Het Onvoorstelbare 2/3

Nicole van den Berg, Betül Sefika - 11 mei 2021

Vlaamse en Friese schrijvers stellen zich samen het onvoorstelbare voor

Deze briefwisseling maakte deel uit van De Verwonderkamer: een literair project van Explore the North, Leeuwarden City of Literature en deBuren. Maak het onvoorstelbare voorstelbaar aan de hand van een duurzaam literair format: dat is de taak die drie teams van telkens één Friese en één Vlaamse kunstenaar kregen. In plaats van een fysieke residentie in Leeuwarden met een presentatie op festival Explore the North, hielden de duo’s een digitale residentieweek en werkten ze aan een winterslaapwandeling, de klantenservice van God en een poëtisch enquete-onderzoek naar heiligheid. In De Verwonderkamer zijn Friese makers Anne-Goaitske Breteler, Nicole van den Berg en Raymond Muller gekoppeld aan Vlaamse makers Arno Boey, Betül Sefika en Marie Borremans. De teams kregen in de aanloop naar de residentie workshops over kunst en (on)voorstelbaarheid, van Barend van Heusden, Hoogleraar Cultuur en Cognitie aan de RUG, en van dichter/actrice/goochelaar Maud van Hauwaert. 

 


vrij 16 okt. 16:47 | Leeuwarden, Friesland

Hoi Betül,

Vandaag heb ik een vrije dag. Ik had al vroeg op de ochtend aan dit schrijven willen beginnen, maar er kwam iets urgents tussen: de zon scheen.

Daarom ben ik eerst lang met mijn hond gaan wandelen in Heechterp-Schieringen, een wijk in het oosten van Leeuwarden. Je hebt daar een heel mooi uitzicht op de fabrieken van Friesland Campina (melk) en Koopmans (meel). Die fabrieken zet ik bijna iedere dag op de foto. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Ik doe het nu al bijna een jaar. Eén van de foto’s >

Wat ik wel gek vind: ik zie in de fabrieken nooit mensen. Wel lopende banden. En achter sommige raampjes zie je heel grote machines heen en weer schudden. Ik mag graag denken dat daar milkshakes geboren worden, of pannenkoeken. Even verderop staat ook een fabriek van Dr. Oetker. Daar zien diepvriespizza’s en poederpuddings het levenslicht.

< Op Google Maps heb ik een paar weken terug een medewerker ontdekt. Dat hij precies op het moment dat de Google-auto langsreed bij dat pijltje stond, in zijn vervreemdende witte pak; dat vind ik redelijk onvoorstelbaar.

De fabrieken staan er al sinds 1913. Waarschijnlijk waren er toen wél veel mensen achter de raampjes van de gebouwen te zien. Ik woon namelijk in een nabijgelegen wijk die destijds grotendeels bevolkt werd door fabrieksarbeiders. Ze woonden met hele gezinnen in huisjes die nu maar net ruim genoeg voelen voor één persoon en een hond.

Waarschijnlijk was het in die tijd onvoorstelbaar dat er schudmachines zouden komen en dat een millennial helemaal alleen zo’n arbeidershuisje zou bewonen. Laat staan dat die enkele millennial de droom zou hebben om ooit die vermaledijde fabrieken van binnen te zien. (Nóg onvoorstelbaarder in 1913: een millennial die elke dag een foto van de gebouwen maakt met een apparaat dat op een heel klein snijplankje lijkt.)

Is een ‘snijplank’ in België ook een ding? Ik las laatst namelijk dat ‘ham’ bij jullie ‘hesp’ genoemd wordt en sindsdien staat alles op losse schroeven. Nader onderzoek wijst uit dat het woord ‘hesp’ al sinds 1252 gebruikt wordt, dus misschien ben ik gewoon bijzonder late to the party. Kijk: taal leeft. En soms kennelijk ook niet, zoals bij ‘hesp’. Dat is wel mooi.

///

Ik voelde me wat bezwaard toen ik hoorde dat De Anderen (Sartre, red.) een fysieke brief zouden sturen. Dat voelt natuurlijk veel persoonlijker en gemoedelijker. Toch heb ik voor digitale correspondentie gekozen. Ik houd namelijk heel erg van de combinatie van tekst en beeld en heb vaak plaatjes nodig om mijn ideeën beter uit te kunnen leggen. Nu had ik de plaatjes kunnen printen en ze in de brief kunnen plakken, zoals ik ook bij mijn eerste schoolwerkstuk (onderwerp: ‘De Vos’) deed. Helaas ben ik daarvoor te lui.

De workshop van Bernard van Heusden deed me denken aan mijn tijd op de Rijksuniversiteit Groningen, waar ik Geschiedenis studeerde met een aantal keuzevakken uit de opleiding Filosofie. Soms werd dat ook zo meta dat ik er koortsig van werd.

Wat ik vooral interessant vond: het belang van context en het feit dat het onvoorstelbare nooit ver weg kan liggen van wat we al kennen. Aan de ene kant geruststellend, aan de andere kant angstaanjagend. Hoe vind je die ruimte tussen wat is en wat niet is? Zijn we wel in staat om het te herkennen? Misschien zie ik wel elke dag dingen die onvoorstelbaar zijn, maar filtert mijn brein ze eruit, omdat ze niet passen binnen mijn denkkaders en verwachtingen.

