plaatsen. Toch heeft de stoel nog een functie, net als die ene stoel in de slaapkamer waar we onze kleren overheen gooien. Alleen hangt de stoel waar onze mens op zat vol verhalen en herinneringen. 

We schreven over woorden die rouw voor ons duiden. Woorden die nog uitgevonden moesten worden, zoals ‘troostkroost’. Dat is de rol die je op je neemt als je als kind een ouder verliest en je probeert om de overgebleven ouder tot steun te zijn. Maar ook over bestaande woorden die door de rouw een nieuwe betekenis krijgen. Want trouwen is eigenlijk ‘rouwen met een t’ en het is helemaal niet leuk om over je bruiloft te fantaseren als je weet dat je vader nooit de eerste dans met je zal dansen. We hergebruikten woorden die nooit bedoeld waren om rouw te omschrijven, maar dat toch doen. Zoals het boemerangeffect. Want hoe hard je het verdriet ook weg slingert, het komt toch weer bij je terug, ook al legt het iedere keer een nieuwe weg af.

Uiteindelijk vroeg ik mijn cursisten een brief te schrijven aan hun rouw. Om dat wat tastbaarder te maken vertelde ik dat mijn rouw er bijvoorbeeld uit zag als een wond, waar inmiddels een korst op is gevormd. Voor een van mijn cursisten leek rouw een donker geklede vrouw, die op een dag opeens in de badkamer stond. Voor een ander een zwarte veeg op de muur, een donderwolk, een niet te ontwarren kluwen. Voor degene die rouw al het langst kende, was ze inmiddels een goede toverfee, die overal met haar mee vloog. De brief aan hun rouw kwam voor veel schrijvers met een verrassend inzicht: ergens in het samenzijn van de mens en haar verdriet was de een op de ander gesteld geraakt. Een van de deelnemers zei: ‘Mensen zeggen: geef het een jaar. Maar er is nu bijna een jaar voorbij en ik besef dat ik pas net begonnen ben aan deze relatie. Een relatie waarin ik bereid ben te investeren. Er mag ruimte zijn voor het hele rouwproces.’

Rouw hoeft niet leuk gemaakt te worden, we hoeven niet elke tegenslag in ons leven om te zetten in iets moois. Maar als je samen over de tegenslagen praat en schrijft, kom je erachter dat je niet alleen bent. En dat rouw alleen daarom al niet enkel negatief is. De afgelopen acht bijeenkomsten zijn een bevestiging voor mij dat er meer ruimte moet zijn voor rouw en dat ook mensen die op dit moment niet rouwen het verdienen om een kijkje te krijgen in dit proces. Want op een dag krijgen we allemaal die boemerang naar ons hoofd of staat er ineens een rouwvrouw bij ons in de badkamer. Dan is het fijn om de verhalen van degenen die je voorgingen te hebben om op terug te vallen.

 

In de cursus Alledaagse rouw begeleidt auteur en ervaringsdeskundige Lotte de Schouwer mensen bij het dagboek schrijven over ervaringen van verlies en rouw. Alledaagse rouw wordt georganiseerd in samenwerking met De Nieuwe Oost | Wintertuin en het Toon Hermans Huis. We hopen in het najaar van 2021 een nieuwe reeks bijeenkomsten te starten. Benieuwd naar Lotte’s boek Overlijdensberichten, klik door en lees drie dagboekfragmenten of koop het boek in haar Etsyshop.

Lotte de Schouwer schrijft over vergankelijkheid, dood en troost. Dat alles voorbijgaat kan zowel een hoopvolle als een verdrietige gedachte zijn. Lotte is socioloog, schrijver, strandjutter en beeldend kunstenaar. Ze schreef het boek Overlijdensberichten, over het sterfbed van haar partner Michiel en de rouw die daarop volgde.