microcosm

Van zenuwslopend dansdebuut naar een bevrijdende conversatie tussen hoofd en lijf

Op donderdag 28 april staat de dansvoorstelling microcosm van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck en de Nederlandse auteur Arnon Grunberg bij onze De Nieuwe Oost-collega’s in Theater a/d Rijn te Arnhem.
Charlotte en Arnon ontmoetten elkaar toen ze in 2016 samen de Frankfurter Buchmesse mochten openen. Sindsdien schrijven ze elkaar elke week een brief in de Vlaamse krant
De Standaard. Schaamte en angst is een regelmatig terugkerend thema in hun briefwisseling. Zo ontstond ook het idee om het meest schaamtevolle te doen dat ze konden bedenken: dansen.
Van de 72 brieven die in
De Standaard gepubliceerd werden mogen wij de laatste 6 met je delen, geschreven tussen 29 september en 13 oktober 2017. Mocht je hierna behoefte hebben aan meer discreet voyeurisme, lees dan ook vooral de columnreeks Dansen tegen de schaamte die Arnon en Charlotte schreven in aanloop naar de première van hun dansdebuut en die verscheen op de site van hun choreograaf Nicole Beutler.


 

Lieve Charlotte,

De cultuur ligt als een antiaanbaklaag over de werkelijkheid. Die cultuur is aan verandering onderhevig. Zo vinden sommige mensen de tegenstelling mannelijk-vrouwelijk benauwend, helemaal omdat daar bedenkelijke kwalificaties aan hangen. Waarom zouden vrouwelijke voetballers meer verdienen dan mannelijke?

Te hopen valt dat ook mannelijke en vrouwelijke namen zullen verdwijnen en dat men bij de naam Charlotte niet meer meteen aan een vrouw denkt. Misschien niet eens aan een mens, Charlotte kan ook een kat of een wandelende tak zijn.

En zoals nu vrouwen in mannenlichamen worden geboren en mannen in vrouwenlichamen moeten wij niet uitsluiten dat er in de toekomst meer honden en katten (om maar twee soorten te noemen) in mensenlichamen worden geboren. Het is denkbaar dat over pakweg honderd jaar een mens zich succesvol kan laten ombouwen tot hond. Ik sluit niet uit dat de ziektekostenverzekering dat zal vergoeden.

Wij zullen andere geboortekaartjes zien. Eerst schrijft men: ‘Een mens is geboren met een zeer tijdelijk piemeltje, wij noemen het mensje Char.’

Later schrijft men: ‘Het ding bestaat vanaf 14 januari 2029.’ Waarom onderscheid maken tussen mens en vermenselijkte robot?

Het eerste belangrijke onderscheid is de ontdekking van de baby dat hij/zij niet samenvalt met zijn/haar moeder/verzorgster/verzorger. Er is met andere woorden een ‘ik’, in elk geval een binnen en een buiten. Wie geen onderscheid kan maken tussen zijn eigen lichaam en andere lichamen zal vrees ik een moeilijk leven hebben, om woorden als ‘ziek’ te vermijden.

Nu ben ik tot de conclusie gekomen dat het hoogst grievend is om onderscheid te maken tussen degene die jou heeft gebaard en degene die dat toevallig niet heeft gedaan. Met andere woorden: ik wil ook jouw moeder zijn. Elke verdeling is arbitrair, want cultureel bepaald.

Eigenlijk ben ik overigens echt je moeder. Ik vond het zo jammer dat je mij weinig brieven schreef, daarom heb ik Arnon Grunberg gevraagd of ik mocht doen alsof ik hem ben om zo met mijn dochter in De Standaard te kunnen communiceren. Zie je trouwens dat wat hij kan iedereen kan met een beetje moeite en de juiste software?

In je laatste brief schrijf je dat je ‘een milde vorm van hypochondrie’ hebt. Daarmee onderscheid je je van al die mensen die geen milde hypochondrie hebben.

Taal is een verzameling algemeenheden. Als dat niet zou zijn zouden we elkaar niet verstaan. Soms voelt zo’n algemeenheid niet zo algemeen aan.

