Ik ben mezelf een leven verschuldigd

Firoozeh Farjadnia - 30 september 2020

Over homoseksualiteit in Iran, 'Hier ervaar ik voortdurend angst, stress en onrust.'

Foto door Michael Kazarnowicz 

Ik ben mezelf een leven verschuldigd

Op mijn scherm lees ik het nieuws: de Griekse grenspolitie heeft maandagochtend 2 maart een vluchteling vermoord aan de grens met Turkije. Het gaat om Ahmed Abu Emad uit Aleppo. Hij werd in zijn keel geschoten toen hij bij Ipsala de grens wilde oversteken. Met koude rillingen kijk ik naar zijn foto. Duizend vragen stromen door mijn hoofd.
Mijn telefoon gaat. Een jongen met een opvallende zachte stem stelt zich voor: ‘Ik ben het, Sahand.’ Mijn gedachten zijn bij Ahmed. Het duurt enkele seconden voordat ik me onze belafspraak herinner.

Een tijdje terug kreeg ik een bericht van Sahand. Hij schreef dat hij moet vluchten uit Iran. Door zijn beroep en zijn homoseksuele geaardheid, leeft hij merendeels ondergronds. Hij ervaart voortdurend angst, stress en onrust. ‘Ik voel mij als een hamster die op een looprad rent in een kooi. Hier kan ik nooit het leven leiden dat bij mij past. Hier kan ik nooit laten zien wie ik echt ben,’ schreef hij.
Sahand is een jongen van 25. Hij werkt als make-upartiest, wat in Iran strikt verboden is voor mannen. Na zijn middelbare school moest hij van zijn ouders een studie architectuur volgen, wat hij niet wilde. Stiekem studeerde hij drie jaar lang aan de kunstacademie, maar de economische crisis in Iran dwong hem om een baan te zoeken.

Met het geroezemoes van de stad op de achtergrond, vertelt Sahand: ‘Als kind was verkleden mijn favoriete spel. Ik veranderde en verborg mijzelf onder de make-up en kleding die ik zelf uitzocht. Mijn ouders vermoedden toen al dat ik niet voldeed aan het beeld dat zij hadden van een jongen. Later werd hun vermoeden bevestigd door mij gedrag, mijn stem en mijn voorkeuren. Wij spraken er nooit over. Elk van ons vermeed het doorbreken van het taboe.’
Sahand is even stil. Hij loopt op straat, het verkeersgeluid dringt zich op via de telefoonlijn. Het is daar negen uur ’s avonds en het is nog druk op straat in Teheran.

Iraanse ouders reageren verschillend op een homoseksueel kind. Sommigen willen er niks van weten. Anderen dreigen of gebruiken geweld om hun kind te dwingen zijn natuurlijke seksuele aard te verbergen en te vergeten. Voor sommigen is homoseksualiteit een ziekte die net als andere ziektes door artsen behandeld moet worden. Er zijn ook de ouders je ervan overtuigen dat je het mis hebt. Ze dwingen je tot hormoontherapie, of proberen je te overtuigen dat je transseksueel bent en een geslachtsverandering moet ondergaan. Transseksualiteit is namelijk wel geaccepteerd in Iran.

Na een zucht, vertelt Sahand met melancholische stem: ‘Toen ik achttien of negentien was heb ik mijzelf een paar keer gedwongen om seks te hebben met het andere geslacht. Dat kwam omdat artsen en psychologen, maar ook de media, een enorme druk op me uitoefenden om me ervan te overtuigen dat ik hetero was. Ik heb ook vaak zelfmoordgedachten en heb een keer een poging gedaan tot zelfdoding.’ Een schreeuwende man overstemt hem.

Sahand excuseert zich. ‘Heb je een moment? Ik loop een café binnen.’ Ik hoor zijn stappen. Een deur wordt piepend geopend en gaat weer dicht. De straatgeluiden blijven achter de deur. Een stoel wordt zachtjes verschoven over een stenen vloer.
Met droevige en gedempte stem vervolgt Sahand: ‘Mijn besluit om Iran te verlaten, maakt mij niet blij. Maar ik ben zo verdrietig door mijn omgeving. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet uitgescholden of uitgelachen word om mijn stem, mijn gedrag of mijn keuzes. Of moet ik blijven en vechten, of moet ik weggaan. Ik heb ervoor gekozen om te vertrekken. Ik ben teleurgesteld in alles en iedereen. Volgens velen vertoon ik meisjesachtig gedrag, beoefen ik een vrouwelijk beroep en ben ik niet mannelijk genoeg.’ Zijn stem trilt.

Hij ervaart een enorme druk die hem bijna uit zijn lijf en uit zijn land duwt. In de verte ziet hij een halfopen deur. De deur naar zijn geluk, binnen de grenzen van de EU. Op Sahands profielfoto zie ik een man met opgestoken rood haar. Maar als hij spreekt over de grenzen van de EU, doemt het gezicht van Ahmed Abu Emad in mijn hoofd op. Zijn donkere en dromerige ogen waren ook gericht op de deuren van de EU-grenzen die even half geopend leken. Ik verzamel de moed om tegen Sahand te zeggen hoe onmogelijk het is om de EU te bereiken. Ik moet hem zeggen dat tussen de grens van Turkije en Griekenland duizenden vluchtelingen in een niemandsland zijn beland. Vluchtelingen die geen kant op kunnen. Jongens die vluchten voor geweld, discriminatie en oorlog, maar bij de grens van de wieg van mensenrechten en beschaving, belanden in kou, armoede, geweld en misbruik.

