Een lezing voor het RE-CONNECTprogramma van CELA

Antonia Lloyd-Jones
, Vertaald door Jeske van der Velden
 - 21 april 2021

Over het nut van contact tussen auteurs en hun vertalers

Deze lezing werd uitgesproken tijdens een online seminar van Connecting Emerging Literary Artists (CELA). CELA is een talentontwikkelingsproject dat een Europese context geeft aan een nieuwe generatie literaire makers uit tien verschillende landen. De tweede editie van CELA brengt 30 opkomende schrijvers, 79 opkomende vertalers en 6 opkomende literair professionals samen en ondersteunt hen bij de ontwikkeling van een internationaal netwerk en zelfstandige beroepspraktijk. CELA wordt medegefinancierd door Creative Europe van de Europese Unie. Kijk voor meer informatie op www.cela-europe.com.

 

Antonia Lloyd-Jones
Een lezing voor het RE-CONNECTprogramma van CELA, 6 november 2020
Vertaald door Jeske van der Velden

Auteurs en hun vertalers komen niet altijd met elkaar in contact, maar het kan de moeite lonen om elkaar beter te leren kennen. Antonia Lloyd-Jones, literair vertaalster uit het Pools in het Engels, legt in deze lezing uit welke voordelen het opbouwen van een goede werkrelatie met zich meebrengt, hoe vertalers en auteurs dit kunnen aanpakken tot wederzijds profijt en hoe zij potentiële blunders kunnen vermijden. Aan de hand van ervaringen van zowel auteurs als vertalers formuleert Antonia bruikbare adviezen en laat ze zien hoe beide partijen elkaar kunnen helpen om: uitgevers te interesseren voor hun werk; samen te werken aan de best mogelijke vertaling; en gezamenlijk bij te dragen aan het onder de aandacht brengen van hun gepubliceerde tekst.

 

Inleiding
Aan mijn werk als vertaler van Poolse literatuur in het Engels de afgelopen dertig jaar dank ik een aantal van mijn beste en meest dierbare vriendschappen: die met de auteurs wiens werk ik vertaal. Omdat jullie nog aan het begin van jullie carrières staan, leek het me een idee om wat van die ervaringen met jullie te delen, en wat ideeën over hoe auteurs en vertalers een relatie kunnen opbouwen waar beiden baat bij hebben en die hen in verschillende fases kan helpen. Misschien is het voor jouw gevoel niet op jou van toepassing, maar wie weet zet het je aan het denken.
          Ik wil beginnen met een verhaal. Afgelopen mei, tijdens de eerste lockdown, toen we allemaal nog in shock waren over deze bizarre nieuwe stand van zaken die onze wereld op zijn kop had gezet, nam Milica Marki, een vooraanstaand vertaalster uit het Pools in het Servisch, contact met me op. Van de vele vertalers uit alle windstreken is Milica er een met wie ik me bijzonder sterk verwant voel, omdat we dezelfde boeken hebben vertaald. Milica was bezig zoveel mogelijk vertalers aan te schrijven die boeken van de Poolse romanschrijfster Olga Tokarczuk hadden vertaald, om ze te vragen een korte video te maken waarop ze voordroegen uit hun werk. Naderhand monteerde ze al onze voordrachten tot één adembenemende registratie en postte die op YouTube. In de video lezen vijftig vertalers een zelfgekozen fragment van twee minuten voor uit hun vertalingen van Tokarczuks werk, in zesendertig talen. De ervaring was zowel een enorme geruststelling als een oppepper – ook al waren we aan huis gekluisterd te midden van angst en onzekerheid, toch waren we met zijn vijftigen, uit alle hoeken van de wereld, niet alleen uit Europa, maar ook uit Japan, China, India, Californië, en iedereen kwam samen en bewees dat wat er ook met deze wereld mag gebeuren, literatuur een kracht is die haar verenigt en hoop geeft. Het heeft geleid tot een Facebookgroep voor Tokarczukvertalers met de naam Okna – ‘vensters’ – de titel van een essay dat ze schreef over het uitzicht uit haar raam tijdens de pandemie, dat sindsdien door een aantal van die vertalers is vertaald en gepubliceerd.1
          Jullie zullen vast en zeker gehoord hebben van Olga Tokarczuk, en wie weet hebben jullie zelfs werk van haar gelezen, zo niet in het Pools, dan in vertaling door een lid van onze gelukkige vertaalfamilie. Toen haar afgelopen jaar de Nobelprijs werd toegekend trok een troep van ons naar Stockholm om haar te feliciteren en om samen te zijn; op de avond van de prijsuitreiking vierden wij ons eigen feestje. Het gaf niet alleen een buitengewoon bijzonder gevoel, deze bekroning van het werk dat we met zijn allen al jaren stilletjes doen, het was een hoogtepunt in al onze carrières dat we met haar en met elkaar konden delen. Bovendien spreekt het boekdelen over de soort schrijfster die zij is en over haar relatie met haar vertalers: het was haar werk dat ons allemaal had samenbracht en de basis vormde voor onze hechte band.
          Vorig jaar heeft Olga een prachtig essay geschreven, waarvan de Nederlandse titel luidt: ‘Hoe vertalers de wereld redden’. Ik zal jullie een (ingekorte) passage uit de vertaling voorlezen:

De laatste tijd heb ik dikwijls met een vertaler aan mijn zijde opgetreden, toen ik mijn boeken in het buitenland promootte.
          Ik vind het moeilijk om het gevoel van opluchting uit te drukken wanneer ik het auteurschap met iemand anders kan delen. Het stemde mij gelukkig als ik een deel van mijn verantwoordelijkheid voor de tekst af kon schuiven, ten goede en ten kwade. […] Ik genoot van het feit dat niet alle vragen aan mij zouden worden gericht en dat in dit geval de bedrukte vellen papier niet meer alleen mij toebehoorden. Ik denk dat veel schrijvers dit gevoel van opluchting herkennen.
          Het meest verbazingwekkende was echter het feit dat de aanwezigheid van de vertaler allerlei ongekende dimensies voor mij opende, […] kwesties aanroerde die voor mij vrij onbegrijpelijk, onbekend, mysterieus waren. Plotseling werd de tekst van mij bevrijd, of misschien werd ik ervan bevrijd. Mijn tekst kreeg een soort autonomie, zoals een opstandige adolescent die besluit van huis weg te lopen om een Woodstockachtig muziekfestival te bezoeken. De vertaalster nam mijn tekst in haar handen, toonde hem op een andere wijze aan de wereld en stond er pal achter. Wat een genot! Vertalers bevrijden schrijvers van de diepe eenzaamheid die inherent is aan ons werk […]. Vertalers komen van buitenaf naar ons toe en zeggen: ik ben er ook geweest. Ik heb jouw voetstappen gevolgd – en nu zullen we samen deze grens oversteken. En inderdaad, de vertaler neemt letterlijk de gedaante van Hermes aan, een gids, die me bij de hand neemt en me over de grenzen van staat, taal en cultuur leidt.2

Maar hoe kom je zover dat je als auteur en vertaler samen op festivals optreedt?
          Ik snap dat sommige dingen die ik jullie hier aanraad in de beginfase van jullie carrières onhaalbaar zullen klinken, maar wellicht kan ik jullie wat stof tot nadenken geven, en beter nog: wat bruikbaar advies. In onze beroepen is het goed om je actief op te stellen, om zelf dingen in gang te zetten in plaats van te wachten tot ze uit zichzelf gebeuren. Dat vergt het nodige zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Maar volgens mij is er in de literaire wereld sprake van een sterke synergie, en daar kunnen we met zijn allen voordeel en plezier uit putten.
          Uiteraard spreek ik alleen vanuit mijn eigen ervaring als vertaler uit een ‘kleine’ taal in een ‘grote’, en ik besef dat de zaken in jullie eigen landen misschien minder simpel liggen – de uitgeverswereld verschilt, culturen verschillen – maar wie weet kan ik toch wat ideeën aanreiken die het overwegen waard zijn.