Veel liefs van jouw

Mama

 

Lieve Arnon,

Vroeger op Nickelodeon was er een tekenfilm die CatDog heette. De hoofdfiguur is een hybride dier: het hoofd en de voorpoten van een kat via een gemeenschappelijke buik verbonden met het hoofd en de voorpoten van een hond. Cat is gecultiveerd, intelligent, rustig en ziet het als zijn voornaamste taak zijn achterwerk, Dog dus, op te voeden. Dog is spontaan, optimistisch, ietwat lomp en sleurt Cat ongewild en onvermijdelijk overal achter zich aan mee naartoe. Vooral als de vuilniskar langskomt, is Dog niet in toom te houden en loopt Cat veel verwondingen op. Zijn schedel slaat tegen verkeersborden. Zijn tanden schuren over het asfalt. Zijn poten blijven aan spijkers hangen, … Gelukkig is het maar een tekenfilm en houdt Cat er enkel sterretjes in zijn ogen aan over, een lichte duizeling. De cultuur krijgt klappen. Het instinct berispingen.

Als ik hierboven naar Cat verwijs, zeg ik ‘zijn achterwerk’, ‘zijn schedel’, … terwijl we eigenlijk niet kunnen weten of Cat en/of Dog wel mannelijk is of niet. Cat en Dog hebben geen geslacht, want geen onderkant, enkel één lichaam met twee bovenlijven. Ik percipieer Cat waarschijnlijk toch als mannelijk, omdat de stemacteur die Cat (en Dog) inspreekt een man is, of tenminste een mannelijke stem heeft. Ik orden dus dan maar via de secundaire geslachtskenmerken, om CatDog toch bij één van de twee ontoereikende, bezittelijke voornaamwoorden in de derde persoon enkelvoud, ‘zijn’ of ‘haar’ aan te kunnen knopen.

Natuurlijk roept deze tekenfilm nog allerlei andere vragen op: Hoe gaat CatDog naar het toilet? Is er dan ook een dier met hun twee andere helften: een kattenkont aan een hondenstaart? Heeft CatDog ondanks de tegengestelde verlangens van zijn twee hoofden een Vrije Wil? Hoe verhouden twee identiteiten zich tot eenzelfde lichaam? Is CatDog als ‘ziek’ te bestempelen, omdat hij geen onderscheid kan maken tussen zijn eigen, tweeledige lichaam dat uit twee verschillende soorten bestaat?

Wat we zeker weten is, dat CatDog geboren is, maar hij heeft geen mama of papa. Het refrein van het liedje bij de generiek onderstreept dat: “Catdog, Catdog, alone in the world was a little Catdog.” Eenmaal buiten, ben je alleen.

Gelukkig heb ik sinds jouw brief twee moeders om over mijn eenzaamheid te waken. Ik stel wel voor dat jullie hybridiseren tot één persoon, zodat het handiger is voor mij om jullie te bezoeken. Al vrees ik dat mijn moeder doodsangsten zou uitstaan met Arnon Grunberg als uiteinde.

Liefs,

Charlotte

 

Lieve Charlotte,

De afgelopen dagen heb ik veel aan jou gedacht, meer dan anders in elk geval. Ik was in Limoges om De mensheid te spelen met Josse De Pauw. Het lukte me niet om mijn gehele tekst uit mijn hoofd in het Frans op te dragen. Uiteindelijk hebben we alleen mijn improvisaties in het Frans gedaan, de rest met boventitels.

Ik dacht, dat was Charlotte niet overkomen. Toen wij in Frankfurt de Buchmesse openden, kende jij je tekst keurig uit je hoofd, ik las van een blaadje, en toen je een keer in Bremen was, zat je je Duitse gedichten uit het hoofd te leren zodat je zelfs geen fout maakte met een lidwoord, geen ‘Die’ waar ‘Der’ gezegd had moeten worden. Over geslachtsneutraal gesproken. Ik voel me aardig thuis in het Duits en heb er geen enkel probleem mee als ik een keer ‘Der’ zeg waar ‘Die’ werd bedoeld. Wat dat betreft breng ik geslachtsneutraliteit in praktijk.

Ik heb bewondering voor je perfectionisme. Nu vraag ik me af of perfectionisme goed samengaat met hypochondrie, milde hypochondrie. Op bescheiden wijze streef ik ook naar perfectie, maar de deadline is urgenter. Alles is een compromis en als dat niet zo zou zijn, zou er nooit een eindproduct komen.