Nu is mijn cognitieve vermogen in de 32 jaar dat ik leef gelukkig wel wat verbeterd. Of beter gezegd: mijn repertoire aan ervaringen en herinneringen is groter geworden, waardoor ik tot meer mogelijke combinaties kan komen om mijn werkelijkheid vorm te geven.


Ook moest ik denken aan rijstepap en macaroni. Dat komt door een boek dat ik ooit las, ik weet niet meer wat de titel was. In elk geval kwam het hoofdpersonage met het volgende voorbeeld: wij stoppen een bakje rijstepap in de magnetron en vinden het volstrekt normaal dat er vervolgens ook weer een bakje rijstepap uitkomt. Maar wat gebeurt er in de tussentijd, achter het gesloten deurtje? Misschien verandert de pap wel stiekem in macaroni met kaas als er even niemand kijkt. Om daarna weer als rijstepap tevoorschijn te komen, zodat wij mensenkinderen helemaal niets vermoeden.

Nou, daar hoor je nou nooit iets over in de mainstream media!!!11 (insert boze vrouw van middelbare leeftijd met pittig kapsel) >

Ik heb niet de illusie dat ik beter dan een boze vrouw met pittig kapsel buiten mijn eigen denkkaders kan treden zonder externe input. Daarom ben ik blij dat ik met jou ervaringen en herinneringen mag uitwisselen!

///

Even concreet. De workshop van Maud was ook inspirerend, he? Vooral Wie Is Het en de viewmachine met dia’s vond ik fantastisch. Het maakte de term ‘literair format’ iets minder intimiderend. Het lijkt mij erg fijn om de mogelijkheden wat af te bakenen met de restricties van een specifiek medium. Mijn brein gaat doorgaans alle kanten op. Laat het stoppen!

Een vorm waar ik na de workshop van Maud aan moest denken:

1. Floppy disks
Volgens mij ben jij iets jonger. Heb je nog floppy disks gebruikt? N.a.v. de workshop van Maud leek het me opeens superleuk iets met floppies te doen. Bijvoorbeeld een (beeld)verhaal verspreid over verschillende floppy disks die ingevoerd moeten worden op zo’n beige computer met een beeldscherm van 80 kilo. Oddly specific, maar je snapt het idee.

Qua thema moest ik denken aan de volgende dingen: wat als informatietechnologie daar gestopt was? Wat voor manier van communiceren hadden we dan gehad? Hadden we ons toen kunnen voorstellen hoe we nu met elkaar communiceren? Kunnen we vormen van nu (WhatsApp, Instagram Stories, Twitch) vertalen naar een dikke MS Dos kompjoeter? Hoe zou dat eruit zien? Dikke kompjoeter. >


Naast deze vorm schoten mij ook een aantal thema’s te binnen.

2. Rug
Het zit me al een aantal jaar dwars dat ik nooit mijn eigen achterhoofd en rug zal kunnen waarnemen. Althans, geen directe waarneming. Alleen met behulp van spiegels kun je die lichaamsdelen zien. Dat is toch gekmakend, als je erover nadenkt? Moet je je voorstellen dat je je eigen achterkant zou kunnen zien zonder hulpmiddelen. Juist: kan niet.

3. Angstpak
Soms vind ik het een heel gek idee dat je nooit precies kunt weten hoe andere mensen het leven ervaren. We proberen allemaal met taal aan anderen duidelijk te maken hoe we ons voelen. Maar echt erváren wat die ander ervaart, dat gaat nooit gebeuren. In die zin zijn gevoelens van anderen onvoorstelbaar. Gelijkenissen zullen er zijn en soms heb je het gevoel elkaar te begrijpen. Maar niemand heeft ooit in twee lichamen tegelijk gezeten, dus zeker weten doen we het niet.

Zo dacht ik bijvoorbeeld 24 jaar lang dat het normaal was om iedere dag een onderstroom van spanning en zenuwachtigheid te ervaren. Ik had er nooit bij stilgestaan dat niet iederéén dat had. Uiteindelijk moest ik daarmee naar een psycholoog. Die mevrouw ging op basis van een ellenlange vragenlijst het onvoorstelbare voorstelbaar maken: individuele gevoelens die niet de hare waren, maar de mijne. Mijn gevoelens rolden uit de test in de vorm van tabellen en grafieken. Lekker opgeruimd en overzichtelijk.

Soms denk ik wel eens: wat zou het cool zijn als er zoiets zou bestaan als een ‘angstpak’, gelijk aan een ‘dikmaakpak’. Zodat je dat pak aan kunt trekken en dan exact kunt ervaren hoe iemand met een teveel aan angst de wereld ervaart.

Andere gewenste pakken:
– Depressiepak
– Extravertpak & Introvertpak
– Eenzaamheidspak
De mogelijkheden zijn eindeloos.

Hier wil ik het voor vandaag bij laten! Sorry als het geheel wat chaotisch is. Ik ben heel benieuwd naar jouw gedachten na het bijwonen van de workshops en natuurlijk ook gewoon naar wie jij bent en wat je allemaal doet. Tot de volgende!