 

Om te beginnen: hoe kunnen auteurs en vertalers elkaar helpen om gepubliceerd te worden?
Als gevestigd vertaalster word ik met enige regelmaat benaderd door auteurs die me in hun werk willen interesseren, in de hoop dat ik dat in het Engels wil vertalen. Jazeker, een vertaler kan een auteur mogelijk helpen om een uitgever te vinden voor hun werk tussen een van de uitgevers in hun doelcultuur. Maar best vaak zijn de hoopvolle auteurs zich niet bewust van de harde feiten. In mijn geval moet ik er vaak op wijzen dat van alle boeken die jaarlijks in het Engels worden uitgegeven – bijna 200.000 in het Verenigd Koninkrijk (dat is tien keer zoveel als in Polen) en meer als 300.000 in de VS – maar drie tot vijf procent een vertaling is. En niet veel van die titels zijn literair, wat betekent dat de concurrentie moordend is. Soms willen ze graag dat ik hun boek vertaal, en bieden ze aan om daar zelf voor te betalen, zonder te weten dat vertalen een dure aangelegenheid is, en dat zelfs als de vertaling er eenmaal ligt, het verre van zeker is dat die bij een uitgever belandt. Dan leg ik uit dat ze de grootste kans van slagen hebben met een agent, of anders met een uitgever in hun eigen taalgebied die in staat is om namens hen de vertaalrechten te verkopen.
          Ben je vertaler, en word je benaderd door een auteur die graag wil dat jij hun boek vertaalt en hen helpt om een uitgever te vinden, maak dit dan vooral aan ze duidelijk. Als je het boek erg goed vindt, en erg gepassioneerd bent over het vertalen ervan, is het beste wat je voor de auteur en jezelf kunt doen het maken van een samplevertaling van een paar pagina’s en het opstellen van een leesverslag: een samenvatting en een beoordeling, waarin je uitlegt waarom je zo gegrepen bent door het boek, waarom je denkt dat het goed zal verkopen en wie het zal willen lezen. Dit materiaal kun je vervolgens pitchen aan potentiële uitgevers, waarbij je in wezen optreedt als agent. Misschien kun je het zelfs voor elkaar krijgen dat het sample wordt geplaatst in een literair tijdschrift, wat zou kunnen dienen als showcase voor het werk van de auteur voor potentiële uitgevers. Als ze een voorbeeld van het werk van de auteur in vertaling gedrukt zien, geeft dat uitgevers vertrouwen: niets gaat boven het toevoegen van een link naar een online tijdschrift aan je pitch.
          Maar auteur noch vertaler zou onrealistische verwachtingen moeten koesteren. Het liefst is er een agent of een rechtenmanager van een uitgeverij bij het proces betrokken, iemand die handige contacten heeft met buitenlandse uitgevers, en die vertegenwoordigd is op de grote boekenbeurzen waar vertaalrechten worden verhandeld. Vertalers die samples en leesverslagen voor deze agenten en uitgevers maken, hebben vaak een goede kans de opdracht te krijgen om het hele boek te vertalen, als de rechten eenmaal zijn aangekocht. Dat is niet gegarandeerd – de uitgever kan er de voorkeur aan geven met iemand anders in zee te gaan met wie ze eerder hebben gewerkt – maar het maakt je wel een voor de hand liggende kandidaat.
          Als vertaler ben je soms erg enthousiast over een bepaald boek en móét je het gewoonweg vertalen, maar als je hoopt dat het gepubliceerd wordt, wees dan wel realistisch, en zorg ervoor dat je auteur een goed beeld heeft van de situatie. Een groot deel van een lijvig boek vertalen op kosten van de auteur, zonder enige garantie dat het gepubliceerd wordt, is een kwestie van kansberekening: als je ooit die weg inslaat, zorg dan dat er vanaf het begin schriftelijke en ondertekende afspraken liggen tussen auteur en vertaler, waarin het uit te voeren werk wordt afgebakend en de realistische verwachtingen beschreven staan. Niets is een grotere teleurstelling voor auteur en vertaler als het vertalen van een lange tekst (of betalen voor het vertalen ervan) om vervolgens tot de ontdekking te komen dat er niemand op zit te wachten. De auteur denkt dat het aan de vertaler ligt, de vertaler voelt zich machteloos, en niemand wint.
          Ik heb een aantal collega’s die zowel schrijver als vertaler zijn gevraagd naar hun ervaringen. Als vertalers hadden de meesten nooit de gok gewaagd om te proberen romanschrijvers te helpen met het vinden van een uitgever voor hun boeken in vertaling. ‘In de meeste gevallen waarin een schrijver me de opdracht heeft gegeven om iets te vertalen hebben we eerlijk gezegd geen uitgever kunnen vinden,’ vertelde een vertaler uit het Nederlands in het Engels. ‘Een van hen heeft uiteindelijk wat uitgegeven in eigen beheer, soms werd een kort verhaal geplaatst in een online tijdschrift, maar over het algemeen zijn er maar weinig succesverhalen.’ Een vertaler uit het Servisch in het Engels vertelde: ‘Ik word om de haverklap benaderd door auteurs die me willen betalen om hun boek te vertalen. In het meest recente voorbeeld legde een auteur zijn duizend pagina’s tellende memoires aan me voor. Ik zei tegen hem wat ik altijd zeg: dat het me geen probleem lijkt om 30 à 50 pagina’s aan voorbeeldfragmenten te vertalen tegen een vergoeding per pagina, of per woord, en dat als de auteur en/of ik vervolgens een uitgever vinden, ik een contract zal afsluiten met de uitgever voor de hele vertaling en de auteur het geld zal terugbetalen dat ze voor de fragmenten hebben ingelegd. Maar ik ga geen jaar of langer besteden aan vertalen van een boek van duizend bladzijdes dat misschien wel, misschien niet zal worden uitgegeven.’
          Ze heeft gelijk: een sample zou moeten volstaan om een buitenlandse uitgever te overtuigen. Maar als de auteur goed is vertegenwoordigd, kan de vertaler die in hun werk geïnteresseerd is een cruciale bijdrage leveren door het promotiemateriaal op te stellen dat de agent of de rechtenmanager van hun uitgever helpt om de rechten te verkopen. De vertaler kan ook op de hoogte zijn van het bestaan van beurzen die de kosten van dat materiaal dekken: in sommige landen, bijvoorbeeld in Polen, zijn er overheidssubsidies beschikbaar voor het vertalen van samples en het schrijven en verzamelen van promotiemateriaal. Vertalers kunnen auteurs en uitgevers helpen doordat ze met dit soort subsidies bekend zijn.
          Agenten en rechtenmanagers van uitgevers mogen dan beschikken over internationale contacten en meedoen aan boekenbeurzen (zoals die in het voorjaar in Londen, en in het najaar in Frankfurt) om daar de rechten te verkopen van de boeken van hun auteurs, ook vertalers zullen contacten hebben binnen de uitgeverswereld in hun eigen land, en door middel van suggesties en ondersteunende gesprekken kunnen zij helpen om de redacteurs die ze kennen of met wie ze in het verleden hebben gewerkt te overtuigen. Naast het feit dat ze redacteurs kennen, zijn vertalers meestal bekend met de boekenmarkt in hun eigen land: ze hebben een idee wat voor boeken het leespubliek zullen aanspreken, en hoe die zich verhouden tot het bestaande aanbod.
          Uiteindelijk boek je het beste resultaat met teamwork, tussen de auteur, zijn of haar agent of oorspronkelijke uitgever, en een vertaler die hart heeft voor het werk van die auteur. Desalniettemin zijn er altijd uitzonderingsgevallen, waarin een auteur en een vertaler kunnen samenwerken aan een succesvolle publicatie in vertaling zonder de betrokkenheid van een agent of vertegenwoordiger van de uitgever. Een succesvolle Poolse romanschrijver vertelde me dat zijn vertaler in Frankrijk zo goed is in het vinden van uitgevers voor zijn werk, dat hij hem behandelt als een agent, en hem officieel tien procent van de vergoeding betaalt die hij van de Franse uitgever ontvangt voor zijn rechten. De hechte werkrelatie, en vriendschap, die hij en de vertaler hebben opgebouwd valt uiteindelijk overigens te herleiden tot de verkoop van de rechten door de Poolse uitgever in het verleden, dus bestond er vanaf het begin al een sterke basis van wederzijds vertrouwen.
          Er is één belangrijke uitzonderingssituatie waarin de auteur wel moet vertrouwen op vertalers als hij of zij kans wil maken zijn of haar werk in andere talen te zien verschijnen. Dat is waar het poëzie betreft. Dichters hebben zelden een agent, of een uitgever die in staat is hun werk in het buitenland te verkopen. En dus is het heel vaak aan vertalers te danken als het werk van een dichter internationale bekendheid verwerft. Dit is wat een zeer productieve dichter, uitgever en vertaler uit het Spaans in het Engels en andersom me vertelde: ‘Vaak is het de vertaler die namens de dichter de uitgeverszoektocht op zich neemt, vooral als het om brontalen gaat die weinig sprekers hebben. In mijn ervaring komt de overgrote meerderheid van poëzievertalingen tot stand dankzij het doorzettingsvermogen of promotiewerk van de vertalers. In het Engelse taalgebied geldt dat zeker.’
          Hier heb ik zelf enige ervaring mee. Ik vertaal zelden poëzie, want je moet wel de tijd hebben om de vertalingen rond te sturen naar poëzietijdschriften, en om bij te houden naar wie je hebt gestuurd en of ze wel of niet zijn afgewezen. Maar een Poolse dichter nam eens contact met me op en drong er sterk op aan dat ik een aantal van zijn gedichten zou vertalen – wat ik kosteloos heb gedaan, omdat ik hem graag mocht, maar ik stond niet honderd procent achter mijn vertalingen. Ik beloofde hem niets: ik zei dat ik geen tijd had om ze gepubliceerd te krijgen. Maar de dichter was een aanhouder, en hij stuurde ze vervolgens zelf naar tijdschriften, en opeens begon ik cheques te ontvangen voor mijn toestemming om de vertalingen te plaatsen (want zelfs wanneer een auteur een vertaler voor een tekst heeft betaald, berust het auteursrecht uiteraard altijd bij de vertaler). Toen mijn vertalingen van zijn gedichten eenmaal in wel meer dan tien literaire tijdschriften waren verschenen, vroeg hij me of ik uitgevers wilde benaderen. Met behulp van het advies van andere vertalers die al eerder succes hadden geboekt met poëzie lukte het me om een uitgever te vinden voor zijn werk. Nu, tien jaar later, kunnen we ons beroemen op twee integrale vertalingen van zijn bundels in het Engels en is zijn werk verschenen in The New Yorker, allemaal omdat hij als auteur zo aandrong en me benaderde met een verzoek om hulp bij iets waarvan ik dacht dat het weinig kans van slagen had. Nu wordt hij zelf benaderd door vertalers in verschillende talen, met de vraag of ze zijn werk mogen vertalen. Dus ben je een dichter, of een vertaler die zich graag wil richten op poëzie, dan kun je met goed gevolg samenwerken, zolang je verwachtingen maar realistisch zijn en je niet om geld verlegen zit.
          Tegenwoordig heb ik geen tijd om de auteurs te helpen die me benaderen, dus laat ik ze beleefd weten dat ik het te druk heb, maar dat ik ze wel zou kunnen aanbevelen bij een andere vertaler – soms weet ik wie van mijn collega’s interesse zou kunnen hebben.
          Mijn advies aan de auteurs is dus dat het direct benaderen van een potentiële vertaler nog geen garantie biedt op publicatie in een vreemde taal. Het zou je op zijn minst wat bruikbaar advies kunnen opleveren, maar tenzij je een dichter bent, heb je om de grootste kans te maken een agent nodig, of een uitgever die namens jou de rechten kan verkopen. En ben je een vertaler, wees dan realistisch als een auteur je benadert, en als je een bepaalde auteur erg graag wil vertalen, sla dan de handen ineen met hun rechtenvertegenwoordiger.

