Overlijdensberichten

Lotte de Schouwer - 08 oktober 2020

Over het verliezen van een geliefde

Overlijdensberichten is gebaseerd op dagboekfragmenten uit de tijd dat mijn vriend Michiel (32) stervende was aan een hersentumor. In zijn laatste zes weken woonden we samen in bij zijn vader in de Achterhoek. Aan het begin van dit fragment zal hij nog 9 dagen te leven hebben, maar dat weten we dan nog niet. Michiel wordt door zijn tumor steeds verwarder en communiceren wordt met de dag lastiger.

 

10 augustus

Michiel krijgt nog steeds redelijk wat bezoek. Huilende vrienden naast zijn bed, gesprekken waar steeds minder van te maken valt. Ik probeer dat te begeleiden en tot steun te zijn. Ik ben nu zijn tolk. Maar ik kan gewoon even niet meer.

Ik ben een paar dagen naar mijn vader gegaan. Ik had Michiel proberen uit te leggen dat hij ziek was, want dat begreep hij niet meer. Hij was bang en boos en verdrietig en stuurde me weg. Het voelt als het zoveelste einde, in ieder geval het einde van zijn steun voor mij. Zolang hij begreep wat er aan de hand was, hield hij in de gaten hoe het voor mij was, of het met mij wel goed ging. Ik trek de conclusie dat dat nu dus voorbij is.

Zijn vader, die begreep dat ik even weg moest, zei: ‘Hij heeft onvoorwaardelijk van je gehouden. In dat opzicht kun je hem niet meer kwijtraken.’ Ik ben de liefde van zijn leven en de liefde van zijn dood.

Mijn vader brengt me twee dagen later weer terug naar de Achterhoek. In de auto ernaartoe zie ik er tegenop. Wat is er nog voor mij daar? Alles doet nu pijn, maar natuurlijk blijf ik tot het eind. Als ik Michiel weer zie moet ik huilen, ik heb hem gemist en hou zo van hem. Hij is zo lief. Hij vindt me een gekkie als ik vertel dat ik met de metaaldetector heb gespeeld, wat toch doet vermoeden dat hij snapt wat dat is. Hij wil knuffelen en ik kruip bij hem in bed.

 

12 augustus

In mijn afwezigheid heeft Michiel twee keer geprobeerd om zelf uit bed te gaan, wat echt niet meer kan en tot flinke blauwe plekken leed. Hij kan soms vergeten dat lopen niet meer gaat en uit bed proberen te stappen om ‘peuken te pakken’ of iets dergelijks. Het bed is nu een stuk lager, zodat hij geen kracht meer kan zetten om nog te gaan staan. Lopen gaat ook begeleid niet meer, zijn wereld is nu alleen nog maar het bed. De nachten worden wat rustiger. Het zorgen wordt er makkelijker op nu dat nog maar op één plek plaats vindt.

Twee dagen weg geweest en nu alweer twee dagen terug. Het was fijn en goed om even weg te zijn. Net genoeg om even los te weken. Hij is rustig als ik er ben. Is nog steeds heel lief en aanhankelijk. Ik had gedacht dat het eenzamer zou zijn nu, maar we hebben toch nog veel contact. Wat hij zegt kan zo pijnlijk treffend zijn en toch communiceren we tegelijkertijd zo weinig nog in woorden. ‘Waar doe ik het nog voor? Ik weet niet of ik het nog kan?’ kan hij opeens zeggen, alsof hij alles nog haarscherp ziet. Hij lijkt zo alert en bij de tijd, zo duidelijk. Hij voelt wel degelijk dat het hem niet goed gaat. En van de andere kant weet ik dat hij dit niet tegen de huisarts zal kunnen zeggen. Dat ik hem niet kan laten herhalen wat hij af en toe in een staat van helderheid zegt. Je kunt er niet op ingaan, er kan geen gesprek meer uit ontstaan. Michiel vraagt mij: ‘Heb je nog liefde?’ Het is zo apart wat je abstraheert van wat hij zegt. Hij zegt een hoop dingen maar er is nog maar een klein gedeelte wat ik kan snappen. Wat me bij blijft. Waar ik waarde aan hecht.

 

13 augustus

Vanaf nu denk ik: ‘Het wordt lelijk.’ Maar echt. Wat is er nog van hem over? Ik droomde vannacht dat hij er weer was. Zoals hij was. Ik hou zo van hem.

Sterven is niet romantisch. Sterven is je geliefde een puddinkje voeren. Tien kleine hapjes, een oneindigheid. Alsof hij niet meer weet wat slikken is. Sterven is kotsen en je eigen kots weer inslikken. Ik kon hem niet aan zijn verstand brengen dat hij het gewoon kon uitspugen. Ik vond het zo erg. Sterven is deze hoes die ooit gevuld was met mijn partner.

Ik en zijn vader en zus krijgen complimenten van de huisarts en de oncologisch verpleegkundige dat we het zo geweldig doen. Dat is ook zo, en daar hou ik me aan vast. Later zal zijn vader nog tegen mij zeggen: ‘Wat Michiel betreft, hebben we niks laten liggen.’ Het is waar. Elke dag, elk dagdeel, elk uur soms, observeren we, overleggen we en proberen we voor Michiel te doen wat in zijn belang is. Het is constant schakelen, constant aanpassen. Bieden we hem nog eten aan of is dat alleen maar rekken van lijden? Mag hij nog wel eten, is slikken nu niet te gevaarlijk geworden? Als slikken niet meer gaat, hoe dienen we dan medicatie toe? Dat zijn nu onze zorgen.

Zijn zus, die nu ook veel hier is, leest Komt een vrouw bij de dokter. Ik weet nog dat ik het las toen ik 18 of 19 was en dacht: ‘Ik neem de dood op de koop toe als ik zo’n liefde mag meemaken.’ En nu beleef ik het. We zijn geen yuppen in Amsterdam, we hebben geen kind. We hebben twee hondjes en logeren in de Achterhoek.

Op 14 oktober start onder begeleiding van Lotte de cursus Alledaagse Rouw: dagboekschrijven voor naasten en nabestaanden in het Toon Hermans Huis in Arnhem. In 8 bijeenkomsten van 1,5 á 2 uur wordt op een artistieke manier uiting gegeven aan gevoelens en ervaringen, om het dragen van rouw en verlies te verzachten. Interesse? Meld je aan via de site van het Toon Hermans Huis.

Lotte de Schouwer schrijft over vergankelijkheid, dood en troost. Dat alles voorbijgaat kan zowel een hoopvolle als een verdrietige gedachte zijn. Lotte is socioloog, schrijver, strandjutter en beeldend kunstenaar. Ze schreef het boek Overlijdensberichten, over het sterfbed van haar partner Michiel en de rouw die daarop volgde.