Denkend aan Holland #3

Huda Al-Attas Ingrid Goldsman  - 06 juli 2023

Het begin van Hendrik Marsmans gedicht ‘Herinnering aan Holland’ kent vrijwel iedereen. Al is het maar omdat het is afgedrukt op T-shirts, toegeëigend door een televisieprogramma van omroep Max en zelfs in steen uitgehouwen op een dijk langs de Lek.

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan

Marsman dacht bij deze woorden in 1936 vooral aan de fragiele relatie van de Nederlanders met het water. Maar welke gedachten en beelden komen bij nieuwe Nederlanders naar boven als ze denken aan ons land anno nu? Die vraag stelden we aan drie schrijvende nieuwkomers Ishmail Kamara (Sierra Leone), Saadat Mousavi (Afghanistan) en Huda Al-Attas (Jemen).
Deze publicatie kwam tot stand in samenwerking met RFG Magazine, een organisatie die journalisten en mediamakers met een vluchtelingenachtergrond ondersteunt.

 

Zal ik morgen afkeuren wat ik nu schrijf? | Huda Al-Attas
Vertaling | Ingrid Goldsman (Sahra Vertaalbureau)

De schitterende beelden gunden me niet meer dan twee maanden respijt voordat ze uitdoofden. Ik kan me niet meer herinneren of het beelden waren van een hersenspinsel uit een ver verleden, of dat ik ze gezien en meegemaakt had tijdens mijn eerste dag in Nederland, op die druilerige, verregende decemberochtend. Regen die verwarmd werd door de vreugde van de kerstdagen en de straatversiering op gevels van winkels en gebouwen en op lantaarnpalen.
Ik werd ondergedompeld in het feestgedruis en rumoer van feestgangers midden in die nacht. Vuren waren ontstoken op de trottoirs en voor de huizen in Den Haag. Dat was mijn eerste aanblik van mijn nieuwe stad. Ik vermoedde dat het mijn nieuwe leven een kader zou geven en zich zou nestelen in het dagelijkse leven, in mijn relatie met de plaatsen, de mensen, de tijd en met mezelf.

 

Vragen ver verwijderd van COVID
Plotseling was daar de COVID-19 epidemie. In het begin overviel het me in het land van de bloemen. Of liever: het overviel de mensheid met zijn mythische geheimzinnigheid die opdoemde uit ons duistere verleden en uit de nog onzekere toekomst. De epidemie was vastbesloten om de wereld zijn ritme, tijd en karakter te doen verliezen.
Maar wat is het karakter van mijn tijd, mijn leven en de toekomst in wat mijn huidige woonplaats zou moeten worden? Zeker, COVID-19 vormt slechts een klein scheurtje in mijn antwoord op die vraag, die nog steeds het grootste deel van mijn tijd in beslag neemt. Wat betekent Nederland voor mij en wat zijn mijn gevoelens voor Nederland? Een existentiële vraag, die me blijft achtervolgen in het uitgestrekte heden.
Hoe en waar kan ik het weefsel van die mysterieuze gevoelens die mijn wezen vullen,  ontrafelen? Zou het kunnen dat ik voldoende ervaring heb opgedaan om die vraag te beantwoorden – een obsessie?
Het antwoord heeft te maken met mijn verborgen en expliciete gevoelens ten opzichte van het land waarvan ik op het punt sta om er deel van uit te maken. Zei ik op het punt? Mijn antwoorden lijken allemaal prematuur zo lang als ik blijf hangen bij dat ‘op het punt’!

