Behandel de ander, zoals de ander behandeld wil worden, maar vergeet jezelf niet

Anneroos Boersma - 16 april 2020

De Stille Stemmen Canon en het belang van zelfreflectie in relaties

Behandel de ander zoals je zelf behandeld wil worden. Wanneer je aan een groep vraagt wie het hiermee eens is, zal waarschijnlijk het merendeel hun hand opsteken. Dit is precies wat gebeurde bij een training over verschillende persoonlijkheidstypes waar ik me bevond in februari 2020 voor mijn traineeship in de informele zorg. En dat is ook niet gek, het is een overtuiging die al eeuwen geëchood wordt in onze maatschappij, zoals Rutger Bregman in 2015 al opschreef. Ik zou ook mijn hand hebben opgestoken, mits ik niet bij een training daarvoor over gastheerschap al had gehoord dat de ander meer baat heeft bij benaderd worden zoals de ander wil, omdat de ander vaak niet precies is zoals jij. Dit is het advies van zowel de twee trainers als Bregman. Op de vraag hoe je dit advies opvolgt zeggen ze alle drie: benader de ander met openheid. “Overleg het eerst,” schrijft Bregman, maar terugdenkende aan mijn stageonderzoek bij De Nieuwe Oost | Wintertuin in februari 2019, wil ik het antwoord wat ingewikkelder maker. Om meer open te kunnen zijn naar de ander, mag je niet jezelf vergeten.

Tijdens mijn stage sprak ik met Elske van Lonkhuyzen, één van de makers van de Wintertuin.[i] Van Lonkhuyzen heeft meegedaan aan de Stille Stemmen Canon, een project met als missie om de stille stemmen in de maatschappij verstaanbaar en waardevol te maken. De stille stemmen worden gedefinieerd als mensen “die relatief weinig ruimte innemen in het publieke debat.”[ii] De stille stem wordt gekoppeld aan een schrijver. Deze schrijft, aan de hand van gesprekken met de ander, het verhaal van de ander op, zoveel mogelijk in de eigen woorden van de stille stem. Dit verhaal wordt vervolgens niet gepubliceerd, maar een maal voorgedragen op een podium, bij voorkeur door de stille stem zelf. Zo hoopt het project “ruimte [te creëren] voor een nieuwe cultuur.”[iii] Het project is zo opgezet dat de stem van de ander zo authentiek mogelijk naar voren komt en hier speelt de schrijver een grote rol in. Waar Van Lonkhuyzen gebruik van maakte tijdens dit proces, is niet alleen openheid naar de ander toe, maar ook een reflectieve houding naar haar eigen positie.[iv]

In ons gesprek werd al snel duidelijk op hoeveel plekken de schrijver aanwezig is in het opschrijven van het verhaal van de ander. Het proces van het opschrijven van het verhaal begint met een gesprek van de schrijver met de stille stem. De vragen die in dit gesprek gesteld worden zijn van belang. “Als ik vergeet te vragen naar iets wat heel belangrijk is voor iemand, dan wordt het een heel andere tekst,” vertelde Van Lonkhuyzen. Ook over de manier van vragen stellen had Van Lonkhuyzen nagedacht: “Als iemand zegt: ‘Ik heb iets naars meegemaakt,’ dan zou ik niet zo snel zeggen: ‘Oh, dat lijkt me heel lastig.’ Dan zou ik eerder zeggen: ‘Hoe is dat dan?’” Ze hield haar vragen open en reageerde neutraal. Op deze manier probeerde ze de ander zo min mogelijk te beïnvloeden met haar mening. Na het gesprek met de ander, trok Van Lonkhuyzen zich terug om zich te buigen over de samenstelling van de tekst, die zich zal vormen vanuit de citaten van de stille stem. Bij de samenstelling hield Van Lonkhuyzen rekening met het feit dat de tekst voorgedragen zal worden voor een publiek. Ze hield citaten die mogelijk als omstreden opgevat kunnen worden erbuiten en paste de tekst zo aan dat deze de aandacht van het publiek vasthoudt.

De uiteindelijke tekst kan worden gezien als gesitueerde kennis. Dit begrip, bedacht door feministisch professor Donna Haraway, houdt in dat kennis altijd wordt gecreëerd vanuit een bepaalde situatie, waarbij het van belang is om rekening te houden met de sociale omstandigheden waarin kennis wordt geproduceerd.[v] Zo is de tekst die Van Lonkhuyzen opschreef ontstaan vanuit zowel de betekenisgeving van de ander als die van Van Lonkhuyzen. De ander vertelde haar verhaal vanuit haar belevingswereld en hoe dit verwerkt werd door Van Lonkhuyzen, zowel in als na het gesprek, kwam vanuit haar beleefwereld. Je zou kunnen zeggen dat de tekst een product is van het verhaal en de woorden van de ander én de sturing van het gesprek en redactiewerk van Van Lonkhuyzen.

Van Lonkhuyzen was zich bewust van haar aanwezigheid in het verhaal. Ze zei: “Wat heb ik toch nog veel macht. En de enige manier om daar goed mee om te gaan is bij hen toetsen wat ik heb gemaakt.” Om het verhaal zo authentiek mogelijk te houden, bracht Van Lonkhuyzen het verwerkte verhaal terug naar de ander met de vraag of deze zich erin herkent. Zo werd er weer een stukje macht teruggegeven aan de ander. Dus Van Lonkhuyzen was in het proces van het vormen van het verhaal open naar de ander in haar benadering, maar was zich tegelijkertijd bewust van haar eigen inbreng in het verhaal en handelt hiernaar.

