Komkommer en kwel #3

Elske van Lonkhuyzen - 05 november 2018

Een groentewinkel in het hart van een provinciestad: er komen vrouwen met liefdesverdriet, gehavende mannen, gezondheidsfanaten in hoog opgetrokken leggings en zo nu en dan een iets te dikke hond.
Elske van Lonkhuyzen interviewde een groenteboer en ontdekte dat een appel nooit gewoon een appel is, een avocado nooit gewoon een avocado. Dat – integendeel – tussen de kratten mandarijnen, de kistjes met sperziebonen en de bakjes dadels van alles stroomt: tragiek, geluk, liefde, teleurstelling, eenzaamheid en verlangen. Al die wonderlijke dingen waaruit het leven is opgebouwd.
De andere twee Komkommer en kwel delen lees je hier.

 

#3 Ergernissen

illustratie door Minke Schönthaler

 

Prei
Tussen half negen en negen uur ’s ochtends controleren we alle spullen en zetten we alles klaar voor de verkoop. Sta je daar de bladeren van een prei te trekken. Binnen twee minuten zit je onder de modder en rottigheid. Dan ruik je op maandagochtend om negen uur al naar rotte prei of rotte kolen. Rotte groenten kleven meteen aan alles. Rotte groenten zijn heel vies.

 

Rabarber
‘Wat is er in het seizoen?’
‘Rabarber.’
‘Rabarber?’
‘Ja.’
‘Rabarber…’
‘Lekker met een beetje suiker of voor een rabarbercrumble.’
‘Rabarber.’
‘Ja.’
‘Hm.’
‘Zal ik het voor je pakken?’
‘Nee, doe maar bospeen.’

 

Bananen
Als er iemand staat te wachten die ik niet wil helpen, ben ik net wat trager met afrekenen, zodat een van mijn collega’s eerder klaar is. Of ik besluit plotseling dat de voorraden aangevuld moeten worden, de bananentrossen anders gerangschikt. Schoonmaken doe ik ook veel. Ik ben nooit zo ijverig als wanneer er iemand in de rij staat die ik niet wil helpen.

 

Avocado
Ze wilde haar avocado geschild, doormidden, met de pit eruit, in kleine stukjes in een plastic bakje met een vork erbij. Normaal gesproken weigeren we dat, klanten kunnen prima zelf hun avocado schillen. Die keer ben ik toch gezwicht. Ik weet wel hoe dat kwam: ze had zo’n streng, dictatoriaal gezicht. En ik, ik had die dag eenvoudigweg de kracht niet om me daar tegen te verzetten.

 

Bloemkool
De vrouw raakt in paniek als ze de bloemkool ziet. Ik leg geduldig uit hoe ze het moet klaarmaken: het groen eraf, daarna in stukjes snijden en wassen in water. Ik vertel het meerdere keren, heel langzaam, maar de vrouw is in paniek. Ze kent bloemkool alleen uit de supermarkt, in een plastic zak: voorgewassen en in kleine roosjes.

 

Radijs
‘Wat is er in het seizoen?’
‘Radijs.’
‘Radijs?’
‘Ja.’
‘Radijs…’
‘Heel goed als garnering bij een maaltijd, of in een frisse zomersalade met peultjes en een balsamicodressing.’
‘Radijs.’
‘Ja.’
‘Hm.’
‘Zal ik het voor je pakken?’
‘Nee, doe maar bospeen.’

 

Walnoten
Een keer werd een klant woedend omdat een bakje walnoten vijf cent duurder uitviel dan hij had verwacht. Hij werd geholpen door een nieuw meisje, dat zo schrok van zijn toon dat ze huilend naar het magazijn liep. Ik probeerde de man tot bedaren te brengen, maar merkte al snel dat het hem niet om die vijf cent ging, het was gewoon een haantje dat een statement wilde maken. Toen hij wilde afrekenen pakte ik bedaard alles terug en zei: ‘Je krijgt de boodschappen niet. Mijn winkel uit. Ophoepelen.’

Toen hij was afgedropen riepen alle oude vrouwen die stonden te wachten: ‘Goed zo meisje, bravo.’ Eén vrouw zei: ‘Dit is het mooiste wat ik ooit gezien heb. Dit is zo fantastisch. Tijdens mijn echtscheiding waren er zoveel dingen die ik had willen zeggen, maar nooit heb gezegd.’

 

Bosui
Ik heb an sich geen hekel aan het product ‘bosui’. Alleen dat knippen. De bosui is te lang om in een kratje te passen. Daarom knippen we het elke ochtend op maat.

 

Koolrabi
‘Wat is er in het seizoen?’
‘Koolrabi.’
‘Koolrabi?’
‘Ja.’
‘Koolrabi …’
‘Heel geschikt voor een salade, in dunne plakken, of in blokjes verwerkt in een curry of zelfs te pureren voor een soep.’
‘Koolrabi.’
‘Ja.’
‘Hm.’
‘Zal ik het voor je pakken?’
‘Nee, doe maar bospeen.’

 

Aardbeien
Tien jaar geleden kwamen er alleen oude mensen bij de groenteboer, jonge mensen zetten er geen voet binnen. We hadden een geitenwollensokkenimago. Maar de tijden zijn veranderd. Er heerst een healthy food culture en alle hipsters uit de stad doen nu boodschappen bij ons.