 

Het tweede onderwerp waarover ik jullie wil vertellen is: Hoe kunnen auteurs en vertalers samenwerken om de best mogelijke vertaling tot stand te brengen?
          Verrassend genoeg komt het niet altijd bij een vertaler op om contact te zoeken met de auteur, zelfs als hij of zij de opdracht heeft gekregen om een boek te vertalen van een auteur die nog leeft. Een keer vroeg ik een Britse schrijfster van historische romans naar haar ervaringen met vertalers. ‘Ik heb nog nooit contact gehad met mijn vertalers,’ zei ze. ‘Geen idee of dat meer zegt over de verschillen tussen vertaalculturen of over mij! Maar het zorgt er wel voor dat ik wantrouwig sta tegenover het proces, omdat ik uiteindelijk geen idee heb of de vertalingen al dan niet getrouw zijn aan mijn werk. Natuurlijk wou ik dat ik wel contact met ze had gehad, en had ik waarschijnlijk actiever moeten vragen aan de uitgevers om ons in contact te brengen. Gebrek aan ervaring, denk ik.’
          Omdat de dichter wiens werk ik vertaal altijd nuttige opmerkingen heeft bij mijn vertalingen, vroeg ik hem naar zijn samenwerking met andere vertalers; en ik kwam erachter dat, hoewel hij in ongeveer twintig talen is vertaald, zijn Duitse vertaler en ik de enigen zijn van wie hij vragen krijgt. ‘Over het algemeen stellen ze helemaal geen vragen, maar ik zou liever zien dat ze dat wel deden, want het kan nooit kwaad. Doen ze dat niet, dan zijn het ofwel genieën, ofwel sukkels. Ik denk dat er op de wereld meer van die laatste soort rondlopen. Daarom heb ik waardering voor de vertalers met wie ik kan overleggen.’
          Een collega van mij die zowel auteur als vertaler is heeft een minder gelukkige ervaring gehad met de vertaalster van zijn roman in een taal waaruit hij zelf vertaalt: ‘De vertaalster heeft alleen contact opgenomen omdat ik er herhaaldelijk op aandrong dat de uitgever ons in contact bracht, waarna ze erg vriendelijk was. Nu is naar ik hoop een dialoog gaande over de vertaling van bijvoorbeeld de titel, die uit één woord bestaat, wat een erg belangrijke keuze is. Zij wilde die in het Engels handhaven, maar dat wil ik absoluut niet, dus moedig ik haar aan om een creatieve aanpak te kiezen en iets geheel nieuws te bedenken.’ Hij klinkt niet helemaal zeker van zijn zaak. Misschien vond de vertaler het spannend om te communiceren met een auteur die vertrouwd is met haar taal, maar mij lijkt het een vergissing om geen contact te zoeken.
          Misschien zijn niet alle auteurs erg geïnteresseerd in vertalingen van hun werk. Maar dat lijkt me vreemd: hun boeken zijn toch zeker hun kindjes, die ze de wereld in sturen, een onzekere toekomst tegemoet? Als vertaler kan ik me niet voorstellen dat ik geen vragen heb voor mijn auteurs, of niet simpelweg nieuwsgierig naar ze ben. Van de collega’s die ik ernaar heb gevraagd zijn veruit de meeste het met me eens, en ze hebben me allerlei bruikbare tips meegegeven waar het erom gaat een vertrouwensband op te bouwen, zodra de contracten met de uitgever eenmaal rond zijn.
          Als auteur wiens werk vertaald gaat worden door iemand die je niet kent, in een taal die je niet beheerst, is het niet gek als je bezorgd bent. Kan ik erop vertrouwen dat deze persoon mijn werk goed begrijpt? Hoe kan ik dat controleren? Ik denk dat in dit geval zowel auteur als vertaler een aantal dingen kan doen in wederzijds belang.
          Hier volgt de eerste tip waarmee je de kans op een positief resultaat kunt vergroten, uit een recent interview met een vertaler van Duitse literatuur: ‘Al vroeg in het proces heb ik de auteur aangeschreven om mezelf voor te stellen (wat ik altijd doe bij een nieuwe auteur) en zo hebben we uiteindelijk een goede werkrelatie opgebouwd.’ Ben je de auteur, dan zul je er, tenzij je de vertaler al kent, op moeten vertrouwen dat de uitgever de beste vertaler voor het project kiest. Ben je de vertaler en weet je dat je waarschijnlijk vragen zult hebben voor de auteur, dan kun je hem of haar geruststellen door al vroeg contact op te nemen. Dat hoeft weinig meer te behelzen dan een vriendelijk bericht waarin je vertelt dat je bezig bent met het boek, en dat je op een later tijdstip waarschijnlijk nog wat vragen zult hebben. Het is een goed idee om aan te geven wanneer ze die ongeveer kunnen verwachten. Misschien kun je de auteur iets vertellen over je ervaring, of over iets wat jullie gemeen hebben. Daarmee laat je zien dat je een professional bent, die zijn of haar gevoelens respecteert.

 

Vragen voor de auteur
Aangenomen dat je contact hebt gelegd met de auteur, dan zullen je vragen, als je eenmaal in het stadium bent waarin je die klaar hebt, niet als een verrassing komen. De vertaler moet erover nadenken wanneer en in welke vorm ze hun vragen het beste kunnen stellen; meestal is het verstandig om te wachten tot je de vertaling af hebt en het gelukt is om je lijst met vragen terug te brengen tot die vragen die alleen de auteur kan beantwoorden. Het helpt niet om de auteur lastig te vallen met vragen waarop je het antwoord zelf online kan vinden. Als je overkomt alsof je er niet toe in staat bent om zelf op onderzoek uit te gaan, ondermijn je misschien wel het vertrouwen dat de auteur in je heeft.
          Hier volgt een goede tip van de vertaler van Servische literatuur: ‘Ik wacht met het stellen van mijn vragen tot de vertaling af is, omdat de vragen soms al worden beantwoord in de loop van het latere redactieproces. Maar ik vind het fijn om de auteur door mijn vragen te laten zien dat ik aandachtig heb gelezen en goed oplet. En ook dat ik niet te trots ben om het toe te geven als ik iets niet begrijp.’
          Het is ook een goed idee om geen open vragen te stellen. Dus liever dan een vage vraag te stellen als ‘Wat betekent dit?’ kun je het beste vragen: ‘Betekent dit X, of betekent dit Y? Heb ik je bedoeling hier goed begrepen?’ In mijn ervaring zijn auteurs verrast door sommige vragen die ik stel, want zij zijn natuurlijk alleen maar met schrijven bezig, zonder hetzelfde analytische proces toe te passen als ik wanneer ik vertaal. Steeds weer vraag ik me af: waarom heeft hij of zij dit woord gekozen? Wat was zijn of haar reden om iets op deze manier te verwoorden en niet op een andere manier? Maar zij hebben diezelfde frase onbewust gebruikt, instinctief wetend wat ze wilden zeggen. Daarom komen onze vragen de auteur soms vreemd voor. Olga Tokarczuk vertelt me dat we allemaal verschillende vragen stellen, al zitten we soms uiteraard ook allemaal met dezelfde vraag. De vertalers die werkten aan haar vuistdikke historische epos De Jacobsboeken richtten een intervisiegroep op en wisselden informatie en research uit voor hun werk aan dit monumentale boek, waaraan de auteur acht jaar heeft geschreven.
          Zelf heb ik vooral positieve ervaringen. Ik stuur de auteur een lijst met vragen als de vertaling min of meer af is, en zij beantwoorden die schriftelijk. In het geval van de Poolse schrijver Paweł Huelle krijg ik zelfs antwoord in de vorm van een verzameling korte verhalen in miniatuur, een klein literair pareltje bij elke vraag. Ik wens alle vertalers en auteurs de ontdekking toe dat deze uitwisselingen het begin vormen van een goede onderlinge relatie, en van een vriendschap die hun hele carrière beklijft.
          Een situatie waarin een vertaler voorzichtig te werk dient te gaan is als ze in een boek een foutje ontdekken. We zijn allemaal menselijk, we vergissen ons allemaal weleens. Als de vertaler de auteur kent, kan hij of zij hem of haar alert maken op de vergissing. Meestal is de auteur daar dankbaar voor. Volgens zijn Engelse vertaler maakt de Nederlandse auteur Gerbrand Bakker er een sport van om bij te houden welke fouten door welke vertalers worden gesignaleerd, en heeft hij weleens tegen hem gezegd: ‘Jij bent goed zeg, die was zelfs de Duitser niet opgevallen.’ (Al was het de Franse vertaler, die als volgende hetzelfde boek vertaalde, blijkbaar gelukt een fout te vinden die de Engelse vertaler had gemist!)
          De Poolse journalist Mariusz Szczygieł verzamelt alle correcties van zijn vertalers en voert deze dan door in herdrukken van zijn boeken. Niemand leest een boek zo zorgvuldig als de vertaler, dus die zullen altijd scherp zijn op details. Maar als je je auteur nog niet kent, is de beste manier van omgaan met fouten om ze bij de redacteur te melden. De redacteur is een waardevolle bemiddelaar, en dit is een van de taken waarvoor ze betaald worden.
          Auteurs moeten ook voorbereid zijn op vragen van redacteurs; als de vertaler de vertaling eenmaal heeft aangeleverd, zal de redacteur – die immers de eerste lezer in de doeltaal is – nog suggesties en vragen hebben voor de vertaler, maar de vertaler zelf heeft daar misschien niet altijd antwoord op, en moet soms bij de auteur te rade gaan. Natuurlijk kan de vertaler de auteur wel helpen in het contact met de redacteur waar het om dit soort kwesties of andere zaken gaat. In sommige gevallen zijn er verregaande redactionele aanpassingen vereist, wil een boek het goed doen op een bepaalde buitenlandse markt. Een goed voorbeeld hiervan kwam mij ter ore via een auteur die uit het Nederlands vertaalt en daarnaast ook gewerkt heeft als redacteur. Zij was een boek over zeewier aan het vertalen. ‘De redacteur stelde verschillende elementen voor die er nog bij moesten, waar de auteur en ik samen onderzoek naar hebben gedaan en die we samen hebben toegevoegd. We hebben de in te voegen passages aan haar keukentafel geschreven, en samen de recepten in het boek doorgewerkt en toevoegingen en wijzigingen aangebracht. De Engelse versie is zo’n dertig bladzijden dikker dan de Nederlandse en er staan andere illustraties in. Hierdoor ben ik het belang van wederzijds vertrouwen en een gelijkwaardige samenwerking gaan zien. Anders zou het veel meer tijd hebben gekost om die extra passages in orde te maken. En er samen voor gaan zitten was de beste aanpak, beter dan een stroom e-mails over en weer.’ Mij lijkt het daarnaast ook een leuke manier van werken.
          Ik heb weleens geholpen om weglatingen of wijzigingen waar een redacteur om had gevraagd aan de auteur voor te leggen. Mijn auteurs waren niet altijd blij met wijzigingen in hun tekst, maar dan onderhandelden we erover, veranderden iets soms uiteindelijk toch niet en kwamen andere keren tot de gedeelde conclusie dat een zorgvuldige aanpassing het boek geschikter zou maken voor deze specifieke markt. Zo kunnen vertalers in het Engels tegenwoordig aanlopen tegen problemen die met politieke correctheid te maken hebben: uitgevers maken zich zorgen dat bepaalde tekstelementen door sommige mensen als aanstootgevend worden gelezen. In dit soort gevallen heb ik de auteur niet plompverloren meegedeeld dat er iets geschrapt moet worden, maar wel voorstellen gedaan voor alternatieve bewoordingen waarin zowel auteur als redacteur zich kan vinden.
          In mijn geval heb ik veel geluk gehad wat de samenwerking met mijn auteurs betreft, maar wat als het allemaal niet van een leien dakje loopt?