 

Stilte
Stilte opende mijn dagen in dit land, diepe, allesomvattende en eeuwigdurende stilte. Op plaatsen. In de mens. Wanneer ik over de stoep loop, langs de gevels van huizen. Er heerst stilte in de huizen, en in het ritme van het hele leven.
Schoonheid is de stilte in de kunst. In poëzie. In beeldende kunst. In film. In filosofie. Misschien is het een romantische schoonheid, zoals een filosofisch idee. Vaak stel ik me voor dat symfonische muziek opstijgt uit een overweldigende stilte. Zoals de stilte die ik opmerkte die zich oneindig uitstrekte over de voorbijbewegende vlakte, terwijl ik in stilte achter het treinraampje zat.
Maar de stilte in het leven, in mijn nieuwe leven, heeft me weleens vijandig behandeld en doet dat nog steeds! Ze noemen het rust, discipline, individualiteit en organisatie. Wat mij betreft, voelt het als een keten en de dood.
Ik ben iemand die vaak verlangt naar een leven vol reuring en dat ook opzocht. Toen mij ooit als kind gevraagd werd wat ik zou willen worden in de toekomst, antwoordde ik: ‘Ik wil op een plek werken die op een bijenkorf lijkt, bruisend, vol leven en mensen.’
Hier in Nederland zit ik nog steeds vast in het ritme van de contradictie die mijn leven tussen stilte en het leren van een nieuwe taal omkadert. Tussen de winter met zijn bijna permanente stormachtige weer en het ontluiken van bloemblaadjes waar ik ook mijn blik op richt.
In de straten heerst stilte, versierd door ingetogen geluiden die mensen in hun omgang met elkaar uitwisselen. Ook mijn huis is stil. Ik sta achter het raam, niet bewust van het feit dat het ontworpen is om geluid buiten te sluiten! Achter me is het stil. Voor me wordt de spookachtige stilte buiten intenser. De wind en de regen versterken de stilte in mijn hart, terwijl ik achter het glas sta. Buiten wordt het spookachtige indrukwekkender. Alsof ik de enige ben in deze wereld.
Geen getoeter van auto’s, geen spelende en lachende kinderen op straat, geen buurvrouwen die elkaar groeten en een praatje maken vanaf het balkon en het raam.
Ik zoek mijn toevlucht tot de keuken en koken. Het gekletter van potten, het gepruttel van uien in hete olie, de geur van kruiden door het hele huis, het brengt een sprankje leven tot mij terug en geluiden en geuren die herinneren aan mijn vorige leven in mijn land.    

 

Stilte en on-Arabisch

In mijn openbare leven dompel ik me ook onder in een andere, angstaanjagende en meer kwellende gedwongen stilte. Mijn on-Arabische stilte, omdat ik nog geen Nederlands kan spreken.
Spreken en expressie behoren tot mijn beroep. De laatste jaren voor mijn vertrek naar Nederland heb ik doorgebracht met het aanvoeren van protesten, discussies en debatten tijdens symposia op televisie.
Het eentonige, stille leven hier, staat als het glas van een stil huis, als een muur die mijn streven om de taal te leren blokkeert.
Ik zei tegen mijn vriendin, die ook in stilte struikelt over het leren van de taal: ‘Hoe is het mogelijk om een taal te leren in deze grote stilte?!’

 

Taal en gefluister van bloemen

Een ander aspect van Nederland compenseert de stilte en de eentonigheid: het geroezemoes en de vermenging van vele talen en dialecten. Het gebrabbel van migranten van verschillende nationaliteiten en volkeren die hun toevlucht hebben gezocht tot dit land. Stemmen en culturen vermengen zich hier in Nederland en raken verweven. Het blijft je verrassen en vermindert de zwaarte van de stilte, die soms aanvoelt als een soort rouw.
Een andere taal die Nederland prestige heeft opgeleverd in de wereld, is de taal van de beroemde Nederlandse bloemen. Vaak betrapte ik mezelf erop dat ik vrolijk over een uitgestrooid tapijt van bladeren en bloesem van bomen liep tijdens mijn wandeling op de stoep. En daar ben ik dan, fluisterend tegen bomen, erop vertrouwend dat ze mijn gefluister horen en de taal begrijpen, geen acht slaand op de stilte of de winter.