Groetnis,

Nicole

PS: Jaaa, prachtige video van BREIN. Ik kan me het gevoel nog zo goed herinneren wanneer er zo’n televisietoestel met videorecorder op een karretje het klaslokaal werd binnengereden. Deze meme zegt alles.

 


 

Dag Nicole,

Het is bijna 12u ’s nachts en ik schrijf je nogal slaperig van onder de dekens op een blad papier dat ik later nog zal overtikken in een Garamond, ofzo. Het idee was je eigenlijk deze ochtend te schrijven en de bedenkingen van gísteravond met je te delen. In de ochtend zou ik het dan kunnen hebben over het gevaar van met een gedachte in slaap te vallen nog voor je hem hebt opgeschreven. De ‘dat mag ik zeker niet vergeten als ik opsta,’ ken je hem? En de ‘oh, nee, ik had het toen moeten opschrijven’?
Gelukkig is de gedachte bij me gebleven, al geldt dat niet voor veel van de taal errond.
(Denk: kleurplaat is er nog, maar niet meer ingekleurd.)
Alvorens je te zeggen wat het verhaal was, wil ik je bedanken voor je heerlijke brief en me helemaal bij je aansluiten wat betreft hoe leuk digitaal schrijven is.

Kijk we zitten in een insprong!! En yes, deze promotie voor digitale tekstverwerkers gebeurt nog steeds in potlood!
Een beetje zoals kinderen (of toch kinderen in 2001-2006) die broekzakcomputertjes van klapspiegeltjes maakten, of ruimteschepen van trappen. Hierzo, drukletter, drukletter, drukletter.
Maar goed, terug naar de oorspronkelijke uitlijning.

De gedachte waarmee ik ging slapen begon bij een herinnering aan mijn amateurkapperschap. Tijdens de lockdown knipte ik een vriend met erg veel haar, zó ontzettend veel haar. Niet al te lang of iets dergelijks, maar zó jaloersmakend vol en veel.
Bij het knippen verdeel je het haar in secties als een leidraad. Het geeft je grip, orde en een stappenplan. Zijn haar, daarentegen, was zo dik dat deze verdelingen niet toe te passen waren. Elke keer dat je dacht de juiste lokken vast te hebben, schoten er andere tussenin of- uit, of doken er verborgen weerborstels op die binnenin je segment een tegenbeweging in gang zetten. Als je ooit haar wil zien kolken, zijn kruin was the place to be.
‘Ik snap je haar niet,’ zei ik.
Gaandeweg begon ik wat grip te krijgen en hij vertrok met een prima coupe.
‘Denk je dat je mijn haar hebt begrepen?’
Ik herinner me niet meer wat ik daar exact op antwoordde, maar het kwam erop neer dat alle wegwijs die ik tijdens het knippen leek te hebben, louter intuïtief was en alleen op dat moment geldig. Zijn haar is namelijk zo onvoorspelbaar dat ik het niet kán kennen. Hooguit weet ik er onbewust wat mee te doen.
Al het oriënteren dat ik deed terwijl ik een coupe in die chaos zocht, kan ik me dan ook niet herinneren. Ik kan me het oriënteren niet herinneren, omdat ik er geen vat op had. Ik had geen vat op het oriënteren, omdat het geen beredeneerd proces was, want ik snapte het haar niet.
Dat maakt de herinnering niet vertaalbaar naar het nu, wat bij dun behaarde hoofden wel mogelijk is.
Het deed me denken aan ‘het voorstelbare onvoorstelbaar maken,’ zoals Barend van Heusden zei.
Maar genoeg ijle gedachtenkronkels. Morgen groeit de brief en heb ik het over zinnige dingen.

20 oktober

Goeiemiddag! Ik heb iets voor je: een middelgrote roze citrusvrucht die de naam ‘pompelmoes’ draagt. Ik heb Nederlanders wel al eens dezelfde vrucht uit het Engels zien lenen.
Ik zal hem in partjes snijden op een snijplankje, want daar ken ik oprecht geen ander woord voor.
Grappig wel die taalvariatie.
Een vriendin van me gaf ooit iemand in Amsterdam een compliment over haar ‘kleedje’, wat een synoniem is voor jurk in het Vlaams, maar de persoon in kwestie voelde zich beledigd omdat iemand zei dat ze een tapijt aanhad.