 

Hier volgen een aantal tips in geval van problemen
Wat als je als auteur ernstige twijfels hebt over de vertaler? En wat als je als vertaler het gevoel hebt dat de auteur teveel de controle neemt? Dat zijn problemen waar je in de praktijk best eens tegenaan zult lopen.
          Tenzij een auteur bekend is met alle talen waarin zijn of haar werk wordt vertaald, kan hij of zij pas echt zeker weten dat een vertaler volledig competent is als het boek eenmaal is verschenen en goed is ontvangen. Maar auteurs moeten vertalers wel hun werk laten doen en accepteren dat zij hun eigen taal kennen. Zoals een van mijn collega’s het stelt: ‘Auteurs moeten accepteren dat vertalen geen perfecte kunst is: niet alles kan in een vreemde taal worden overgebracht, zoals de meeste auteurs weten. Dus is de vertaling een nieuw werk en de vertaler is daarvan de co-auteur. Uiteindelijk zou de vertaler het laatste woord moeten hebben, omdat zij in de beste positie verkeert om de vertaling te beschouwen vanuit het perspectief van de belangrijkste betrokkenen in het hele proces: de lezers. De meeste auteurs met wie ik heb gewerkt accepteerden dat de vertaler het laatste woord heeft, en ook dat de vertaalde tekst een nieuwe tekst is, geschreven in mijn taal, dat het mijn tekst is, dat het geen exacte woord-voor-woordkopie is van het origineel en dat ook nooit kan zijn.’
          Als je moeilijkheden verwacht, kun je die het beste meteen bij aanvang van het project proberen te ondervangen. De verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk bij de uitgever: als de auteur bedenkingen heeft bij de vertaler, moet die de redacteur aanspreken op zijn of haar keuze. Als de vertaler twijfels koestert, kan ook hij of zij de redacteur vragen om te bemiddelen. Maar maak je geen zorgen, meestal is dat niet nodig.

 