Maar de daadkrachtige stem van Sahand overtreft mij. ‘Ik ben mezelf een leven verschuldigd. Dit leven, de enige keer dat ik leef, alle dromen die in Iran niet kunnen uitkomen. Eigenlijk…’ Sahands stem wordt weer heel zacht, ‘Jaren dacht ik bij mijzelf dat ik niks met kinderen heb tot er op een dag een baby op mijn schoot werd gelegd. Ik mocht een paar uur op haar passen. Ineens voelde ik een intense liefde. Ik keek in haar onschuldige ogen en iets veranderde voorgoed in mij. Ik wil een leven waarin ik ook kinderen mag en kan hebben. In Iran is dat onmogelijk voor mij.’
Zachte Perzische muziek op de achtergrond maakt van zijn wens een droom. Relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht worden niet erkend in Iran. Trouwen en kinderen adopteren is er onmogelijk voor homoseksuelen. De wens van Sahand om vader te worden langs deze weg is een droom. Al zijn er homoseksuelen die vanwege de sociale controle toch trouwen en kinderen krijgen, met een geheime relatie ernaast. Een dubbelleven.

Homoseksualiteit en alles wat eraan gekoppeld is gebeurt ondergronds. De LHBTQI+ gemeenschap is daardoor geïsoleerd en klein. Iedereen kent elkaar en er is een soort maffiawereldje ontstaan. Er is een beperkt aantal jongens dat geld en een groot huis heeft. Die organiseren feesten waar je de gelegenheid hebt om met andere homoseksuelen in contact te komen. Maar om op zulke feesten uitgenodigd te worden moet je aan hun verwachtingen voldoen. Je moet mooi zijn en liefst blond. Je moet knap zijn en ook grappig, je moet er honderd procent verzorgd uitzien en je moet je niet druk maken als ze jou voor hun eigen plezier uitlachen.

Sahand neemt een slokje van zijn bestelde espresso. ‘Ik vraag mij af of het daar waar jij woont wel een ideale wereld is voor mij. Een wereld waar seksualiteit geen probleem is. Waar alles mag en kan ongeacht je geaardheid. Waar het er niet meer toe doet of je man, vrouw of beiden of geen van beiden bent. Mensen zullen zich tot elkaar aangetrokken voelen en elkaar liefhebben ongeacht maatschappelijke of religieuze taboes.’
Voorzichtig, om zijn droom niet te breken, zeg ik dat die ideale wereld niet bestaat. Het wordt eventjes stil. Iemand vraagt Sahand of hij nog iets wilt drinken. ‘Een bovengronds leven leiden is hier wel mogelijk,’ zeg ik. ‘Maar een paradijs is het niet. Ook hier worden mensen geplaagd, gepest en zelfs in elkaar geslagen alleen omdat zij homo zijn.’

We zuchten allebei. Sahand vraagt als laatste of ik een artikel uit een in Iran verboden webwinkel voor hem kan kopen en naar Iran sturen. Hij wil het als afscheidscadeau aan iemand geven. Ik beloof dat ik dat zal doen. En ik denk weer aan Ahmed, wat heeft hij aan zijn dierbaren gegeven toen hij zijn land moest verlaten? Wat heeft hij gezegd toen zij afscheid namen van elkaar?

 

Andere artikelen van Firoozeh Farjadnia verschenen eerder bij RFG Magazine. RFG is een online tijdschrift en tevens stageplek, gemaakt door journalisten met een vluchtelingenachtergrond. Het is in 2017 opgericht in een samenwerking tussen het journalistieke freelancerscollectief De Coöperatie en ONfile, een organisatie die gevluchte journalisten en schrijvers helpt bij het opbouwen van hun carrière in Nederland. Uitgangspunt van RFG Magazine is de stemmen van de gevluchte journalisten te laten horen: in de mainstream media zijn ontelbare verhalen over vluchtelingen te lezen, maar nauwelijks verhalen die door vluchtelingen geschreven zijn. De vaak sterk persoonlijke verhalen in RFG Magazine bieden een uniek beeld door de ogen van nieuwkomers in onze samenleving. RFG Magazine kan voor de auteurs dienen als een springplank naar het publiceren in de reguliere media. Hiermee willen zij bijdragen aan een pluriforme tekst in de media. Lees ook de teksten van de andere RFG-journalisten die op Notulen van het Onzichtbare publiceerden.

Firoozeh Farjadnia groeide op in Kermanshah, een plaats in het Koerdische deel van Iran. In 1995 vluchtte ze op vijfentwintigjarige leeftijd naar Nederland, waar ze een opleiding Bouwkunde volgde. Firoozeh schrijft romans, korte verhalen en columns. In 2014 debuteerde ze met de roman Postvogel (uitgeverij Jurgen Maas). In mei 2017 verscheen haar tweede roman in het Farsi. Ze werkt momenteel aan een korte verhalenbundel en aan haar derde roman.