21 oktober

Dat stukje tekst van je is zo fijn. En zo herkenbaar.
Jouw wereld is ieders wereld als kind. Dan leer je dat niet alle meisjes van roze houden, of dat joden nog steeds bestaan en niet allemaal in christenen zijn veranderd toen Jezus kwam. Of in mijn geval: dat het feit dat je Nederlands spreekt niet noodzakelijk betekent dat je in Nederland woont. Bij mijn nichtjes en neefjes heb ik het ook al gemerkt. Er is een moment dat je over België leert en dat moment is best laat.
Je wereld is zo klein als kind, en je lijst aan ervaringen evengoed, waardoor alles veel sterker binnenkomt.
Ken je dat brandend gevoel van schaamte/schuld/verlegenheid/verliefdheid in je hals/keel/kaak/wangen dat je versteent en sprakeloos maakt? Ik alvast erg goed :)* Die momenten zijn zo overrompelend en daarom juist zo makkelijk weer voor de geest te halen. Sinds mijn twintigste heb ik het echter niet meer meegemaakt, omdat ik gelijk in de relativering schiet. Ik lijk overrompeling niet meer te accepteren.
In de meeste gevallen is dat een erg dikke win, hoor. Alleen in de liefde mis ik het wel eens af en toe. Ik lijk zelf te groot te zijn geworden om nog helemaal op te gaan in iemand die zo’n klein onderdeel van mijn leven is.
*ik pleit voor het gebruik van uitgetypte emoji’s als leestekens en de
mogelijkheid om zinnen ermee af te sluiten.
Die kleinte van je kinderwereld maakt wel dat je onvoorstelbare dingen makkelijker als waar accepteert. God bestaat? Oké. We moeten voor alles wat we doen ‘bismillah’ zeggen (mag ook binnensmonds of in gedachten)? Oké.
In De wereld van Sofie wordt een scène beschreven van een vader die plots begint te vliegen in de keuken. De moeder staat er met haar handen voor haar mond en haar mond vol tanden. De peuter is ontzettend geamuseerd.
Goed moment om de rijstpap-macaroni-rijstpap uit de magnetron te halen.

*******

De sessie van Maud was goed, ja! Haar project met de kamers en de beweging in het huis die zichtbaar wordt gemaakt is me erg bijgebleven. (Ik schreef bijna blijgebleven.)
En haar Toren van Babel met de vlaggen en het telkens opnieuw vertaalde gedicht! Die overgave aan het toeval, of toch een systeem dat je niet zelf controleert, is erg spannend.
En ten slotte, wat jij al aanhaalde: een vorm die de inhoud bepaalt. Lijkt me een erg tof startpunt.
Nu is het wat drukker geweest de afgelopen twee weken. Veel heb ik nog niet kunnen bedenken.
Ik merk dat als ik wat slapelozer ben, wazig of gestresst, dat mijn geheugen het niet zo goed doet en daarom mijn voorstellingsvermogen ook veel minder. Ik zou dus wel baat hebben bij een soort verbeeldingspomp om dit vermogen op te pompen. Hoe dit te maken weet ik nog niet. Misschien door therapiesessies te bedenken. Mét een absurd decor! Want het is zonde om niet samen met het productieteam te kunnen werken.
Tijdens onze trip naar Frankrijk hadden mijn lief en ik het idee om Verandavisualisatiesessies te bedenken als een soort mindfulness meets architecturale windowshopping.

VERANDA VISUALISATIE EXPERIENCE
Alweer te laat?
Die veranda’s visualiseren zichzelf niet, Johannes.
Welkom iedereen bij de veranda visualisatie experience
Meditatie is het nieuwe zwart.
En Veranda Visualisatie is het nieuwe mediteren.

‘Die van mijn grootouders was erg mooi. Altijd licht en wit met veel planten.’
‘Het leek er altijd zonnig’
‘Ik wil een halve koepel met krulletjes.’

Je ruggen!

Wat grappig dat je dit aanhaalt! Vorige week schreef ik naar aanleiding van de Literaire Tarotlijn van deBuren een tekst over ruggen, over hoe je schaduw je rug in het oog houdt en nog een paar andere dingen—ik ga nog niet al te veel verklappen. (Het gaat volledig in tegen de principes van de Tarot, maar toets eerst 0 en dan 4 om tot bij de tekst te komen.) (Of ja, ik stuur hem misschien gewoon best door.) (Ook vandaag heerst er een vage bui in dit huis.)
Ook denk ik al even aan het idee een absurd kookboek te maken. En een ‘lelijk theehuis’ waarin allerlei recepten uit dat kookboek gepresenteerd worden. Maar dat leg ik je de volgende keer uit.
Je hebt ook nog een verhaal over een floppy disk van me tegoed!! Een waanzinnig verhaal dat eigenlijk een gedegen kandidaat was geweest als antwoord op de beginvraag van dit project: Wat is het meest onvoorstelbare dat je hebt meegemaakt?
Tot de volgende!

 


 

Hoi Betül!

Allereerst heel erg bedankt voor je brief, ik werd er zo blij van. Het woord pompelmoes kende ik nog niet. Nu ik het wel ken, voelt het haast alsof er sprake is van voltooid leven. Het project is klaar! Ik kan vredig heengaan! Binnenkort op de voorkant van de Leeuwarder Courant: ‘Het woord “pompelmoes” blijkt duurzaam literair format.’

Grapje. De komende dagen probeer ik iedere dag een stukje terug te schrijven.