Vooruitdenken naar potentieel lastige situaties
Soms stelt het taalgebruik een vertaler voor een specifiek soort uitdaging, namelijk als een auteur verschillende soorten taal gebruikt – zoals een regionaal dialect, straattaal, verzonnen taalelementen, of dialoog in een tweede taal waarmee hun lezers bekend zijn (een recent voorbeeld dat ik tegenkwam was een Oekraïense roman waarin een aantal van de personages Russisch sprak, wat een rol speelde in het verhaal). De auteur weet dat zijn of haar oorspronkelijke lezers zullen begrijpen waar het om draait en wat hij of zij wil zeggen, maar de vertaler zal wellicht een creatieve oplossing moeten bedenken die vereist dat ze afwijken van de betekenis van de oorspronkelijke tekst, of tot een compromis komen. In dit soort gevallen is het een goed idee als de vertaler aan het begin van het project voor een strategie kiest en die voorlegt aan de auteur, om zeker te weten dat die zich erin kan vinden. Of om van strategie te veranderen als dat niet zo is.
          Een van mijn collega’s heeft een lastige ervaring gehad met een auteur in wiens roman dit type vertaalproblematiek voorkwam. Deze vertaler doet altijd zijn uiterste best om een goede relatie op te bouwen met zijn auteurs. ‘Samenwerken met de auteur is altijd onderdeel van mijn aanpak geweest,’ vertelde hij, ‘omdat ik het vertrouwen wil hebben dat hij of zij tevreden zal zijn met het eindproduct en ook om me in staat te stellen eventuele latere kritiek te weerleggen door erop te wijzen dat alles is voorgelegd aan, en goedgekeurd door de auteur. Dit pakt in de meeste gevallen goed uit en ik ben zelden met iemand in conflict geraakt. Mijn manier van werken, zoals van tevoren informeel afgesproken met de auteur (en het liefst schriftelijk afgesproken via e-mail) is dat ik ze telkens een paar hoofdstukken stuur, met de vraag of ze hun commentaar willen sturen binnen een redelijke tijdsspanne. Meestal antwoorden ze met een paar vragen en opmerkingen, wijzen op incidentele foutjes, en dan pas ik de tekst aan.’
          Dat klinkt tot dusver als de juiste aanpak. Maar toen vertelde hij verder: ‘Eén keer echter ben ik een auteur tegengekomen die er een andere vertaalopvatting op nahield dan ik. Zij wilde nauw betrokken zijn bij het vertaalproces en het recht hebben om alles te controleren. Met andere woorden, om de controle te hebben over het vertaalproces, of zo voelde het voor mij althans… ik besefte dat ik een strategie had moeten hebben en daarover van tevoren een afspraak had moeten maken. Ik besloot de volgende keer dat ik werkte met een auteur die ik niet kende niet te vergeten om hun vorige vertalers naar hun ervaringen te vragen, en om vóór de contracten werden getekend met de uitgever (de redacteur) te bespreken in hoeverre de auteur het recht had om zich te bemoeien met het vertaalproces en wijzigingen aan te brengen in mijn werk.’
          Dat klinkt nogal drastisch, en het is een uitzonderlijk en extreem voorbeeld, maar in sommige gevallen loont het als zowel auteur als vertaler vooruit denkt en zich vanaf het begin in elkaar probeert te verplaatsen. Het belangrijkste is dat je al vroeg contact opneemt, al is het maar via e-mail, met elkaar praat, laat zien dat je allebei uit bent op het beste resultaat en dat jullie een team zijn.
          Een van de uitgevers met wie ik regelmatig werk zei eens hoe fijn het is als zich een team vormt rond een auteur van wie hij het werk in vertaling uitgeeft – een goede agent, een goede vertaler, een goede redacteur en een goede uitgever – en als dat team vervolgens een reeks fantastische boeken aflevert en glansrijke carrières tegemoet gaat.
          Ik moet erbij zeggen dat, hoewel ik door auteurs en vertalers te vragen naar hun ervaringen mijn best heb gedaan om voorbeelden voor jullie te vinden uit verschillende landen, de werkwijze van uitgevers in sommige opzichten van plaats tot plaats kan verschillen, en het kan dus zo zijn dat niet al mijn adviezen van toepassing zijn op jullie situatie. De vertalers onder jullie weten hoogstwaarschijnlijk hoe de zaken in jullie eigen land in elkaar steken, hoe je een tekst pitcht bij uitgevers, welke stadia een typisch redactieproces doorloopt, enzovoorts. Dat betekent dat als je eenmaal contact hebt met je auteur, je hem of haar kan uitleggen hoe het in jouw land in zijn werk gaat.

 

Ten derde, hoe kunnen een auteur en een vertaler samenwerken om hun gezamenlijke publicatie onder de aandacht te brengen?
Ik ben van mening dat een vertaler veel kan doen om te helpen bij de promotie en marketing van het boek dat hij of zij heeft vertaald.
          Vertalers kunnen hun auteurs helpen door sociale media te gebruiken om hen onder de aandacht te brengen. Olga Tokarczuks vertalers zijn bijzonder actief geweest op dit gebied, niet alleen door middel van de Facebookpagina Okna, maar ook door de pagina Olga Tokarczuk in English. Vertalers kunnen bijdragen aan interviews en podcasts of een blog schrijven voor tijdschriften en websites die gewijd zijn aan literatuur in vertaling, en – beter nog – gewoon aan literatuur in het algemeen. Naast het feit dat boeken er beter door verkopen, is het leuk om te doen, bevorderlijk voor je carrière, en het mooist van al: het zorgt ervoor dat vertaalde literatuur een geaccepteerde kunstvorm wordt. In de Engelstalige landen, waar de concurrentie op de boekenmarkt moordend is, beschouwen de meeste mensen vertaalde literatuur als ondergeschikt aan Engelstalige literatuur, maar hoe meer vertalers van zich laten zien en horen, des te ‘normaler’ en geaccepteerder buitenlandse literatuur wordt.