Boerenkool is heel populair, net als verse kruiden: peterselie, munt, koriander. Vroeger hadden we gewoon een emmer met wat groene sprieten. We wisten zelf niet eens wat was, laat staan wat het kostte. ‘Veertig cent,’ zeiden we lukraak.

Gojibessen zijn alweer uit, maar de salades doen het tegenwoordig heel goed en de groene shakes met spinazie zijn niet aan te slepen. Als we daar tien jaar geleden mee waren aangekomen hadden onze klanten gezegd: ‘Wat the fuck ben jij aan het doen? Ik wil gewoon aardbeien, doe normaal.’

 

Peultjes
Ik haat peultjes. Er valt niet mee te werken. Bij elke groente kijk je ’s ochtends even: moet het vervangen worden, moet het bijgevuld worden, moet er een blaadje af? Elke ochtend weer die keuze bij elk kratje dat in de koeling heeft gestaan, bij elke groente die je in je handen hebt. Bij de peultjes schud je het krat even en als je dan ziet dat er rotte exemplaren tussen zitten, sta je voor een complex dilemma: elk individueel bedorven peultje uit het krat vissen, waar je eigenlijk geen tijd voor hebt, of de hele bak weggooien, maar dat is zonde.

Meestal zet ik het krat daarom maar gewoon neer en kijk ik er niet meer naar om. Ik zorg er wel voor dat ik de goeie pak als iemand ze daadwerkelijk koopt, maar ja, wat de collega’s pakken, weet ik dan weer niet. Het is eigenlijk mijn taak om te zorgen dat er elke ochtend verse spullen in de winkel liggen.

Peultjes zijn verschrikkelijk. Als het warm is, zijn ze trouwens sowieso lelijk, ook als ze niet bedorven zijn.

 

Bospeen
Er is een man die we allemaal mijden. Of misschien moet ik zeggen een jongen, ik schat hem jonger dan dertig. Of misschien moet ik zeggen een personage. Hij draagt een fluorescerend geel hesje. Als hij komt weet je zeker dat het lang zal gaan duren, soms wel een half uur. Ook als het heel druk in de winkel is, vraagt hij de volle aandacht.

Bij aankomst zet hij omslachtig zijn fiets tegen een boom. Ondertussen loert hij naar binnen om te zien wie er aan het werk is. Buiten verzamelt hij wat fruit dat hij naar de kassa brengt. ‘Ik leg het alvast hier op de toonbank neer, hoor.’ Hij heeft een weeïge piepstem en stinkt soms een beetje.

Vervolgens scharrelt hij een tijdlang rond. Uiteindelijk moet iemand hem helpen. Dat volgt een vast stramien, want hij stelt elke week dezelfde vragen. Welke groente er in het seizoen is, wat lekker is bij lamsvlees, vis of iets anders. Hij koopt nooit wat je zegt. Hij koopt altijd bospeen.

Soms doe ik gewoon alsof ik zijn vragen niet hoor. Dan maak ik heel ijverig schoon, maar hij is verschrikkelijk vasthoudend. Ik voel zijn ogen in mijn rug prikken. Hij wacht net zo lang tot ik per ongeluk zijn kant opkijk. Zodra er oogcontact is, ben je de lul. Als je honderden mensen op een dag ziet, heb je echt geen ruimte voor de mensen die alleen maar energie vragen. ’s Ochtends kan ik het vaak beter opbrengen dan aan het einde van de dag, maar hij komt meestal rond vier uur, half vijf. Er zijn periodes dat we ons voor elkaar opofferen en hem vrijwillig helpen. Zo verdelen we het leed een beetje.

De afgelopen tijd vraagt hij elke keer of ik al naar een band heb geluisterd die hij me heeft aangeraden, maar ik ben niet van plan naar die band te gaan luisteren.

 

Vijgen
Een groentewinkel hebben is heus niet alleen maar kommer en kwel. Het mooie aan dit werk dat ik de seizoenen zo intens meemaak. Je leeft heel bewust met de natuur mee, omdat je de hele dag min of meer buiten bent. Als het koud is, heb ik het echt superkoud. Ik heb een vaatziekte ontwikkeld door de kou, het syndroom van Raynaud.

Als het hard vriest vind ik het heus niet de hele tijd mooi, maar de herfst en de lente zijn prachtig. Er komen dan veel nieuwe producten. In de herfst pompoenen, kaki’s, verse vijgen, granaatappels, mango’s. In de lente aardbeien, kersen, pruimen. Als groenteboer weet je precies wat wanneer groeit.

 

 

Minke Schönthaler maakt realistische, gestileerde tekeningen met veel contrast. Het liefst tekent ze met kroontjespen en inkt. Daarnaast is ze sinds kort weer student aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Arnhem.

Elske van Lonkhuyzen schrijft geestige, ontroerende verhalen die het absurde met het alledaagse combineren. Ze schreef de verhalenbundel Met de beste bedoelingen en won de Opium Verhalenwedstrijd. Haar werk verscheen o.a. bij De Internet Gids, De Optimist, De Titaan en Op Ruwe Planken. Daarnaast begeleidt Elske bewoners van verpleeghuizen bij het optekenen van hun verhalen voor het Verhalenhuis en is ze levensverhalenschrijver bij het Zorgbedrijf Antwerpen. Elske is maker bij De Nieuwe Oost | Wintertuin. (Foto door Gaby Jongenelen.)