24 oktober 2020, 12.14u /// Onbegrepen haar

Je passage over onbegrepen haren heeft mij geïnspireerd deze zaterdag de keukenschaar ter hand te nemen en mijn eigen pony te knippen. Dat is altijd best spannend. Ik maak mijn haren nat, kam de pony helemaal glad naar voren—over mijn ogen—en knip vervolgens goeddeels met mijn ogen dicht. Ten eerste omdat ik op dat moment toch niets zie (vandaar de nood het te knippen) en ten tweede omdat ik bang ben dat er haartjes in mijn ogen terechtkomen.
Normaal gesproken knipt mijn moeder mij. Ze was veertig jaar geleden kapster en gaat vrij ruw te werk. Eén keer is mijn haar aanzienlijk korter geworden dan ik gevraagd had. We stonden voor de spiegel in mijn ouderlijk huis en mijn moeder bleef maar met haar handen over mijn pony strijken—steeds platter—om de illusie van lengte te creëren.
Ik zei: ‘Het is wel korter dan ik me had voorgesteld.’
Ze antwoordde: ‘Ja, ik had het ook niet verwacht.’
Het klonk oprecht verbaasd, alsof ze geen enkele controle had gehad over haar handelen. Misschien was ze in een soort voortvarende trance geweest, een beetje zoals toen jij die vriend met het volle haar aan het knippen was. Daarover gesproken: het verhaal deed me óók denken aan mijn eigen debuut als amateurkapper. De haren die ik ging knippen zaten vast aan het hoofd van mijn toenmalige vriend. Vooraf had ik precies één YouTube-tutorial gekeken. Ik zou het haar in stroken verdelen en van daaruit gestructureerd te werk gaan.
De vriend was al een jaar niet meer geknipt en hield er bovendien niet van zijn haren te kammen of te wassen. Het was een ondoenlijke taak. Al vrij snel zei hij: ‘Kun je het niet gewoon met de botte bijl doen? Anders zitten we hier morgen nog.’
Toen heb ik op een willekeurige plek een dikke bos haren beetgepakt en de schaar erin gezet. En daarna nog een keer, en daarna nog een keer, en daarna nog een keer. Net zolang totdat er een min of meer acceptabel herenkapsel overbleef. De plukken haar gooiden we in een grote braadpan, zodat we naderhand niet zouden hoeven stofzuigen.
Dat leek toen logisch.

25 oktober, 11.20u /// Rite de passage

Eén van mijn favoriete zinnen uit je brief: ‘Er is een moment dat je over België leert en dat moment is best laat.’ Wat prachtig! Ik stel me nu voor dat iedereen in België zo rond zijn of haar zesde levensjaar dit nieuws te horen krijgt, als een soort rite de passage. Je ouders vragen je of je even komt zitten. Ze moeten je iets vertellen. Ze halen diep adem en zeggen: ‘Lieverd, Sinterklaas bestaat niet en o ja, wij wonen in België.’
(Het kind antwoordt: ‘O oké, is goed.’ en rent terug naar de speeltuin om aldaar grote hoeveelheden zand te eten. Iemand heeft gezegd dat je er magische krachten van krijgt.)
Het is wel een interessant gegeven: als kind is je repertoire zo klein dat je elk nieuw ding als gegeven aanneemt. Leef je dan in een heel kleine wereld of juist in een eindeloos grote wereld? Je hebt weinig referentiemateriaal om je voorstellingsvermogen mee te vullen, maar tegelijkertijd kan de wereld daardoor nog alle kanten op. Je bent je nog niet zo bewust van allerlei onmogelijkheden. Zoals vliegende vaders. Volwassen kunnen inderdaad veel lastiger overrompeld worden, althans, niet zonder tegelijkertijd angst te voelen.
Denk je dat kinderen onze voorstellingspomp zouden kunnen bedienen? Of krijgen we dan gedoe met de Arbeidsomstandighedenwet?

26 oktober, 23.20u /// Brand

Mijn overbuurvrouw belde vandaag aan en vroeg ‘mag ik even binnenkomen’ terwijl ze reeds mijn hal binnenstapte. Middenin mijn woonkamer trok ze haar joggingbroek naar beneden. Rond haar bilnaad zag ik een enorme brandwond met een blaar erop. Ze vertelde dat ze met een heetwaterkruik in bed was gaan zitten en dat het ding geknapt was.
Ze zei: ‘Godverdomme, wat deed dat zeer.’
Ik zei: ‘Ja, dat kan ik me voorstellen.’
De rest van de dag heb ik me afgevraagd of het geen gevaarlijke aangelegenheid is om het onvoorstelbare voorstelbaar te maken. Sommige dingen kunnen nooit meer niet gezien worden.

27 oktober, 14.48u /// Koffie

Momenteel werk ik volledig vanuit huis. Mijn collega’s zijn heel leuk en ik mis ze best wel. Daarom hebben we soms Skype aan tijdens het werken, zodat we tussendoor nog wat grapjes kunnen maken. Inmiddels voelt dat zo normaal dat ik vandaag gedachteloos tegen de camera zei: ‘Ik ga koffie halen, wil jij ook?’

< Eén van mijn collega’s maakt graag mockups van online besprekingen. Meestal ben ik de pineut.

27 oktober, 17.08u /// Bliktelefoon

Witte bonen in tomatensaus zijn lekker, vooral van Heinz. Ze zitten in zo’n conservenblik met ribbeltjes. Toen ik deze week zo’n blik opende moest ik opeens denken aan nóg een mooie oude communicatievorm: conservenblikken met een touwtje ertussen. Best wel coronaproof ook. Dat lijkt me ook een hele leuke vorm om iets mee te doen.

