SPREUKEN

Nikki Dekker - 13 januari 2020
Yentl van Stokkum, Obe Alkema, Dean Bowen, Dominique de Groen

Sta op en zeg me na

 

Magische rituelen en brandende kaarsen, voor alle spirituele zoekers en millennials met een astrologieverslaving. In dit manifest voor hekserij houdt Yentl van Stokkum een seance voor de Brontë-zusters, brengt Obe Alkema ultrakorte literaire horoscopen en roept Nikki Dekker de heksen aan. Luister naar een ritueel voor uitgestorven diersoorten met Dominique de Groen en hoor Dean Bowen in een magisch moment. Deze vijf schrijvers brengen de magie terug naar de literatuur. (© Collage Nikki Dekker & Yentl van Stokkum)

 

SPREUKEN

Sorry

misschien leek het alsof ik mijn hand opstak?

Alsof ik je iets wilde vragen
alsof ik hier zat te wachten tot je langskwam
hulpeloos wachten op je handen, op de stoot

Lieverd, dit is mijn gifbeker
het everzwijn aan mijn voeten
is je voorganger

Lieverd
je weet niet wie je tegenover je hebt

Ik werd geboren in een sloot en dat was handig
al die gevoelens moesten ergens heen

Het kikkerdril van mijn ingewanden en de kwakende eend
van mijn kop die bokkig in de baarmoeder
al de verkeerde kant op draaide

dat was nog maar het begin
die eerste jaren zakte het land steeds dieper
fonteinkruid en kikkerbeet en buut vrij en landjepik

Mijn moeder schroefde de zijwieltjes eraf
mijn vader smeerde azijn op de brandnetelwonden
en ik racete over de Dodeweg naar de greppel in het bos waarboven muggen een waarschuwing gromden
en ik lag eronder, dreef in het kroos tot ik groen zag

Ik dacht dat ik mijn schouderbladen in kon houden als mijn adem
ik dacht dat ik mijn driften in een glimlach kon wikkelen
ik dacht dat ik mijn stem wilde ruilen voor een man
dat ik de prinses was
zat ik er even naast

Nu wil ik mannen vangen en in kooien houden
aan hun vingers voelen of ze sappig zijn

Nu wil ik vliegen op een bezemsteel voor de volle maan
Ik denk dat ik er het silhouet voor heb

Ik wil krijsende kinderen het zwijgen opleggen,
zodat ik eindelijk eens mijn boek uit kan lezen

Ik ga de trap op in het donker
en ben niet bang voor wat zich in de hoek bevindt

Ik wil het donker zijn
Dat het je overvalt, omdat ik stil was, en uitgekookt

Ik hoef Ariël niet meer, ik wil Ursula,
de octopus tussen de zeemeerminnen

Ik ga de beste solo zingen en lach
om het gezanik dat ik al die tijd aan heb moeten horen

Iedereen die nu naar me staart en denkt dat ik het niet meen
zal ik in zeewier veranderen
mijn tentakels over jullie heen rollen

Ik ben niet bang
ik ben de angst geworden

Ik breek een stok onderwater
en kijk toe hoe de dijk overstroomt

Ik doof een kaars met mijn vingertoppen
en zie hoe het licht in je borstkas ontvlamt

KOOR:
Als ze de verkiezingen wint is ze een heks
Als ze veel geld heeft verdiend met iets wat je niet begrijpt is ze een heks
Als ze weigert een boterham voor je te smeren is ze een heks
Als je de hele tijd aan haar moet denken is ze een heks

In het leven van iedere vrouw komt een moment
waarop ze beseft dat zij de heks is,
en erger nog: dat ze de heks wil zijn

Sta op

Sta op
en zeg me na

Ik dank Baba Yaga voor haar kippenpoten
(Ik dank Baba Yaga voor haar kippenpoten)
Tia Dalma voor haar pot met zand
(Tia Dalma voor haar pot met zand)
Ik dank Circe voor haar scherpe kruiden
(Ik dank Circe voor haar scherpe kruiden)
Sabrina voor haar zwarte kat
(Sabrina voor haar zwarte kat)

Ik zal mannen vangen en in kooien houden
(Ik zal mannen vangen en in kooien houden)
Ik zal vliegen voor de volle maan
(Ik zal vliegen voor de volle maan)
Ik zal kinderen het zwijgen opleggen
(Ik zal kinderen het zwijgen opleggen)
Ik zal het donker zijn
(Ik zal het donker zijn)

Lieverd
ik weet dat je er klaar voor bent

We ontmoeten elkaar bij nieuwe maan achter de Alfatent
en roepen Theo in iedere windrichting

We vallen op onze knieën en eten de grond
iemand zal bier over ons heen gooien, dat is onze doop

We zullen elkaar aan onze haren overeind trekken
met zwarte nagelriemen en ruwe handen
het slik op ons gezicht smeren
en elkaar herkennen voor wat we zijn

Fonteinkruid en kikkerbeet
we komen bijeen

We steken onze hand op
wij zijn de heksen

Dit is onze spreuk

Foto door Ivo van Aart

Nikki Dekker is schrijver en radiomaker. Ze publiceerde in Tirade, De Gids, Versal Magazine, Revisor, Deus Ex Machina en op De Optimist. Ze trad op tijdens onder andere Lowlands en Dichters in de Prinsentuin. In 2016 werd ze geselecteerd voor de Parijsresidentie van Vlaams-Nederlands Huis deBuren. Haar radiodocumentaire De oppas en ik werd genomineerd voor de Prix Europa en haar podcastreeks Iets doen, hoe doe je dat? kreeg een vier sterrenrecensie in NRC Handelsblad en De Morgen. In november 2018 verscheen bij Wintertuin Uitgeverij haar chapbook Een voorwerp dat nog leeft, een bundeling essays en gedichten over de systemen waarin wij allen vastzitten en hoe je daaruit kunt breken. In maart 2019 verscheen Nikki's radiodocumentaire Andreas Burnier, of hoe je op een klein vlot blijft drijven. Nikki is geselecteerd door CELA en zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin. (Foto door Gaby Jongenelen.)