Van Lonkhuyzens reflectie ging dieper dan alleen op het niveau van de gemaakte tekst. Het was haar opgevallen dat haar stille stem al snel liet weten dat ze niet veel te vertellen had, ondanks het feit dat ze wel met het project mee wilde doen. Het leidde Van Lonkhuyzen tot de vraag of “de stille stemmen misschien niet voor niets stille stemmen zijn.” Van Lonkhuyzens voorkeursmedium om zich uit te drukken is via het geschreven woord, maar haar stille stem leek zich meer uit te drukken in daden dan in woorden. “Hoe vang je dat dan?” vroeg Van Lonkhuyzen zich af.

 

Stille stemmen canon op Groot Letterfestival 2019, met rechtsvoor op de stoel Elske van Lonkuyzen. Foto door: Joke Schut

Hoe complex het is om een ander een stem te geven, terwijl deze zich eerder via daden uitdrukt, wordt geïllustreerd door postkoloniaal denker Gayatri Chakravorti Spivak.[1] Spivak beschrijft de valkuil wanneer geprobeerd wordt een ander met een bepaalde positie binnen de maatschappij te verplaatsen naar een andere positie. De valkuil is dat er in de nieuwe positie niet de mogelijkheid bestaat om deze persoon in hun volledige recht weer te geven, omdat hiervoor niet met dezelfde tools naar de ander wordt gekeken als vanuit de eerste positie. Hierdoor gaat hetgeen wat de ander zichzelf maakt, verloren in de vertaling van de ene naar de andere positie.[vi] Van Lonkhuyzens stille stem bevond zich gewoonlijk in een positie waarbij ze zich niet in woorden uitdrukt, maar het project vraagt van de deelnemer dit wel te doen. Van Lonkhuyzen zag dat niet alleen de citaten van de ander, maar ook haar daden naar voren moesten komen om een juist beeld neer te zetten van de stille stem. Het is om deze reden dat Van Lonkhuyzen besloot de tekst niet geheel uit de eigen woorden van de ander te laten bestaan en een subtiel zinnetje toe te voegen wat de daden van de ander beschrijft, om de persoonlijkheid van de stille stem des te meer naar voren te laten komen. Deze oplossing had ze niet kunnen maken als ze zich niet eerst bewust was geweest van het verschil tussen zichzelf en de ander.

Door zich bewust te zijn van haar eigen positie en van die van de ander, kon Van Lonkhuyzen de ander met zorg benaderen. Dit werd ook duidelijk bij de laatste stap van het proces binnen de Stille Stemmen Canon: de voordracht. Bij voorkeur wordt de tekst door de stille stem zelf voorgedragen op het podium, maar deze stille stem wilde dat niet. In plaats daarvan had ze zelf een oplossing bedacht met een familielid die wel het podium op wilde. “Ik vond het heel liefdevol hoe ze dit binnen de familie hadden opgelost. En het paste ook bij haar,” liet Van Lonkhuyzen hierover weten.

Het doel van de Stille Stemmen Canon is om ruimte te creëren voor de ander binnen onze cultuur. Het is een project waarbij geprobeerd wordt de ander te behandelen zoals de ander behandelt wil worden. De relatie tussen Van Lonkhuyzen en haar stille stem laat zien hoe dit gedaan kan worden. Van Lonkhuyzens handelen toont hoe belangrijk het is om je bewust te blijven van je eigen positie. Wanneer je je eigen positie erkent, wordt duidelijk wat het verschil is tussen jou en de ander. Op deze manier wordt er ruimte gecreëerd voor de positie van de ander. Ondanks dat deze posities nooit hetzelfde zullen zijn, kan er wel met zorg naar gehandeld worden. Dit geldt niet alleen binnen projecten waarbij een vertaalslag gemaakt moet worden tussen iemand die geen woorden gebruikt om zich uit te drukken naar iemand die wel woorden gebruikt om zich uit te drukken. Dit geldt voor alle relaties. Dus benader de ander zoals de ander benaderd wil worden, maar vergeet niet je eigen positie in deze relatie.

 

 

[1] Spivak heeft het in haar tekst over de ‘subaltern’, iemand die geheel buiten het (dominante) discours valt. De stille stem valt wel binnen het discours, waardoor de theorie die hier aangehaald wordt niet één op één toepasbaar is op het proces binnen de Stille Stemmen Canon. Echter, Spivak’s theorie laat zien hoe complex het is en welke valkuilen er zijn wanneer iemand uit een bepaalde positie wordt gehaald en betrokken wordt in een andere positie.

[i] Van Lonkhuyzen, Elske. Persoonlijk interview. 16 mei 2019.

[ii] “Het Grote Opnieuw Beginnen: Wat Horen We, Als We Luisteren?” Wintertuin, gedownload

Maart 2019.

[iii] “Het Grote Opnieuw Beginnen.”

[iv] Van Lonkhuyzen werkte in lijn met de Stille Stemmen Canon-methode zoals ontwikkeld door maker Jantine Wijnja en de redactie van Wintertuin.

[v] Stoetzler, Marcel, en Nira Yuval-Davis. “Standpoint Theory, Situated Knowledge and the

Situated Imagination.” Feminist Theory, vol. 3, no. 3, 2002, pp. 315-6.

[vi] Spivak, Gayatri Chakravarty. “Can the Subaltern Speak?” The Norton Anthology of Theory

and Criticism, edited by Vincent B. Leitch et al, W.W. Norton and Company, 2001,

  1. 2204.

Anneroos Boersma is oud-stagiair van De Nieuwe Oost | Wintertuin. Ze is recentelijk afgestuurd van de MA Literature Today met haar scriptie over literatuur en stigma rondom mentale ziekte. Tegenwoordig werkt ze als kistendrager bij uitvaarten en volgt daarnaast een traineeship in de informele zorg bij Stichting Present.