Jouw Veranda Visualisatie Experience (Fries, vrij vertaald: ‘Feranda Fisualisaasje Ûnderfining’) spreekt me erg aan. Of in bredere zin: het idee van verhalende therapiesessies in een absurd decor. Therapie via de bliktelefoon komt daarvoor wel in aanmerking. Hoe dit allemaal samen moet komen? Geen idee! Yes!

Daarnaast schoot me nog iets te binnen: een tijdje terug keek ik (net als iedereen en z’n moeder) de Netflix-documentaire The Social Dilemma. Daarin wordt gevisualiseerd hoe ontzettend veel data techgiganten over ons verzamelen. En dat we vrijwel al die informatie achteloos zélf online smijten. Zo’n enge tussenpartij had je met een bliktelefoon niet. … OF WEL, in onze voorstellingspomp van conservenblikken?! Misschien kunnen Mark Zuckerberg en Jeff Bezos de therapiesessies verzorgen via de conservenblikken, keurig op anderhalve meter afstand van de luisteraar.

Tot zover. Vanavond gaan we elkaar spreken via videochat. Ik kijk ernaar uit!

Groetjes Nicole (en
een pootje van Yuko.)


 

Dag Nicole,

(Bedacht me net dat als ik je aanspreek met ge88 Nicole, ik je zowel in informele sms-taal zou aanspreken als in plechtig briefstuurjargon.)

vrijdag—18 50 —wandeling

Ik schrijf je net na het eten en net voor een vertrek. Mijn lief en ik gaan wandelen zo meteen. Ik schat binnen 3 minuten al vertrokken te zijn, maar ik wil heel graag deze brief al een begin geven.
We zijn klaar. Hij doet zijn sjaal aan.
Tot zo.

vrijdag—20 52—wandeling

We zijn terug.
c. We hebben net een gesprek gehad over berggorilla’s in de Pyreneeën en ontploffende hoofden.
b. Daarvoor over glazen huizen en hoe intens kinderherinneringen kunnen zijn.
a. Daarvoor over hersenloosheid als braak liggen en hoe dat anders lijkt in een relatie.
Daarvoor tijdens de wandeling verzonnen we verhaaltjes.
Verhaaltjes verzinnen heeft spelregels als je met zijn tweeën bent, heb ik vandaag besloten.
Persoon 1 moet namelijk allereerst een kleur opgeven die bepalend is voor het hoofdpersonage, dan een beginpunt bedenken en ten slotte een plek waar het moet eindigen.
Persoon 2 moet een verhaal uit al deze informatie breien.
Ronde 1:

Hazelnoot—Gentbrugge—De okkernotenboom in de tuin van mijn opa:
Het verhaal gaat over de homoseksuele hazennoden van hazelnootkleurige hazen in het niet zo progressieve Gentbrugge van de jaren 70, die niet open durfden te zijn over hun geaardheid. Ze kwamen in een Turks gastarbeidersgezinnetje terecht, die het geslacht van de konijntjes niet eens konden uitpluizen, laat staan hun geaardheid en daarom ook blind waren voor hoe hun levensopvattingen niet met elkaar strookten. De Gents-Turkse gastarbeiders (meer bepaald uit Izmir) bezochten enkele weken later hun familie, Berings-Turkse gastarbeiders uit Kayseri.
De hazen raakten goed bevriend met mijn grootvader en sloten bovendien een huurcontract met hem af om onder zijn okkernotenboom te mogen wonen. Vele jaren later zou hij verhalen vertellen aan mij en broerlief over hoe de haasjes steeds het brood dat we voor de vissen hadden voorzien stalen. Dat brood begroeven we overigens na elk vijverbezoek in de grond bij het heuveltje boven het water.

We waren langs het asfaltweggetje aan het wandelen een vijftal meter van het water, ik geloof de Schelde. “De dode arm van de Schelde,” zei Johannes me nu net, “er zit redelijk weinig water in, maar vroeger was het wel de echte Schelde,” aldus Johannes. Mijn verhaal was net afgelopen en ik moest de opdracht voor Johannes verzinnen toen we doorhadden net niet op het karkas van een krab gelopen te hebben. Een krab. Een krab die helemaal vanuit de zee, naar de rivier, over de betonnen boord, over het gras tot op het asfalt gekropen is.
Ronde 2:

Koraal—het onder grafitti bedolven beton vlak achter ons—(vanaf dan weet ik het niet meer)
(Maar iets met die krab dus. En een Amerikaanse acteur, vraag me niet dewelke.)