Een hybride wezen, een kat die ook hond is. Ik vind dat een mooi beeld, temeer daar kattenliefhebbers dan niet meer hoeven te strijden tegen hondenliefhebbers. Hoe gaat het eigenlijk met je konijnen? Of heb ik iets gemist?

We zijn nu negen maanden aan het schrijven. Heb je het gevoel dat je naderbij bent gekomen of juist op afstand bent gezet?

Jouw discretie is me opgevallen. Ik heb je weleens geprobeerd te prikkelen om minder discreet te zijn maar zonder succes. Ook daarin verschillen we. Ik kan zeer indiscreet zijn en hoewel ik geloof dat mensen hun emoties niet te veel moeten uitdragen is een mooi verhaal altijd meegenomen. Ook als het vertellen van dat verhaal de verdenking van exhibitionisme met zich meebrengt.

Een schilder vertelde me onlangs dat voyeurisme onvermijdelijk is en eigenlijk ook de basis van empathie. Een geruststellende gedachte.

Meer moeders hebben is inderdaad een goed idee. Waarom zou een man geen moeder mogen zijn?

Iets meer dan een jaar geleden waren we samen in Frankfurt. Wordt het niet tijd dat we daar opnieuw afspreken? Niet tijdens de Buchmesse, alsjeblieft niet. Ergens in December. Op Frankfurt Hauptbahnhof, bij perron 12.

Je zult me wel herkennen.

Liefs,

Arnon

 

Lieve Arnon,

Boventitels zijn te vergeven.

Afgezien van die genade, ben ik er wel van overtuigd dat een papier op podium de onmiddellijkheid van de tekst onmogelijk maakt. Aflezen is de herhaling van het schrijven, uitspreken de illusie van gebeurtenis.

Ik moet toegeven dat ik zelf minder perfectionistisch ben dan pakweg een jaar geleden. Misschien is dat perfectionisme in de eerste plaats de luxe ruimte over te hebben in het hoofd, om het vol van buiten geleerde tekst te stouwen. Het is ondertussen moeilijker om telkens de opslagruimte te vinden. Het compromis, liever niet, maar het maakt je doorgaans wel aardiger.

Ik heb de afgelopen maand samen met mijn huisgenote een theaterstuk geschreven. De tekst is een symbiotisch compromis geworden. Het heet Deze Grote Tomatenoorlog en speelt op 9 november in Zuidpool in Antwerpen. Kom je kijken?

Of we na negen maanden schrijven dichterbij zijn gekomen of eerder op afstand? Je vraag doet me denken aan de titel van een bundel van de Nederlandse dichteres Bernke Klein Zandvoort: Uitzicht is een afstand die zich omkeert. Dat vind ik zo’n beweeglijke zin. Zoiets geldt ook voor ons schrijven, denk ik: onze brieven zijn een afstand die zich omkeert.

Je hebt me het afgelopen jaar vaker discreet genoemd. Je voorliefde voor nieuwsgierigheid kennende, had ik telkens het gevoel je daarin een beetje teleur te stellen. Daarom verklaar ik onze volgende en laatste brief vogelvrij van discretie.

Discretie en voyeurisme sluiten elkaar niet uit. De beste voyeurs lijken me juist erg discreet, laten misschien net een elleboog achter in het blikveld van de bekekene, om zo de illusie van het betrapt worden spannend te houden, wetende dat ze zich nooit echt zullen laten betrappen. Het is niet zo dat ik nooit iets over mezelf vertel, of benoem – vaak genoeg heb ik hier een elleboog ontbloot. Eerder ben ik nog niet helemaal zeker of een goed verhaal altijd een goede werkelijkheid nodig heeft. Ik vind de uitspraak van de schilder overigens erg goed bij je karakter passen. Als hij een portret van je zou maken, zou er op het bordje staan: ‘Empathische voyeur, olieverf op linnen, 50×80 cm, 2017’.

Frankfurt Hauptbahnhof. Ik herinner me de politieagenten die de hele tijd zigeuners uit het station joegen en ook de antropomorfe, Frankfurter duiven, die door de inkomhal van het station leken te wandelen als gehaaste werknemers. In december, hoog tijd.

