Drieluik

Bram Wientjes - 05 april 2019

Go Short vroeg drie studenten van Creative Writing ArtEZ om een tekst te schrijven aan de hand van de logline van drie films.

Filmstill van Anthony, the Invisible One

“Wat blijft er over van kunst als je niet kan zien en niet kan horen?” – Anthony, the Invisible One (2017)

  1. ‘Here we are now, entertain us’

We zitten op jouw bed, want ik zou nooit een bed kopen met een gekleurd dekbedovertrek. Je wiebelt wat onrustig met je benen, krabt aan je hoofdhuid, maar lacht wel lief. De narcis die op je kussen ligt is verfrommeld, omdat ik hem zo onhandig uit mijn tas haalde. De blaadjes liggen nu overal en ik word daar erg onrustig van. Daarnaast luister je op dit moment naar Nirvana en dat klinkt als een kruising tussen een trein die acuut tot stilstand probeert te komen en een zeehond die stervende is. Zeehonden zijn lelijk en ze klinken ook nog eens kut.
‘Ik hou van jou.’
Je bent de eerste in onze verkering die het zegt.
Wat moet ik nu?
Hoe vervelend is het als de persoon die je wel ziet zitten de eerste is die ik hou van jou zegt én ze dan ook nog eens een gekleurd dekbedovertrek heeft?

Ik ben het grijs
Ik ben hetzelfde
Ik ben niet anders

Ik vergelijk
Ben vergelijkingsmateriaal
Ben vol van meningen
Ben oninteressant

Ik hoor het journaal aan
De presentator heeft het tegen mij
Ik ben niet het nieuws
Ik ben gereduceerd tot burger
Gereduceerd tot mens

Je wil naar het museum, dus we gaan naar het museum.
Je wil naar het Van Gogh museum, dus we gaan naar het Van Gogh museum.
En als we in het Van Gogh museum zijn wil je kijken naar de schilderijen van Van Gogh.
Ik heb echt een schijthekel aan zonnebloemen, ze zijn veel te vrolijk en bloeien in een seizoen waarin iedereen verwacht dat je blij bent. Onthoud dit: het valt altijd tegen. Nostalgie is onbetrouwbaar en Van Gogh representeert nostalgie. Zijn schilderijen zijn ook net niet scherp genoeg.

 

  1. ‘It makes me smile’

Ik geniet van de geur van regen op warm asfalt en jij woont naast de rijbaan. Zelf vind je de rijbaan vervelend, want er is altijd ruis in je kamer, maar ik heb daar gelukkig geen last van.
Als we op je bed zitten, het is jouw bed want ik zou nooit een bed met gekleurd overtrek kopen, voel ik dat hij trilt. Ik vraag of er iets mis is maar je wijst naar de stereo waar een plaat van Nirvana aanstaat, voor het eerst denk ik dat ik muziek voel.
Ik glimlach naar je.
Je schrijft op de plaat dat je van me houdt en ik geef je een knuffel.
Gelukkig hoeven we niks te zeggen.

Ik sein
Ik zie
Het journaal heeft een speciale uitzending voor mij
Het journaal verwacht iets extra’s
Het journaal verwacht dat ik thuis ben
Het journaal wil dat ik opneem

Ik zie de bom
Ik voel de knal
Verder weet ik daar niks van
Ik ben gereduceerd tot vier zintuigen

Voelen, ruiken, zien, proeven
Voelen, ruiken, zien, proeven
Zoenen, bloemen, afstand, citroen
Voelen, ruiken, zien, proeven

Als we in het Van Gogh museum zijn laat je me een schilderij zien van een zonnebloem. Ik hou van Van Gogh want zonnebloemen ruiken zo lekker. Je seint dat het je favoriete schilder is maar dat je vroeger een vriendje had die het verschrikkelijk vond. Als we rustig op een bankje zitten wil jij alweer gaan omdat het zo druk is en de kleuren en geluiden je moe maken. Ik val ruisloos in slaap als we in je bed liggen. Jij woelt nog uren vanwege de rijbaan.

 

  1. ‘With the lights out, it’s less dangerous’

We liggen in je bed, op de achtergrond een keiharde ruis maar echt plaatsen waar die uit bestaat kan ik niet. Je bent warm, we liggen hier al een tijdje. Ik hoor je hand richting de lichtknop gaan, die je loom uitdrukt. Als jij het licht uit doet zie ik meer dan jij. Je kust me en glimlacht (alleen blinden zien dat) en door te voelen zie ik de vorm van je bh. Jij moet de prachtigste vrouw op aarde zijn, met een lichaam zo ruig en puur als de muziek van Nirvana. Je hebt een bosje schaamhaar voor me laten staan en als ik met mijn vingers je kroel weet ik beter dan wie dan ook hoe mooi je bent. Ik fluister in je oor dat ik van je hou en je begint te huilen. Met mijn handpalmen wrijf ik de tranen weg, zeg ik dat dat nergens voor nodig is en haal jij je hand door mijn krullen. Als jij mijn huid aanraakt is het net alsof er een mijn afgaat die al jaren verborgen lag onder het oppervlak.

Ik vind je met mijn honden
Sla je met mijn stok
Je moet verdomde stil zijn wil ik je missen
Want wie niet weg is,
Is gehoord

De radio spreekt me aan
Fluistert over bommen
Over oorlog en venijn
Ik heb daar geen beelden meer bij nodig
Dat zou voor iedereen beter zijn

Mijn wereld is veel mooier
Zonder al die visuele pijn
Je zegt, afschuwelijk al die doden
Ik hoef daar geen beeld bij

Hoewel je eerst wat sceptisch was over mijn plan om terug te gaan zijn we hier nu toch. We lopen door een weiland en ik ruik de zonnebloemen, voel de zwoele wind en pak je hand. De zon beschijnt mijn rug; hij brandt in mijn nek. Als we een ander stel passeren vang ik wat Franse woordjes op. Ik voel aan de boom waar ik vroeger altijd in klom. Je vraagt verbaasd of ik kan klimmen en met mijn oude handen weet ik me een weg naar boven te banen. Het lijkt minder hoog dan toen, dat is wat nostalgie met je doet. Je klimt me achterna en gaat naast me zitten. ‘Het lijkt wel een Van Gogh,’ fluister je en ik glimlach (alleen blinden zien dat).

 

Go Short vroeg drie studenten van Creative Writing ArtEZ om een tekst te schrijven aan de hand van de logline van drie films. Een logline is een samenvatting van een film in één zin.

Deze tekst is het resultaat van student Bram Wientjes. Hij droeg deze tekst voor tijdens het programma Great Short Stories van Go Short op donderdag 4 april.

Klik door naar de andere teksten.

 

 

Bram Wientjes is student Creative Writing aan ArtEZ en betrokken bij Joost, het jongeren platform van Oostpool. Daarnaast heeft hij een vooropleiding theater gedaan en schrijft nu voornamelijk poëtisch proza.