Het lijk dat jij vond op het strand 

Laetitia Kemps  - 26 maart 2024

Wintertuin organiseert elke maand in vier steden Literatuurnest, een werkplaats waarbij makers een tekst aan collega-schrijvers en lezers kunnen voorleggen om feedback te ontvangen en met nieuwe ideeën en inzichten verder te werken. In 2024 biedt Wintertuin een aantal talentvolle Literatuurnest-schrijvers nadien een extra feedbackronde aan en een podium om hun werk te delen met de wereld. Een van die schrijvers is Laetitia Kemps, waarvan we met trots het verhaal ‘Het lijk dat jij vond op het strand’ publiceren. 

 

Het lijk dat jij vond op het strand

Soms denk ik dat ik eenzaam ben. Dan hoor ik de buren in hun tuin meezingen met de radio, terwijl hun kinderen spetteren in een opblaaszwembad.
‘Hallo!’ zei ik laatst tegen de buurvrouw.
Ze keek me aan alsof ze me niet herkende.

Soms denk ik dat ik niet genoeg buiten kom. Dat ik te vaak door de ramen naar buiten staar. Dat de wereld niet terug staart, zoals de diepte dat wel schijnt te doen. En soms denk ik dat ik die diepte ben. Dat mensen hoogtevrees van me krijgen en duizelig worden.

Soms wil ik gezien worden. Dan trek ik een gele jurk aan met een te diep decolleté. Ik fietste laatst in die jurk over straat. Er kwam een jongen voorbij. Hij keek fronsend naar mijn diepe decolleté en schudde zijn hoofd.

Soms probeer ik onzichtbaar te zijn. Zoals de ruimte tussen voorwerpen. Onhoorbaar zoals de stiltes tussen woorden.

Laatst was ik Eckhart Tolle aan het lezen en begreep ik ineens dat alles al een keer geschreven is. Dat ik niet origineel ben, net zomin als Eckhart Tolle. Dan denk ik dat mijn verhalen rommel zijn. Dat ik beter kan stoppen met schrijven.
Volgens Connie Palmen is het belangrijk dat je waarachtig schrijft. Dat las ik in één van haar boeken, ze schreef: ‘Waarachtigheid is de mooiste en meest zeldzame vorm van moed.’ Sindsdien probeer ik waarachtig te schrijven. Het lukt me wel. Het lukt me niet. Zoals Schrödingers kat is de hoop dat ik ooit iets goeds schrijf zowel dood als levend.

Mijn verhalen zijn zowel goed als slecht. Ik ben mooi en misplaatst in mijn gele jurk. Ik ben zichtbaar en onzichtbaar voor het raam. De waarheid is niet te grijpen. Dat besefte ik op een avond waarop ik veel geblowd had en een wandelingetje maakte. Ik zag een heleboel kikkers. Ze zaten doodstil op een rijtje op het trottoir. Ik tikte met mijn wijsvinger tegen hun kopjes, maar ze verroerden geen vin. Tussen hen in zat één sprinkhaan. Ook hij bewoog niet.
Later die week vertelde ik het aan een vriendin. ‘Wat vreemd,’ zei ze alsof ze me geloofde.
Gelukkig was ik niet alleen tijdens het voorval met de kikkers. Mijn vriend was erbij, maar volgens hem waren er maar één pad en één sprinkhaan. Wel zijn we het erover eens dat de regen stopte toen we elkaars hand beetpakten. Dat het licht van de lantaarnpalen doofde toen ik vertelde dat ik bang ben voor het donker.

Soms denk ik dat ik een personage ben. Dat er een schrijver is die mij kwelt om zijn verhaal interessant te maken. En heel soms schrijft hij zo slecht dat ik hem doorzie. Dat ik erachter kom dat ik net zoals Truman in een soort Truman Show zit. Of in The Matrix natuurlijk. The Matrix is ook zoiets.
Laatst vroeg een man in een YouTube-video: ‘Which pill wil you choose? The blue one or the red one?’ En ik kon me alleen maar afvragen wat er zou gebeuren als ik allebei de pillen zou slikken. Of heb ik dat allang gedaan?

Maar soms, heel soms, denk ik dat ik briljant ben en dat daarom niemand mijn verhalen begrijpt en dat ik daarom niets bereikt heb. Soms is het beter om jezelf voor de gek te houden. Het leven moet wel draaglijk blijven. Ik wil het zo lang mogelijk volhouden. Doodgaan kan altijd nog.
Ik hoop dat dit pas gebeurt als ik stokoud ben op een warme dag in mei. Dat ik dan de trein kan nemen naar zee, mezelf het strand op kan slepen en liggend op mijn zij, met de zee op mijn netvlies, mijn laatste adem uitblaas. Ik zal een briefje meenemen waarin ik mijn excuses aanbied aan degene die mij vindt.

Beste vinder van dit lijk,

Sorry. Het was niet mijn bedoeling je te laten schrikken. Ik hoop dat je er geen nachtmerries aan overhoudt en dat ik nog niet in verre staat van ontbinding verkeer. Zelf weet ik niet hoe de dood ruikt, maar ik neem aan dat het erg onaangenaam is.
Het lijkt me vreselijk als je door mij een fobie voor het strand ontwikkelt. Daarom wil ik je vragen om met een professional te gaan praten, mocht dat nodig zijn. De zee is te mooi om nooit meer te zien. Daarom is het ook het laatste wat ik wilde zien, want als ik de zee zie, heb ik het gevoel dat ik het dichtst bij de waarheid ben. Dichterbij kan een mens nu eenmaal niet komen.

Met vriendelijke groet,
Het lijk dat jij vond op het strand

 


Wie schrijft doet dat vaak alleen, zonder kantoor of collega’s. Literatuurnest biedt een ontmoetingsplek waar je met andere schrijvers, dichters, verhalenvertellers en lezers kunt sparren en feedback krijgt op je werk. Gezellig, vrijblijvend en zonder grote verwachtingen.
Er zijn Literatuurnest-edities in Nijmegen, Utrecht, Arnhem en Tilburg (in samenwerking met literair productiehuis Tilt). Elke editie komt maandelijks op een vaste avond samen. Per bijeenkomst is er ruimte voor twee of drie schrijvers om een tekst voor te leggen. De groepen worden begeleid door ervaren schrijvers en redacteuren. Nieuwsgierig naar meer, of wil je een keertje meedoen? Lees meer over Literatuurnest en hoe je je kunt aanmelden.

Literatuurnest Nijmegen en deze publicatie worden mede mogelijk gemaakt door Gemeente Nijmegen.

Laetitia Kemps is een veelzijdig verhalenverteller. Na haar studie audiovisuele vormgeving aan de kunstacademie in Breda is zij zich steeds meer gaan richten op schrijven. Ze deed de Schrijversacademie in Antwerpen en is naast haar schrijverschap actief als zangeres en songwriter. In haar teksten probeert ze opgelegde kaders te doorbreken en de grijze gebieden op te zoeken. Haar personages zijn vaak outsiders die zich in werelden bewegen waar ze in eerste instantie niet lijken te passen.