OK Boomer

Martijn van Koolwijk - 01 december 2019

Literaire notulen bij de festivalavond in Doornroosje

Zaterdagavond 30 november was heel Doornroosje gevuld met schrijvers, muzikanten, dansers, theater, beeldende kunst en publiek. Martijn van Koolwijk was ter plaatse en liet zich inspireren tot de volgende literaire notulen. 

 

OK Boomer

Ik zit op de bank en ik zap. Ik zap en ik begrijp mijn wereld niet meer. Misschien komt het doordat ik er even uit ben geweest. Dat ik jaren bezig was met de hypotheek, het werk, de vrouw en de kids. Dat ik zo hard mogelijk rende, alle ballen in de lucht probeerde te houden, terwijl de wereld buiten nog harder verder draaide. Op televisie is Ons Moederland. De camera volgt Constant Kusters, voorman van de extreemrechtse partij Nederlandse Volks Unie. Zijn wereldbeeld en woorden worden sinds de jaren negentig vergruisd. Toch zijn de afgelopen vijfentwintig jaar steeds meer gangbare partijen zijn taal gaan spreken. Het doet mij denken aan een artikel over Hans Janmaat dat ik las. In de jaren tachtig en negentig Kamerlid en lijsttrekker van de centrumdemocraten. In de zendtijd voor politieke partijen gebruikte Janmaat teksten als: ‘Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af’. Tot aan zijn dood was hij verwikkeld in juridische processen en vocht hij zijn veroordelingen wegens discriminatie, bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, aan. Volgens de maker van Ons Moederland is extreemrechts salonfähig aan het worden. De leuzen van Custers en Janmaat klinken inmiddels uit de monden van PVV en Forum voor Democratie. VVD en CDA bezigen steeds vaker zogenaamde spierballentaal. Het is een kleine stap van Janmaats ‘Eigen volk eerst’ naar Rutte’s ‘Pleur op’. In een van de veroordelingen van Janmaat viel te lezen: ‘Een versluierende tekst zal door een grotere groep overgenomen worden zonder dat men zich realiseert wat men eigenlijk zegt. Het enge gedachtegoed zal daardoor mogelijk makkelijker ingang vinden.’

ZAPP!
Een documentaire over de das.
ZAPP!
Een reportage over Nederlands grootste wietplantage, verscholen in een maisveld.
ZAPP!
Iets met een drakendochter, maar geen Game of Thrones.
ZAPP!
In een dierentuin vertelt iemand over het koraal.
ZAPP!
Een niet al te bijster intelligent iemand ziet een foto van een naaktkat. ‘Dit is echt geen poes!’ roept hij verbaasd.
ZAPP!

Een thema-avond over gastvrijheid. ‘Hoe nabij wenst u echt te zijn?’ vraagt de vrouw op tv. Hoe kan ik nabij zijn, als ik mezelf van alles zo verdomde ver verwijderd voel? Hoe kon ik jaren samen zijn met iemand die zich stilzwijgend stoorde aan mijn vieze sokken op de grond en de scheetjes die ik liet. Was ik dan niet nabij haar? Was ik blind? Hoe kon ik jaren wonen in een wijk waar volgens de kranten de politie niet durfde te komen, maar waar ik mijn kinderen liet opgroeien met een touwtje uit de brievenbus? Was ik blind? Slaapwandelde ik? Hoe kan het zijn dat ik onder vrienden wordt aangesproken op harde grappen terwijl politici steeds meer achterlijke taal gebruiken? Slaapwandel ik? Ben ik niet woke genoeg? Het is niet dat ik niet nabij wil zijn, maar ik weet niet hoe. Hoe kan ik gastvrij zijn als ik zelf niet meer weet waar ik mij thuis voel? Soms denk ik dat het door schermen komt.

ZAPP!
The Muppets en iets met worteltjestaart, ik begrijp er niets van.
ZAPP!
Een vrouw praat over liefdesverdriet.
ZAPP!
Een dansvoorstelling. En dat op primetime.
ZAPP!
God kijkt in een fluwelen colbert oude afleveringen van Tom & Jerry.
ZAPP!
Reclame. Ze lijken te schreeuwen: ‘Neem alles wat je nemen kan tot je er niet meer tegen kan!’
ZAPP!