a. Eenmaal thuis, ploften we in de zetel,  namen de houding aan van tweelingen die terug in de baarmoeder kruipen en waren we even leeg.
Johannes vroeg me waar ik aan dacht. In geheel andere woorden vertelde ik hem dat ik aan die leegte zelf dacht en aan hoe functioneel die is in termen van rust. De golflengte van je hoofd even kunnen afstellen op die van de Sahara/maanvlakte/ruimte tussen raam en gordijn doet je verantwoordelijkheden kort verdwijnen, zodat je ze niet hoeft te voelen en je daarna meer geconcentreerd met ze bezig kan zijn.
Ik vertelde hem hoe zijn aanwezigheid als een soort anker in de realiteit voelde. Als een stoorzender in ‘het afschaffen van alles’-therapie. Ik vroeg me af hoe mensen in relaties hun rust vinden als ze steeds aanwezig zijn in elkaars pogingen daartoe.
b. Het gesprek evolueerde verder in de richting van het onderwerp ‘het behoud van privé’. Johannes vertelde hoe hij als kind zei in een glazen huis te willen wonen, waarop zijn opa hem vroeg: ‘En de mensen die je op de wc kunnen zien dan?’ met als antwoord ‘En dan?’—dit alles vrij vertaald vanuit het West-Vlaams — het scheelde hem oprecht niet.
‘Het is gek hoe sommige herinneringen zo helder blijven,’ merkte hij op.
Ik probeerde hem ook zo’n herinnering te bieden. In het huis van mijn grootmoeder zag ik bloed in het toilet vlak nadat mijn moeder er was geweest. Waarom, vroeg ik haar en mijn tante. Dat konden ze me niet vertellen, omdat het grotemensenzaken waren.
Als ik twaalf was mocht ik het weten. (Dat was een jaar voordat ik een website van haar mocht bouwen.)
De rampscenario’s die ik bedacht! Maar echt stressen deed ik niet. Gevoelsmatig besloot ik blind te vertrouwen op hoe onverschillig ze omgingen met deze abnormaliteit.
c. Enkele momenten verder in de zetel haalde Johannes kort aan hoe hij zijn broer als kind overtuigde dat er berggorilla’s in de Pyreneeën leefden. Tot een tweetal jaar geleden was dit onderdeel van zijn wereldbeeld, tot op een random moment in de bus hij plots dacht: ‘Wacht eens even…’
Ook ik heb wel eens gelogen over de natuur en zijn wetten tegen een kind. Ik werkte eens als animator op een speelpleinwerking, en op een ogenblik dat het echt stil moest zijn, was een kindje een gek keelgeluid aan het maken—je zou het kraaien kunnen noemen. Echt niet gezond voor zijn stembanden.
Ik liep naar hem toe en fluisterde bloedserieus dat dit geluid ervoor zorgde dat er lucht in zijn hoofd bleef vastzitten en als hij het verder deed zijn hoofd zou ontploffen. Zijn ogen werden groot en hij schudde zachtjes en geluidloos zijn hoofd.
‘Jawel, echt waar.’

 

~Intermezzo~

Je buurvrouw! Ja, jakkes dus. Maar misschien moet je fistels zien als een voorwaarde voor het bestaansrecht van een mooie gezonde huid. Als twee punten op dezelfde as. Als je een positieve kwalificatie wil toekennen aan iets, moet het immers beter zijn dan iets anders. Jeugdigheid, beweging en goed eten, samengevat: gezondheid houdt je aan de mooiebillenzijde. Ziekte, ouderdom, stagnatie geven je fistels. Twee uitersten, hetzelfde spoor.
~ alles is verbonden~*

*Leve tildes/~’s! Ze doen me een beetje denken aan een em dash of kastlijntje—dit soort gedachtenstreepjes, maar dan dansend!
Kijk~~~~~eens~zo~~groovy~~~. Even opgezocht of ik ze apart, als een letterloos tekentje mag gebruiken. Hier de wiki-uitleg:
De tilde is het diakritsche teken.
(het staat er echt als diakritsche ipv diakritische)
=> Een diakritisch teken is een schriftteken dat boven, onder of door een letter gezet wordt ter aanduiding van de uitspraak.

=> in de oplijsting van diakritische tekens in de Nederlandse taal zag ik dat een trema en een umlaut andere tekens zijn, terwijl ze er hetzelfde uitzien.

=> De umlaut is in de loop van de tijd via twee schuine streepjes vereenvoudigd tot twee puntjes. Daarmee ziet de moderne umlaut er in druk uit als een trema, maar in een handgeschreven tekst kan hij nog steeds de vorm van twee korte schuine streepjes hebben.
=> de dubbele punt op mijn naam is dus blijkbaar alleen maar een umlaut en geen trema.

 

 

=> oh ja, ik zag ook deze olifant in de kamer.

Meestal wordt een tilde boven een letter aangebracht, maar onder andere in de natuurwetenschappen wordt het als zelfstandig symbool gebruikt. Het neemt dan een eigen tekenpositie in (ASCII-teken 126) . De naam ‘tilde’ komt van het Latijnse ‘titilus’ (tableau, bovenschrift).
=> Mensen die Tilde heten, hebben daarentegen hun naam meestal uit het langere Mathilde gestolen.

 

Zaterdag—12 11 —wandeling

En de vele dagen daarop, want ik krijg het gewoon niet geschreven. Waar ik het over wil hebben is ijl en gevoelig en ik blokkeer als ik het probeer te vatten. (Inmiddels heb ik het je al via Skype verteld dus ik hou het kort.)

Johannes is jarig vandaag. We gaan opnieuw wandelen zo meteen. Naar de Gentbrugse Meersen. Meerse slaat trouwens niet op een meer—wat ik eerst dacht—maar op drassig gebied.
Het woord meers (vroeger: meersch) of mars betekent ‘moeras’ of ‘drassig land’. Een meers duidt op laaggelegen, natte grond, die alleen geschikt was als weide- of hooiland, meestal begroeid met houtige in plaats van (in een moeras) kruidachtige plantensoorten.
Hieronder de fotootjes die ik er zo meteen zal nemen.

