Oud Nieuws: Aandacht

Max Hermens - 04 december 2018

Maatschappelijke thema's vanuit het perspectief van literaire klassiekers

De media bombarderen ons dagelijks met nieuwe problemen waar we ons toe moeten verhouden. Migratie, het milieu, terrorisme, allemaal worden ze gepresenteerd als de heikele kwesties van de dag – maar zijn ze dat werkelijk? Schrijvers Martijn van Koolwijk en Nicole Kaandorp verkenden op Notulen van het Onzichtbare belangrijke hedendaagse maatschappelijke thema’s vanuit het perspectief van literaire klassiekers. Max Hermens en Gerjon Gijsbers deden dit op het podium van Doornroosje tijdens de zaterdag van het Wintertuinfestival.

 

Aandacht

In 1845 bouwt Henry David Thoreau, een Amerikaanse filosoof, een houten huisje in het bos nabij Walden Pond, een meer in de staat Massachusetts. Hij gaat er wonen en schrijft er een boek over: Walden; or, Life in the Woods. Thoreau heeft moeite met de zenuwachtige leefstijl van zijn dorpsgenoten en besluit om zelf op onderzoek uit te gaan hoe een mens behoort te leven. ‘Ik ging naar het woud,’ schrijft hij, ‘omdat ik zelfbewust wilde leven, ik wilde de essentiële feiten van het leven confronteren en zien wat het mij te bieden had.’
       Voor Thoreau is deze natuurlijke wereld een soort antwoord op de hectische tijd waarin hij leeft. En het klinkt misschien vreemd om deze term te gebruiken om het jaar 1845 te omschrijven, maar dat is wel wat hij zelf doet. Hij noemt zijn tijd haastig en gejaagd, zijn tijdgenoten nerveus. Toch is dat niet onverwacht: in het midden van de negentiende eeuw is de industriële revolutie in Amerika op volle gang. Het is een tijd van grootschalige vervuiling, vooral in steden. Fabrieken denken nog niet na over uitstoot, ze kennen daarin ook geen restricties. Riolering, afvalverwerking – deze dingen bestaan nog niet of pas net. Bovendien moderniseert de infrastructuur, logge en luide stoomtreinen spuwen hun rookwalmen over het platteland, waar Thoreau woont.
       Het is deze keerzijde van de moderniteit die hem het inzicht geeft dat technologie evengoed een oplossing als een probleem is, of dat het op zijn minst zijn eigen problemen creëert. Hij is daarmee ook vrij cynisch over de leefstijlen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen. Zo verzet Thoreau zich tegen de mode-industrie. Hij vindt dat een mens enkele degelijke kledingstukken moet hebben. Meer dan dat is ijdelheid. Hij verzet zich zelfs tegen het nieuws – de kranten en weekbladen die allemaal zo haastig op zoek zijn naar niet-essentiële dingen.
       Natuurlijk klinkt hij daarmee wel een beetje als een kluizenaar die het allemaal niet meer kan volgen, en als lezer kun je dan de neiging hebben om af te haken. Maar dan, na deze wat negatieve hoofdstukken, volgen zijn uitgebreide omschrijvingen van het leven in het woud. Niet de wildernis overigens, er zijn geen wolven of beren, Thoreau hoeft geen wormen te eten om in leven te blijven. Hij heeft gewoon een klein houten huis met wat bonen- en aardappelvelden.
       Daarin zit ook meteen een van zijn eerste vaststellingen: een mens heeft eigenlijk niet veel nodig om in leven te blijven. Voedsel. Water. Een dak boven zijn hoofd. Bovendien groeien zijn aardappels vanzelf, hij hoeft alleen maar onkruid te wieden en de vogels weg te jagen. De kwestie van dit boek is dan ook niet hoe we moeten leven in het bos, maar wat onze essentiële levensbehoeften zijn en wat we moeten doen zodra we deze hebben vervuld.
       Thoreau’s antwoord: niets.
       Hij zit wat bij het water. Hij luistert naar de vogels. Hij wandelt door het bos. En hij leest veel, vooral de klassiekers.
       Hij kijkt hoe in de winter het ijs over het water kruipt, hoe het van kleur verandert en de vissen eronder steeds langzamer gaan zwemmen. Of hoe bosmarmotten voedsel naar hun winterslaap slepen. Maar ook hoe de lente terugkeert naar zijn woud, de nieuwe geluiden, de verse geuren. Dat het zingen van vogels na de winterstilte kan klinken als de mooiste symfonieën. De ritmes. De crescendo’s. Of hij ziet twee mierenkoloniën elkaar bevechten op de bosvloer en vergelijkt het meteen met de slag bij Austerlitz. Hij telt de bataljons, ziet afgehakte ledematen liggen. Hij ziet zelfs heroïsch doorzettingsvermogen.
       Walden Pond is niet heel groot. Het is mooi, maar niet bijzonder mooi. Het heeft geen hoge rotskliffen of wilde dieren, het zou zo in Nederland kunnen liggen. En toch wijdde Thoreau er een heel boek aan. Naast een boek over de natuur is het boven alles een boek over aandacht. Een man is op zoek naar zijn plaats in de wereld, naar zijn plaats als mens in relatie tot de natuur, en pas door deze zoektocht te ondernemen leert hij deze voor het eerst fatsoenlijk te bekijken. Het gaat niet om het overleven in de natuur, maar om het leren kijken ernaar.
Als je je ooit verveelt, dan ligt dat nooit aan de wereld maar aan jezelf, aan je onvermogen deze met aandacht te bekijken.
       Het boek is daarmee geen pleidooi om allemaal in houten hutjes in het bos te gaan wonen – Thoreau zelf woonde er ook maar twee jaar – maar om bij onszelf te rade te gaan wat essentieel is in dit leven en wat niet. Om ervoor te zorgen dat het overbodige nooit de overhand neemt en al onze aandacht, het kostbaarste goed, wegneemt.

Max Hermens is schrijver en literatuurwetenschapper. Zijn verhalen verschenen in Das Magazin en Op Ruwe Planken. Hij droeg voor op onder andere festival De Oversteek en het Wintertuinfestival. Als literatuurwetenschapper publiceerde hij over het werk van Joseph Conrad.