          Als ik onderhandel over een contract, vertel ik de uitgever dat ik mijn uiterste best zal doen om het boek onder de aandacht te brengen: ik noem het mijn ‘toegevoegde waarde’, een reden waarom ze mij royalty’s moeten betalen. Maar ik doe het ook omdat ik geef om de auteur en het succes van ‘ons’ boek. Niet alleen probeer ik mijn steentje bij te dragen tijdens promotie-evenementen, ik stel ook bekende mensen voor die flapteksten of lovende citaten zouden kunnen schrijven, of ik stel lijsten op van potentiële recensenten of andere personen die goed geplaatst zijn om hun mening te geven over het boek. Ik heb eens uit het niets een boek opgestuurd naar een beroemde schrijver, met een handgeschreven brief waarin ik uitlegde dat de auteur een fan is van zijn werk. Er was geen sprake van verwachtingen of een verzoek, maar een paar maanden later koos hij ons boek als zijn Book of the Year in een invloedrijke krant. Als ik hem het boek niet had toegestuurd, had hij nooit geweten dat het bestond. Hij had natuurlijk alle recht om mijn brief te negeren, of hij had het niets kunnen vinden, maar het was het risico waard: ik had niets te verliezen. Bovendien was het leuk: ik vond het prachtig om een excuus te hebben om hem een brief te schrijven en weet nog goed hoe spannend het voelde om het boek op de post te doen en me af te vragen wat hij ervan zou vinden.
          Als er een cultureel instituut is in het land van de vertaler dat het land van de auteur vertegenwoordigt, is er een goede kans dat de vertaler daar iemand zal kennen. Zo is er een Pools Cultureel Instituut in Boekarest, naast een aantal andere steden, en een Cervantesinstituut in Belgrado, naast een hele hoop andere steden. Deze culturele instituten bestaan om kunst en cultuur, waaronder literatuur, uit hun land te promoten, dus verkeert een vertaler in een uitgelezen positie om zijn of haar uitgever in contact te brengen met het betreffende instituut als bron van subsidie en om reclame te maken voor een promotie-evenement voor hun boek.
          Vertalers zijn ook vaak op de hoogte van de literaire festivals die in hun eigen land plaatsvinden. Als hun uitgever te klein is om een publiciteitsmedewerker in dienst te hebben die als taak heeft de organisatoren van festivals te tippen, kan de vertaler dit proberen te doen. De vertaler heeft misschien een goed idee welke presentatoren geschikt zijn om de auteur te interviewen. Vertalers kunnen zelf ook aan deze evenementen deelnemen: soms is het nodig dat ze als tolk optreden voor hun auteur, en soms nemen ze zelf ook actief deel aan een optreden, zij aan zij met de auteur, in wezen als co-auteur van het vertaalde boek. Zoals Olga Tokarczuk al zei in het citaat dat ik jullie aan het begin voorlas: vertalers tonen het werk op een nieuwe en andere wijze aan de wereld en geven dat een soort autonomie.
          Ik durf wel te stellen dat auteurs bereid zijn om de nodige tijd te steken in de promotie van hun boek in vertaling. De meeste auteurs grijpen de kans aan om te reizen; al blijft het natuurlijk werk, het is geen vakantie, en het kan best zwaar zijn: vaak zijn ze meerdere dagen onderweg voor één schamele vergoeding. Het komt vaak voor dat de vertaling pas jaren na het oorspronkelijke boek verschijnt en de auteur dit allang achter zich heeft gelaten; ‘ik kan me het niet meer herinneren,’ vertellen ze me weleens. Hier kan de vertaler een rol spelen, omdat het nog vers in zijn of haar geheugen zit.
          Als ze elkaar beter hebben leren kennen, kunnen vertalers en auteurs een voorstel doen voor creatieve publiciteitsstunts, zoals vertaalduels: twee vertalers vertalen hetzelfde stuk tekst zonder met elkaar te overleggen, en dan, in het bijzijn van de auteur, worden de teksten door een moderator vergeleken, die hun keuzes met hen bespreekt. Niemand die aan een vertaalduel heeft deelgenomen of er één heeft bijgewoond zal die ervaring ooit vergeten. Het is ontzettend boeiend, het publiek vindt het fantastisch en het verkoopt boeken. Iedereen blijft achter vol verbazing over wat er werkelijk bij vertalen komt kijken.
          Sommige boeken lenen zich bij uitstek voor multimediapresentaties, met foto’s, muziek en geselecteerde passages uit het boek, voorgelezen door de auteur en de vertaler: dit heb ik ooit met succes gedaan samen met de Poolse romanschrijver Jacek Dehnel, die een roman had geschreven die was gebaseerd op het levensverhaal van zijn grootmoeder, waarin hij schreef dat alle familiefoto’s door soldaten in het Rode Leger waren verbrand; natuurlijk was er na de verschijning in Polen een ver familielid opgedoken die nog kopieën had van de verloren gewaande foto’s. Dus tijdens ons promotieoptreden in Londen lieten we die zien. En we speelden de favoriete muziekstukken van zijn oma, die ook voorkomen in het boek, om onze voordrachten kracht bij te zetten. Bij die gelegenheid verkochten we dozen vol exemplaren van het boek: alle exemplaren die de publiciteitsmedewerker had meegenomen.
          In alle gevallen waar een vertaler een bijdrage levert aan de promotie van een bepaald boek, zou hij of zij een vergoeding moeten ontvangen voor hun deelname, of ze nu een praatje houden over hun werk, als tolk optreden voor de auteur, of stukken vertalen die de auteur op verzoek heeft geschreven om zijn of haar werk in de pers te promoten. Natuurlijk is de vertaler nooit verplicht om dit soort dingen te doen: sommige mensen vinden het verschrikkelijk om voor een publiek te staan. Zoals Jacek Dehnel me vertelde: ‘Ik heb weleens te maken gehad met vertalers die helemaal niet wilden meedoen aan de promotieoptredens, omdat ze verlegen waren en het gênant vonden, en daar is helemaal niets mis mee. Maar in de regel blijken deze optredens een groot succes, en ik vind het fantastisch als de vertalers ook deelnemen: de meesten geven veel van zichzelf.’
          Naar het buitenland gaan voor de promotie van je werk kan ook een heel avontuur zijn. Veel van mijn auteurs hebben bij mij gelogeerd als ze in Londen waren om hun werk te promoten, en dan maakten we van de gelegenheid gebruik om een uitstapje te maken en leuke dingen te doen. Het is fijn om tijd in elkaars gezelschap door te brengen, te praten over zijn of haar huidige projecten, plannen te maken voor de toekomst, erachter te komen hoe hij of zij denkt en tegen dingen aankijkt. Soms zie ik een grapje of idee van mij in hun volgende boek staan en dan weet ik dat we écht samenwerken.