Liefs,

Charlotte 

 

Charlotte,

Mijn laatste brief, maar je vroeg een paar brieven geleden of ik met je wilde blijven schrijven. Het antwoord is: ja. Iets anders. Een gesamtkunstwerk is wat hoog gegrepen, maar we kunnen om te beginnen samen liefdesbrieven schrijven aan een derde persoon. (Met dank aan I love Dick.) Op wie zullen we samen verliefd worden?

Een papier maakt de onmiddellijkheid van de tekst onmogelijk, schreef je. Behalve die keer dat je beweerde dat ik de mensheid niet mocht indelen in mensen die bijdragen aan je geluk en mensen die dat niet doen ben ik het niet meer oneens met je geweest.

De tekst is de tekst. Die is goed of slecht of iets ertussenin. Wat er onmiddellijk aan is, weet ik niet.

Lang geleden trad ik op in Duitsland en een oudere Duitse schrijver las zijn eigen werk met zichtbare tegenzin voor. Met terugwerkende kracht heb ik sympathie gekregen voor die zichtbare tegenzin. Zeker, ik bewonder je performancekunsten en niet alleen die, en ik begrijp dat het verdienmodel voor een dichter anders werkt. Een dichter schrijft zelden en treedt vaak op. Maar die keer dat ik een romanschrijver zijn eigen werk uit zijn hoofd zag voordragen was een bedroevend moment. Wij zijn geen acteurs. Ja, ik vermom me soms als acteur, maar dan ben ik ook nadrukkelijk geen romanschrijver.

Het publiek dat de illusie nodig heeft dat er geen papier is, is een publiek dat geen onderscheid wenst te maken tussen de goochelaar en de schrijver, en ik heb een zwak voor goochelaars.

Ik zou zeggen dat de reis die we aflegden per brief parallel liep. We gingen allebei naar het zuiden, maar jij nam de Gotthardtunnel en ik de Brennerpas.

Af en toe zwaaiden we naar elkaar. We zijn elkaar niet genaderd, maar we hebben ons ook niet van elkaar verwijderd, we zijn gewoon op ieder eigen kracht naar het zuiden gegaan.

De afspraak op Frankfurt Hauptbahnhof staat. We kunnen vandaar de trein nemen naar Königstein om te gaan wandelen.

Eigenlijk heb ik een beetje genoeg van het podium, niets ten nadele van Josse De Pauw overigens, maar voor jou maak ik een uitzondering. In 2019 gaan we een dansvoorstelling maken. Een bevriende schrijver vertelde mij dat je ervoor moet waken als schrijver om respectvol te worden, misschien zei hij ‘al te respectvol,’ maar dat is een detail.

Ik zal daarom geen gelegenheid voorbij laten gaan om mijzelf belachelijk te maken. In jouw aanwezigheid is dat zelfs een groot genoegen.

Liefs,

Arnon

 

Lieve Arnon,

Mijn laatste brief schrijf ik je vanuit Istanbul. Ik ben hier een paar dagen te gast op een literatuurfestival. Bijna alle evenementen vinden plaats in instituten of zalen op en rond de Istiklal Caddesi, de bekende, brede winkelstraat in de geregenereerde buurt rond het Taksimplein. Het is uitkijken om in de drukte niet op Syrische kinderen te trappen – 5, 6 jaar oud? – die de hele nacht door melodica spelen.

Welgeteld één gedicht moest ik voorlezen op de openingsavond. Daarvoor hebben ze mij laten overvliegen. Hoe lang zouden die kinderen melodicaconcerto’s moeten geven om een vliegtuigticket naar Brussel bij elkaar te hebben? In onze vorige brief sprak ik over ‘onmiddellijkheid’ met betrekking tot het brengen van teksten op een podium. Nu ik op het punt sta het parcours over de kinderen op de Istiklal Caddesi weer af te leggen naar een volgende lezing, moet ik toegeven, dat er me nu maar weinig onmiddellijks aan het lezen van een tekst voorkomt.

Als ik straks, laat en gelaafd, terug naar mijn hotelkamer wandel, zullen een aantal van de kinderen ter plekke in slaap zijn gevallen, anderen zullen nog ijverig op hun melodica blazen tot een man hen komt verzamelen. Ik vertel een Duitse collega dat ik bij het zien van die kinderen aan alles twijfel. Hij antwoordt: ‘Train your uterus.’ Het is denk ik de meest machteloze grap die ik al gehoord heb.