Ik schreef net een bericht aan iemand, met wie ik mocht samenwerken in het begin van de lockdown. Hij vroeg kort hoe het was. Achteraf bekeken is het misschien wat overdadig, gezien wij elkaar niet eens in levende lijve hebben ontmoet, maar dit is wat eruit floepte.

Wat fijn om van je te horen. Het gaat erg goed, hier in de bubbel is alles top. Ik hou alleen mijn hart vast voor alles daarbuiten. Er is veel onrust bij mensen die ik misschien geen vrienden kan noemen maar wel tot de kringen van mijn kringen, of misschien zelfs mijn ‘dorp’ behoren.
Er is een gek gemis naar de gezichten van mensen die mijn vrienden niet zijn en ik weet niet goed hoe ermee om te gaan. Had gehoopt dat niet meer zou hoeven tegen nu.

De afgelopen twee weken zijn er twee kennissen kort na elkaar overleden. De eerste was een voormalige leerkracht en de ander een legende die op wandelafstand van me leefde. Beiden illustratoren. Beiden zo zachtaardig. Ze spoken. Ik heb hun overlijdensberichten regelmatig bekeken, om het mezelf te leren geloven.|
Het is pas nu, na een goede anderhalve week dat het begint te dagen.
En het idee dat ik ze niet meer zal zien als iedereen terug naar buiten mag is heel gek. Zoals ik zei, een echte band had ik niet met ze, maar het lijkt alsof deze afgelopen maanden toen het haast verboden was connectie te maken met je omgeving, in afwachting tot ‘het buiten’ weer betreedbaar was, ze me zijn ontglipt.
Het voelt alsof het niet mijn plek is om te rouwen en alsof de gevoelens die ik heb misplaatst zijn. Rechtstreekse pijn heb ik eigenlijk ook niet (heel gekke uitdrukking dit). Maar wel zorgen om, en betrokkenheid naar mijn kennissen toe, vrienden van mijn geliefde vrienden. Fantoomrouw, zoals ook fantoompijn bestaat.
En daar knelt het. Wat misschien echt een klus is, is hoe mijn kennissen te ondersteunen op een niet geforceerde manier, binnen de bestaande dynamiek van onze relatie, die vooral gedefinieerd wordt door elkaar buiten tegenkomen. Dit allemaal op het moment dat buiten afgeschaft is.
Hoe doe ik dit zonder communicatie af te dwingen in de vorm van een berichtje, zagend aanwezig in hun postvak, dat ze nog van een beleefd antwoord moeten voorzien in plechtige taal die ze nog moeten verzinnen, omdat ze hun situatie alleen nog maar met kut en fuck kunnen beschrijven? Belastend zijn in een periode die al zwaar is, is juist wat ik niet wil.
Een casual sociaal opvangnet, frisse lucht, frisse impulsen, vallen allemaal weg nu.
Zoals ik al zei, ik mis de nog niet in me gevestigde mensen, mensen die waaien, hoe dankbaar ik ook ben voor de mensen die mijn bodem zijn.

Zo, ik denk dat het er eindelijk staat. Sorry voor de traagheid.

Hier een filmpje over drieënhalf jaar oude Micha, die sneller weg is met dingen.

Tot snel!

Liefs,
Betül

 


 

Explore the North
Explore the North ontwikkeld op dit moment diverse nieuwe interdisciplinaire, vaak meertalige projecten op verschillende locaties. 2021 wordt dan ook – uiteraard onder voorbehoud van de ontwikkelingen rond het virus – een bomvol jaar vol talentontwikkeling, producties, presentaties en expedities.

deBuren
deBuren is het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat, gelegen in Brussel. Het bevordert de culturele en maatschappelijke samenwerking en uitwisseling tussen Vlaanderen en Nederland door te presenteren, te produceren, te inspireren en te verbinden. Er wordt gestreefd naar inclusie, stimuleren talentontwikkeling en duurzaamheid.

Leeuwarden City of Literature
Sinds november 2019 is Leeuwarden UNESCO City of Literature. Met deze blijvende titel investeren stad en provincie in een professioneel literair klimaat, een internationaal netwerk en het zo toegankelijk mogelijk maken van literatuur.

     

 

 

Nicole van den Berg schrijft korte verhalen en gedichten over de knulligheid van alledag. Eerder publiceerde zij in nrc.next, de festivalkrant van Lowlands, Slang Magazine en cultureel magazine de Optimist. Samen met haar muze – een Friese Stabij van zes jaar – maakt ze graag lange wandelingen in haar woonplaats Leeuwarden. Soms eet ze drie dagen achtereen spaghetti. Haar werk is te lezen op slenteraar.nl.

Betül Sefika is beeldend kunstenaar, grafisch ontwerper en schrijver. In haar beeldend werk speelt ze regelmatig met het karakter van haar medium en zoekt ze intimiteit op met de toeschouwer via kleinschaligheid en leemtes. Ze stelde tentoon in OFGallery en Het Bos en verscheen in DW B en TIM magazine, waar ze als huisastrologe een horoscoop schrijft en illustreert.