Alles voelt urgenter

Yentl van Stokkum  - 02 november 2018

Tijdens het Wintertuinfestival is Niña Weijers Writer in Residence, Yentl van Stokkum interviewde haar

De in Nijmegen geboren schrijfster Niña Weijers is Writer in Residence tijdens het Wintertuinfestival. De winnaar van de Anton Wachterprijs debuteerde alweer in 2014 met haar roman De Consequenties. Maar dat betekent niet dat Weijers sindsdien stil gezeten heeft. Ze schrijft columns en recensies voor De Groene Amsterdammer, zit in de redactie van De Gids en haar tweede roman is in vergevorderd stadium.
De afgelopen tijd is zij als Writer in Residence verbonden aan de Letterenfaculteit van de Radboud Universiteit. Ten tijde van het interview bevindt schrijfster Niña Weijers zich in een huisje in de duinen. Hier werkt zij aan haar nieuwe roman en maakt ze lange duinwandelingen met haar hondje. Gedurende de festivalweek verblijft zij in het middeleeuwse Besiendershuis, met uitzicht op de Waalkade. Ze schuift bij verschillende festivalonderdelen aan.

 

Foto door Annaleen Louwes


Waar denk jij aan bij het thema Wat horen we als we luisteren?

‘Het roept veel vragen bij me op. Wie zijn de “we” en wie is de groep waarnaar geluisterd moet worden? Moet iedereen luisteren? Moet een bepaalde groep zijn mond houden en luisteren? In de toelichting op het thema komt de term “echokamer” voor en je kunt je afvragen wat een echokamer met literatuur te maken heeft. Literatuur wordt vaak gezien als iets wat per definitie genuanceerd is, alsof het aan de maatschappelijke discussies zou moeten ontsnappen, maar ook in de literatuur staan de laatste jaren een aantal zaken op scherp. Het is interessant om te zien dat onze veranderende politieke werkelijkheid effect heeft op wat mensen schrijven. Ik zie dat in de boeken die op dit moment verschijnen, maar ook in mijn eigen teksten. Zo ben ik door de gesprekken rondom cultural appropriation ook mezelf de vraag gaan stellen: “Wie vertelt dit verhaal en waarom?” Ik zie dat als een meerwaarde binnen het schrijfproces.’

 

Maak je zelf ook onderdeel uit van een echokamer?

‘Sinds een aantal maanden volg ik rijlessen, mijn rijinstructeur is een Marokkaanse man van mijn leeftijd. We zitten lang met elkaar in de auto en zo leer je elkaar kennen. We delen dat we graag naar festivals gaan, maar toen ik begon over Into The Great Wide Open had hij daar nog nooit van gehoord. Omgekeerd merk ik dat ik me op sommige festivals in een homogene massa bevind. Ik kan dat niet niet meer zien. Soms wordt de bubbel heel duidelijk, wanneer je in gesprek bent met iemand die niet in jouw bubbel zit.

Mijn rijinstructeur en ik kunnen heel goed met elkaar praten, we luisteren en we hebben stevige discussies. Je zit met elkaar in een autootje en kunt niet weglopen uit het gesprek omdat de mening van de ander je niet bevalt. Ik vind het mooi dat er in die gesprekken een wederzijds respect blijft bestaan. Misschien dat we het aan het einde niet altijd met elkaar eens zijn, maar mensen moeten het ook in harmonie met elkaar oneens kunnen zijn.

Wel schrik ik ervan hoe verschrikkelijk verfrissend ik die rijlessen vind, hoe diep ik dus vaak in mijn eigen bubbel blijf en vanuit mijn eigen bubbels naar de wereld kijkt. Een bubbel is veilig, maar wil je echt de rest van je leven in een veilige bubbel zitten? Ik denk dat het belangrijk is om gesprekken aan te gaan waarin er aan je denkbeelden getwijfeld wordt, ook wanneer je denkbeelden dan minder zeker blijven.’

 

Maakt deze onzekerheid ook deel uit van je schrijverschap?

‘Schrijven is altijd het zoeken naar wat ik nog niet weet. Dat schuurt ook, je ontdekt vaak genoeg dingen die je liever niet had willen weten. Dat lukt niet altijd, soms schrijf ik een stuk waarin ik het mezelf te makkelijk maak. Dan bevestig ik mezelf eerder dan dat ik mezelf bevraag. Ik vind mijn werk interessanter wanneer het niet die zekerheid heeft. Daar zit ook een gevaar, wanneer je alles als twijfelachtig ziet dan neigt dat naar relativisme. Alsof er geen antwoord is, maar een antwoord kan ook iets anders zijn dan een “ja” of “nee”.’

 

Wat is er volgens jou nodig voor een goed gesprek?

‘Openheid en het durven om iets niet zeker te weten. Het is moeilijk om echt te luisteren wanneer je heel zeker van je zaak bent. Wat niet wil zeggen dat je alleen maar moet zwijgen. Ik merk dat mensen steeds banger worden om discussies het verkeerde te zeggen, er treedt een voorzichtigheid op. Mensen zijn onwetend, maar ergens moet je ook onwetend mogen zijn. Zolang je de intentie maar hebt om wel meer te weten te komen, en de kans krijg om vragen te stellen. Hoe moeten we anders uit onze bubbels breken wanneer we geen vragen mogen stellen?’

 

En hoe gaat het met je nieuwe boek?

‘Het boek verschijnt waarschijnlijk in mei, ik zit midden in het schrijfproces en zal ook tijdens mijn residentie aan mijn roman werken. Ik ben aan het onderzoeken hoe verhalen werken. Ergens vind ik de roman een claustrofobische vorm, verhaalopbouw kent zoveel regels. Ik probeer te kijken wat er gebeurt wanneer ik dat doorbreek. Niet dat het nooit eerder gedaan is, maar voor mezelf is het belangrijk dat te ontdekken. Een tijd lang had ik last van romanmoeheid. Ik zag ertegenop om personages te verzinnen, hen in een situatie plaatsen, er een conflict aan toe te voegen. Ik voel daar weerstand tegen, maar kan er ook niet volledig aan ontsnappen. Dat is iets wat je waarschijnlijk terug zult zien in mijn nieuwe boek.

Daarnaast is er sinds mijn eerste roman ook zoveel veranderd in de wereld. Daar probeer ik me toe te verhouden, maar ik vraag me ook af hoe. Alles voelt urgenter dan toen ik De Consequenties schreef.’

Yentl van Stokkum schrijft poëzie, proza en toneel. Ze studeerde af in Writing for Performance aan de HKU en werd geselecteerd voor het talentontwikkelingstraject Slow Writing Lab. Ze stond onder andere op Lowlands, Brainwash Festival en Dichters in de Prinsentuin. Publicaties van haar hand zijn te lezen in de Tirade, de Revisor en op Samplekanon en Hard//hoofd. In 2021 ontving ze het C.C.S. Crone stipendium. Haar bundel Ik zeg Emily verscheen in maart bij Hollands Diep. (Foto door Gaby Jongenelen.)