Hardinxveld-Giessendam | Dieren

Yentl van Stokkum - 16 april 2020
Ton Korbans, Jolanda Jansen en Gerda

Yentl van Stokkum begeleidt acht maanden lang deelnemers van verschillende leeftijden bij het opschreven van hun levensverhalen, eerst in de bibliotheek van Hardinxveld-Giessendam, inmiddels digitaal.

Intro | Yentl van Stokkum

Eigenlijk begint bijna iedere les die ik namens het Verhalenhuis geef stiekem met een dierenverhaal. Het is altijd spannend om een nieuwe groep te ontmoeten. Je zit bij elkaar aan een tafel, met een gelijke afstand tussen alle stoelen, roert in de koffie en zoekt naar wat jullie aan elkaar verbindt. Naar gemeenschappelijke interesses. In de tweede les, schreef een van de deelnemers over haar ochtendwandeling met de hond en vonden wij als groep onze gemeenschappelijke deler. Los van reacties op het verhaal over de wandeling, werd de deelneemster bestookt met vragen over haar hond. We vroegen naar zijn ras, hoe oud hij was, hoe hij heette. Er werden dierenverhalen uitgewisseld en tijdens het praten over huidige en voormalige huisdieren zag ik hoe iedereen dichter bij de tafel ging zitten. Stoelen schoven naar elkaar toe en vanaf dat moment verheugde ik me op de les waarin we herinneringen over dieren met elkaar zouden delen.

Onderstaande verhalen van Ton, Jolanda en Gerda hebben mij geraakt, door de kwetsbaarheid waarmee ze werden geschreven. Zelf vind ik het schrijven van persoonlijke teksten nog steeds spannend, ondanks dat ik ze al jaren schrijf. Daarom vind ik deze schrijvers die nog maar net zijn begonnen extra moedig. Er is nog geen les voorbijgegaan waarin ze geen nieuwe stap hebben gezet. Het is dan ook met trots dat ik vandaag met jou, lieve lezer, drie dierenverhalen deel.

 

Onverwacht afscheid | Ton Korbans

Remy, mijn hondje, is al enkele dagen lusteloos. Hij eet slecht, maar zijn dorst is niet te lessen.
We herkennen hem niet meer. Ten einde raad besluiten we dat het tijd wordt om met hem naar de dierenarts te gaan.
De riem om en in de auto op weg naar de man die de oplossing weet.
Na een poosje wachten volgt het onderzoek. De diagnose komt.
Remy heeft zwaar suiker. De rest van zijn leven zal hij steeds injecties en medicijnen moeten krijgen. Die taak is voor ons als jong gezin een bijna onmogelijke. Er is overleg met de dierenarts, waarbij er slechts één conclusie overblijft.
Als de injectienaald in Remy glijdt schiet ik vol. Ik besluit bij hem te blijven tot hij voorgoed zijn ogen sluit.
Mijn ogen staan vol tranen als ik thuis weer uitstap, nu alleen met de riem.

 

De naamoefening | Jolanda Jansen

Wij zijn bezig met de naamoefening. Dat is om de pup te leren dat hij naar mij kijkt wanneer ik zijn naam roep. Dat hij aandacht voor mij heeft, omdat ik aandacht voor hem heb en roep. Dat hij weet dat hij Twister is. Die oefening heb ik niet gehad, filosofeer ik in het donker op het oefenterrein, terwijl ik nog een keer zijn naam roep.
Zijn naam bevestigt dat hij bestaat. Dat hij gezien wordt. In mijn herinnering is mijn naam weinig tot niet genoemd.
Ik herinner me één keer dat mijn naam genoemd is in combinatie met iets positiefs. Dat was mooi. Dat herinner ik me nog. Ik voelde verbazing. Tegelijkertijd ervoer ik een onbeholpenheid. Wat moest ik hiermee aan? Zo had ik mijzelf niet eerder gezien. Het zette wel iets in gang, denk ik. Een soort balsem voor mijn ziel. Het effect ervan duurt nu nog voort. Mijn naam krijgt gestalte en het mooie is dat ik daar na al die tijd bewust vorm aan heb gegeven. De verbinding wordt gelegd. Het proces is nog niet af. Ik weet niet of dat kan. Als mens blijf je jezelf ontwikkelen, veranderen. Ik voel me een persoon worden, die gezien mag worden.
Misschien moet je een paar keer roepen, net als ik naar mijn pup. Als ik opkijk weet ik dat ik gekend word, omdat je me bij mijn naam noemt.

 

Dolfijn | Gerda

Waar komt het toch vandaan dat ik volschiet als ik een dolfijn zie springen?
Vroeger al tijdens een show liepen de tranen over mijn wangen bij het zien van deze dieren.
Tijdens een duikcursus in Eilat is er een gelegenheid om te duiken in een stuk zee waar dolfijnen zwemmen.

Dat laat ik me niet ontgaan.

De ontmoeting met een aantal dolfijnen onder water beneemt me de adem.

Gelukkig heb ik zuurstof bij me.

Een van de dolfijnen glijdt vlak langs me heen, een grijze vacht, glad, vochtig. Dan voel ik de kracht van een zwiepende staart en moet ik mijn evenwicht zoeken.
Als ik weer kan focussen zie ik dat het dier zich omdraait en naar mij toe komt zwemmen, rustig zwevend op gelijke hoogte.
Even zie ik een zwart oog en dan is ook de binnenkant van mijn duikbril nat.

 

 

Klik door naar de andere Verhalenhuisteksten van deze groep.

 

Het Verhalenhuis

In Wintertuins Verhalenhuis begeleiden professionele jonge schrijvers senioren bij het oproepen en optekenen van hun eigen verhalen. In zestien bijeenkomsten zetten de oudere deelnemers zelf hun herinneringen op papier. Het resultaat wordt gepresenteerd in publicaties, in podcasts en op het podium. De beste teksten worden per editie gebundeld: verhalen over de liefde, dieren, werk en reizen. De bundels van voorgaande edities zijn te bestellen in de webshop van De Nieuwe Oost | Wintertuin. Het Verhalenhuis wordt mede mogelijk gemaakt door het Oranje Fonds en Vrienden van Solis.

Yentl van Stokkum schrijft poëzie, proza en toneel. Ze studeerde af aan HKU Writing for Performance en werd geselecteerd voor het talentontwikkelingstraject van Slow Writing Lab. Haar werk is te lezen op onder andere Sample Kanon en Hard//hoofd. Gedichten van haar hand werden opgenomen in de bundel Nyx door Uitgeverij Chaos. Yentl droeg o.a. voor in Perdu, op het Betweterfestival, Dichters in de Prinsentuin, het Nijmeegs Boekenfeest en Lowlands. Als toneelschrijver schreef Yentl voor Studio Figur, De Orde van de Dag, HNTjong en werd in 2019 de door haar geschreven voorstelling Chimo zei Lila genomineerd voor de BNG Bank Theaterprijs. Op dit moment doet Yentl onderzoek naar de grens tussen poëzie en séance, aan de hand van het leven en werk van Emily Brontë. Yentl zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin. (Foto door Joep van Aert.)