 

En tot slot: de perfecte relatie
Ik zal afsluiten met een van mijn favoriete verhalen over een vruchtbare samenwerking tussen auteur en vertaler. Het is afkomstig van Roland Glasser, die uit het Frans in het Engels vertaalt. Hij vertaalde Tram 83, een roman van de Franstalige Congolese schrijver Fiston Mwanza Mujila. Het verhaal speelt zich af in een louche nachtclub in een door rebellen beheerst deel van een stad in een Centraal-Afrikaans land dat verwikkeld is in een revolutie, en het gaat over de gespannen vriendschap tussen een idealistische schrijver en een cynische sjacheraar, die zich ieder op hun eigen manier verhouden tot hun vreemde en gevaarlijke omgeving. Het staat boordevol heel specifieke straattaal en het vertalen moet een flinke uitdaging zijn geweest.
          In het vertaaltijdschrift Asymptote schrijft Roland over de eerste avond die hij ooit doorbracht met de auteur, in een restaurant waar ze Congolees eten serveerden, in een wijk in noord-Parijs.3 Hier is het verhaal in zijn woorden:

‘Ik had Tram 83 vier maanden daarvoor voor het eerst gelezen en al na een paar bladzijdes was ik er bijna fysiek in opgegaan. Ik kon het zweet langs mijn rug voelen stromen, en de weeïge stank ruiken van lichamen, bier, allerlei lichaamssappen, vuilnis en gebraden hondenvlees. Het was een literair orgasme pur sang, dat leidde tot een razend enthousiast leesverslag vol superlatieven voor Will Evans van Deep Vellum Publishing in Dallas, die het aankocht. Twee maanden later had ik alles op haren en snaren gezet, niet zonder gevolgen voor mijn geestelijke gezondheid en mijn privéleven, om een samplevertaling van twee hoofdstukken te maken waarmee ik het recht en voorrecht zou verwerven om Fistons ‘jazzroman’ in het Engels vorm te geven. Op het moment dat ik met Fiston richting het restaurant kuier, is het boek in Frankrijk uitgegroeid tot een kritisch succes: het is genomineerd voor een aantal belangrijke prijzen en onthaald met een paginavullend voorpagina-artikel in Le Monde des Livres. Maar al schijn ik de juiste man op het juiste moment te zijn, ik heb sinds het sample nog geen woord vertaald.’

Op dit moment had Roland zich dus al hard gemaakt voor een geweldig boek, de uitgever overtuigd, de vertaalopdracht binnengesleept, en pas daarna was het boek een succes geworden in zijn oorspronkelijke taal. In het vervolg legt hij uit hoe zijn contact en zijn ontmoeting met de auteur hem heeft geholpen voordat hij aan zijn vertaling begon, en hoe de verstandhouding die tussen hen opbloeide tijdens een avondje uit in Parijs de eerste stap was in de productie van een gezamenlijk boek dat voor beiden een enorm succes werd.
          Dat boek bracht zowel auteur als vertaler voor het eerst naar de Verenigde Staten in het kader van een doldwaze publiciteitstournee waarvoor ze het hele land door trokken, van New York via Texas naar Seattle en Californië. Naderhand hield Roland een waanzinnig interview met Fiston Mwanza Mujila dat verscheen in de White Review van januari 2016.4 Het is een van de meest wervelende, vruchtbare en levensveranderende samenwerkingsverbanden tussen auteur en vertaler waar ik ooit over heb gehoord, het perfecte voorbeeld van het soort relatie waartoe ik jullie in je carrières wil aanmoedigen. Ik besluit met het voorlezen van een paar hoogtepunten uit dit interview, maar zoek het vooral zelf eens op als je in de gelegenheid bent.
          Roland vroeg Fiston wat hij vond van de vele vragen die hij over de tekst stelde, en hier volgt een deel van zijn antwoord:

FMM: ‘Nou, in het begin dacht ik bij mezelf: “Deze kerel is niet goed snik! Wie denkt hij wel dat hij is om me duizend vragen te stellen? Wat heb ik hem ooit misdaan?! Denkt hij soms dat ik alles voor hem ga vertalen?!” Dat was mijn eerste indruk, maar toen besefte ik dat het een geruststellendere gedachte is om een vertaler te hebben die een hele hoop vragen stelt, dan om een vertaler te hebben die er helemaal geen stelt, of maar een paar, en dat ik me ongemakkelijk zou voelen bij een vertaler die gelooft dat hij of zij mijn tekst volledig begrijpt, die denkt dat hij of zij alles begrijpt wat ik zeg… Ik heb liever een vertaler die me vragen stelt, omdat ik weet waar ik mijn teksten vandaan haal, ik weet waar en hoe mijn teksten geboren zijn. Ze worden niet zo geboren, voor het oog van de hele wereld; ze komen van ver weg, uit mijn innerlijke dorp, niet alleen uit Congo, maar ergens diep in mezelf, uit ontdekkingen die de neerslag vormen van een aantal denkbeeldige werelden. Als een vertaler geen vragen stelt, zeg ik tegen mezelf dat ik me zorgen moet maken. Dus was het een plezier voor me om deze vragen voorgelegd te krijgen, en om ze te beantwoorden, om mezelf beschikbaar te stellen. Mettertijd ging ik inzien dat het belangrijk was, niet alleen voor mij maar voor de mensen die de tekst in het Engels zullen lezen. Ik denk dat het belangrijk was om een beetje sturing te bieden waar het op bepaalde woorden aankwam.
          ‘Toen jij me je vragen stelde… wist ik dat het belangrijk was om het over bepaalde dingen te hebben, zelfs dingen die onbeduidend leken, maar die nog belangrijk konden blijken, niet alleen voor jezelf, niet alleen voor Tram 83, maar ook voor andere teksten van mij, want na dit vertaalproject zou ik het erg fijn vinden dat, als ik nog andere teksten schrijf, dat jij, Roland, ze in het Engels vertaalt. Om een vertaler gevonden te hebben voor deze taal en niet te wisselen van vertaler zoals je een ander paar schoenen aantrekt.’
          RG: ‘Dat raakt me diep, dat je dat zou willen. En het klopt dat nu je al die vragen hebt beantwoord, samen met het feit dat, na deze tournee samen te hebben gedaan, en jou zoveel te hebben horen praten over bepaalde onderwerpen, ik veel meer begrijp van jou en van je literaire werk, dat er zeker verwijzingen zullen zitten in dingen die je in de toekomst schrijft die me bekend zullen voorkomen. Ik zal de verborgen verwijzingen en toespelingen snappen zonder je dezelfde vragen opnieuw te hoeven stellen.’

Toen vroeg Roland hoe het was voor Fiston om op tournee voor te dragen uit zijn boek met zijn vertaler. Hier volgt een stukje van hun gesprek:

FMM: ‘Het is boeiend om samen te werken met mijn vertaler, om deze optredens met jou te doen, Roland, omdat het een proces is dat nederig maakt, horen hoe mijn tekst wordt voorgedragen door iemand anders, om dat te accepteren en om dit plezier met je te delen op het podium, het plezier van het spreken van de woorden, het spreken van de tekst. Dit is werkelijk een ontzettend mooie ervaring voor mij geweest. Het doet me echt goed om te zien hoe je verandert van een vertaler in een a… ik zal niet zeggen acteur want waar we mee bezig zijn geweest is niet acteren…’
          RG: ‘Ik heb ook een hoop geleerd van deze momenten van samenwerking met jou op het podium; want al is het waar dat de vertaling zelf op een bepaalde manier al een samenwerking was, was het een discrete samenwerking, een samenwerking op afstand – met uitzondering, uiteraard, van die momenten waarop we bepaalde vragen bespraken waar ik mee zat. Maar het was een hele ervaring om mee te maken hoe we samen daadwerkelijk dit derde ding tot stand brachten. Eerst was er jouw Franse tekst, en toen was er mijn Engelse tekst, die ook jouw tekst was, en toen was er dit derde ding dat uit beide elementen bestond.’
          FMM: ‘Ja, toen we hier eenmaal aankwamen en aan onze tournee begonnen besefte ik dat ik onze auteur-vertalerrelatie moest doorbreken, want het was een relatie waarin we de woorden en frases bespraken die jij niet begreep; maar hier schakelden we over op een andere relatie, een die meer om samenwerken draaide, maar ook meer om plezier, want we hadden veel lol.’

Ziehier het ideale voorbeeld van een hechte vriendschap geboren uit literatuur, een vriendschap die toekomst heeft. Toen ik hem er kortgeleden naar vroeg, wist Roland het pakkend samen te vatten: ‘Uiteindelijk is het te herleiden tot eten en liters bier.’
          Als jullie nog niet zijn afgehaakt: bedankt voor het lezen.

 

  1. Dit essay is april 2020 in een Nederlandse vertaling van Iwona Guść verschenen in NRC onder de titel ‘Niets zal meer hetzelfde zijn’ (de titel was een keuze van de redactie).
  2. Olga Tokarczuk, ‘Hoe vertalers de wereld redden,’ Nexus 82 (2019), pp. 147-148. Vertaald door Iwona Guść.
  3. Roland Glasser, ‘On translating Fiston Mwanza Mujila’s Tram 83,’ Asymptote (oktober 2015).
  4. Roland Glasser, ‘Interview with Fiston Mwanza Mujila,’ The White Review (januari 2016).

 
 

CELA is een samenwerking tussen Wintertuin (Nederland) en Escuela de Escritores (Spanje), Vlaams-Nederlands Huis deBuren (België), Passa Porta (België) Scuola Holden (Italië), Goga (Slovenië), Camara Municipal de Óbidos (Portugal), České literární centrum (Tsjechië), Asociatia Editorilor din Romania (Roemenië), Krakowskie Biuro Festiwalowe (Polen) en Association KROKODIL (Servië), en wordt medegefinancierd door Creative Europe van de Europese Unie.
 
 

Antonia Lloyd-Jones vertaalde werken van belangrijke romanschrijvers en reportageauteurs uit Polen, maar ook van misdaadfictie, poëzie en kinderboeken uit het Pools in het Engels. Haar vertaling van Prowadź swój pług przez kości umarłych (Engelse titel: Drive your plow over the bones of the dead, in het Nederlands: Jaag je ploeg over de botten van de doden) van Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk uit 2018 stond op de shortlist voor de Man Booker International-prijs 2019. Ze is een mentor voor het Emerging Translators 'Mentorship Program van het VK en voor CELA, en voormalig covoorzitter van de UK Translators Association.