Nu we per brief in het zuiden zijn aangekomen, terwijl we elkaar vanuit New York en Istanbul schrijven, is het tijd voor een voorlopig afscheid. Ik had me geen betere pennenvriend kunnen wensen, stipt en uitvoerig.

We hebben inderdaad weinig ruzie gemaakt in deze correspondentie, maar als we samen liefdesbrieven zouden schrijven, voorspel ik polemiek – zowel bij het kiezen van het gezamenlijke liefdessubject, als bij de jaloezie waar we ongetwijfeld last van zouden krijgen.

Na Frankfurt vorig jaar vroeg je me, of ik je ging missen. Ik zou nog steeds ‘ja’ zeggen. Maar we hebben met dit jaar schrijven wel uitgebreider afscheid kunnen nemen. Als je om de zoveel tijd eens meer dan anders aan me denkt, zal dat me vrolijk stemmen.

Ik wens je een spectaculaire verdwijning van het podium toe. Je herverschijning in maillot als danser zal in 2019 als een goocheltruc onthaald worden. Ik sta graag aan je zijde voor de special effects.

Tot in de tussentijd in Königstein. Ik zorg voor de knapzak.

Liefs,

Charlotte 

 

 

Van zenuwslopend dansdebuut naar een bevrijdende conversatie tussen hoofd en lijf; auteur Arnon Grunberg en dichter Charlotte Van den Broeck zijn al jarenlang penvrienden. In microcosm gaat het tweetal de confrontatie aan met hun grootste schaamte, ze debuteren als dansers.
Onder leiding van choreograaf Nicole Beutler gaan zij op ontdekkingsreis door het lichaam: een microkosmos en een perfecte symbiose van miljoenen cellen, microben en bacteriën, voor altijd in beweging. Samen met de twee dansers Liah Frank en Rob Polmann overstijgen de schrijvers zichzelf in dit bewogen universum, waarin de grenzen tussen lichaam en taal uitgewist lijken, waarin oneindig veel mogelijkheden zich eindeloos voortplanten.
Op 28 april 2022 staat microcosm bij onze De Nieuwe Oost-collega’s in Theater a/d Rijn te Arnhem, tickets zijn te koop via de website.

 

Charlotte Van den Broeck debuteerde begin 2015 op overdonderende wijze met Kameleon, waarvoor haar de Herman de Coninck Debuutprijs werd toegekend. Als dichter die ook op het podium in haar element is, bleek zij dat jaar de revelatie van Saint Amour. Oktober 2016 opende zij met Arnon Grunberg de Frankfurter Buchmesse. Kort nadien verscheen Nachtroer, haar tweede bundel, waarmee ze de Paul Snoekprijs won. In 2019 verscheen haar prozadebuut, Waagstukken. Het boek belandde in de Bestseller 60 en haalde de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs 2020. Charlotte Van den Broeck schrijft op freelance basis voor De Standaard der Letteren en doceert Literaire Analyse en Essayistiek aan het Koninklijk Conservatorium, Antwerpen. (Foto door Koen Broos.)

Arnon Grunberg is een vaak bekroonde romanschrijver, woonachtig te New York. In 1994 verscheen zijn debuut Blauwe maandagen, gevolgd door vele andere romans. In 1998 schreef hij voor de Stichting CPNB het Boekenweekgeschenk, De heilige Antonio. Voor Tirza (2006) ontving hij zowel de Gouden Uil als de Libris Literatuurprijs. In 2009 verscheen een bundeling van zijn reportages, Kamermeisjes en soldaten, in 2021 gevolgd door een tweede bundeling, Slachters en psychiaters. Zijn nieuwste roman De dood in Taormina verscheen in 2021. Grunberg houdt een weblog bij, schreef wekelijks als ‘De mensendokter’ een bijdrage voor Vrij Nederland en had jarenlang een dagelijkse column in de Volkskrant, 'Voetnoot', die in boekvorm werd gebundeld. Zijn werk is vertaald in 29 talen. Voor zijn oeuvre ontving hij onder andere de Constantijn Huygens-prijs, de Gouden Ganzenveer en de P.C. Hooft-prijs.