Terug naar de thema-avond. Mijn ouders waren pas echt gastvrij. Het eten was dan misschien simpel en altijd wat de pot schafte, aanschuiven kon altijd. Één koekje, maar koffie en thee in overvloed. In de avonden kwamen we met de halve straat bij elkaar rond een tv. Eerlijk gezegd herkende ik mij ook toen niet in de wereld op de beeldbuis maar het had toen nog iets magisch. Het gevoel dat de wereld, in een straal van blauw licht, langzaamaan je thuis in lekte. Misschien is het daar dan ook wel fout gegaan. Toen iedereen in huis zijn eigen scherm kreeg. Eerst verdwenen de buren naar hun eigen huis, daarna de kinderen uit de huiskamer. De laatste jaren zaten mijn vrouw en ik nog wel samen op de bank maar beide in onze eigen wereld. Ik weet niet of je ons toen nog ‘nabij’ kon noemen. Gastvrij in ieder geval al lang niet meer. De enige mensen die we nog wel eens zagen waren andere ouders. De kinderen werden studenten en met hen vertrok onze reden tot samenzijn uit huis. Eerst waren er de ruzies, over de scheten en de sokken. Daarna kwam het nieuws. Ze had via haar scherm een ander gevonden. Hij is 10 jaar jonger dan ik. Ze had mij online ingerolen voor een jonger exemplaar, en toch voelde ik mij het cliché.

ZAPP!
‘Je mag hem best beoordelen op hoe hij eruit ziet aan de buitenkant.’
ZAPP!
‘Er gaan verhalen de ronde dat Mary Shelley nog jaren rondliep met het verkalkte hart van haar verdronken man in haar tas. De romantiek.’
ZAPP!
‘Maar is toeschouwers dan een beter woord dan tobbers?’
ZAPP!
‘Vanavond zijn wij uw clickbait.’
ZAPP!
‘Gastvrijheid is een leuke gast.’
CLICK!

Ik sta in de kroeg. Niet mijn oude stamkroeg. Die is jaren geleden gesloten. Vervangen door een hippe koffiebar waar jonge goden de hele dag met oordoppen in achter hun schermen zitten. Het gevoel hebben hun wereld aan hun voeten te hebben. Nee, dit is zo een nieuwe kroeg. Met veel raar bier. Ik bestel nadrukkelijk ‘gewoon een pilsje’ en luister naar de muziek. Er staat een blanke man met een gitaar op het podium. Hij zingt over deuren die pas opengaan als andere gesloten zijn. Dan voel ik een hand op mijn schouder. ‘Hey gast!’ klinkt het in mijn oor. Het is Peter. We zaten ooit samen in de ouderraad, onze dochters vochten regelmatig met elkaar. Hij vraagt of ik buiten mee ga roken. In het pand links van de kroeg is een lezing gaande, activisme in spoken word staat er op het bord voor de deur. Rechts staan gillende meiden in de rij voor een popzaal. Er speelt een boyband. Volgens de posters op het raam ‘DE boyband’ zelfs. Peter en ik roken onze sigaretten en mopperen als de oudjes van The Muppets. We beoordelen de jongens op de posters van de boyband. Met wie je dochter thuis mag komen. Daarna gaat het al snel over hoe vroeger alles beter was en er nu niks meer deugt. Ik herken mijn wereld niet meer, maar tegelijkertijd lijkt er niks veranderd.

 

Wintertuinfestival

Met fictie als gids navigeert het Wintertuinfestival door onze tijd. Samen met de schrijvers en kunstenaars die we uitnodigen en jou, onze bezoeker, proberen we de wereld te lezen en te bevragen. Elk jaar kiezen we een thema. Dit jaar is dat het begrip ‘gastvrijheid’. We zijn geïnspireerd door de Amerikaanse schrijver en schilder John Berger, die de vraag stelde naar ‘the storytellers responsibility to hospitality’. Welke verhalen zijn verwelkomend? Welke stemmen geef je aandacht? Wat is de rol van literatuur als het aankomt op het bieden van ruimte aan anderen? Schrijver Ali Smith zegt hierover: ‘In the very act of the telling of anything, and the listening to anything, from anyone else, there is a question of welcome.’ Het hele interview met Ali Smith (tijdens Passa Porta Festival 2019) lees je hier.

Martijn van Koolwijk schrijft korte verhalen en artikelen over de geestelijke gezondheidszorg. In 2016 verscheen Alleen als er brand is sukkel een bundeling van zijn columns die hij voor de Hogeschool Arnhem Nijmegen schreef. Met het blues duo Esk-Esque maakte hij onlang twee muzikale voorstellingen. Daarnaast is hij oprichter van De Horizonvreter het tijdschrift voor literaire genrefictie. Martijn droeg onder meer voor op Mensen zeggen dingen, Zwarte Cross, Valkhof Festival en voor zijn eigen badkamerspiegel. Dit tot groot ongenoegen van zijn buren.