 

De trein en de herinnering aan een ezel

Een uitgestrekte weidsheid van groen glijdt snel langs mijn blikveld, terwijl ik in de trein zit, die ik elke week neem voor een lange en vermoeiende reis, heen en weer, om het presentieboek in het asielzoekerscentrum te tekenen.
Ik denk na en zeg tegen mezelf: ‘Nederland zal mijn eerste vaderland worden.’ Maar ik bespeur mijn bezorgdheid en gebrek aan vertrouwen om mijn gedachten de vrije loop te laten. Ik voeg eraan toe: ‘Wat betekent “eerste”? En wat als ik dat “eerste” ontrafel in de primaire elementen van mijn bestaan?’
Was de eerste bij mij niet een trieste ezel in een afgelegen dorp in het Jemenitische Hadramaut? In mijn jeugd omarmde ik die ezel. Ik fluisterde hem woorden toe, zijn vriendelijke reactie vertelde me dat hij het had begrepen, voordat we hem en mijn zus naar de dorpsmarkt brachten.
Oh, waren dat niet de scènes die zich zeer langzaam afspeelden op de Al Hawini-weg, te midden van bossen van hoge dadelpalmen, tussen de rode bergen en de sluisdeuren. Dat is het beeld van de eerste stortvloed. Mijn achteloze beeld over de welvaart van mijn jeugd, dat me maar niet los kan laten?
Waar is de traagheid van die intercity die de uitzichten achter me laat nog voordat ik ze in me op heb kunnen nemen en er mijn gedachten over heb kunnen laten gaan. Ik mis de traagheid en Al Hawini. Niet die traagheid die me nu overspoelt en mijn zenuwen vastpint aan de zware uren, die ik besteed aan het overdenken van mijn nieuwe kwesties.
Kwesties over ‘niet ik’, die naakt en angstig in mijn ziel verblijven en tot op heden de zenuw van mijn relatie met Nederland vormen.

 

Naaktheid en bedekking

Eens zag ik, door het raampje van de intercity, in de uitgestrektheid van de polderlandschappen, een glimp van een galopperend paard in het groen. Ze hadden hem een gewatteerde jas aangedaan, om hem tegen wind en vorst te beschermen.
De jas van het paard was als een verwijzing naar de naaktheid die ik voelde, ondanks dat mijn kledingkast gevuld is met jassen. Misschien is mijn passie voor jassen een psychologisch symptoom, waarmee ik gevoelens van naaktheid probeer te compenseren, en de permanente angst die zich aan me vastklampt, probeer te verbergen.
Naaktheid waartegen de onthulling van mijn leven, vanaf het moment dat ik het kantoor van Ter Apel ben binnengegaan, misschien wel in opstand komt. De eindeloos herhaalde stroom van onderzoeken en ondervragingen, het blootleggen van de details en de verborgen zaken van mijn leven. Ik werd van binnen opgevreten door obsessies, die in mijn hoofd fluisterden, me eraan herinnerenden om toch vooral niets te verbergen. Ze waarschuwden me voor de noodzaak om open en naakt te zijn om ervoor te zorgen dat mijn aanvraag voor een vluchtelingenstatus geaccepteerd zou worden.
Ik kom uit een cultuur die bedekking, verborgenheid en geheimen viert, het is moeilijk voor mij de verschrikking van die gevoelens te beschrijven.
In die landen gebruiken mensen taqiya (binnen de Sjiitische islam het gebruik om onder dwang of bij dreigend gevaar, hun geloof te verbergen) en oefenen hun verlangens voor het grootste deel van hun leven in het geheim uit. In beginsel zijn het dus geheimen en misrepresentaties die hun leven beheersen. Veilig zijn betekent leven als een gecamoufleerd wezen. Je gevoelens, je gedachten, je lichaam en je spaargeld verbergen en je mond houden over de details van wat je voor je dagelijkse leven wil.
In mijn land weet niemand iets over je banksaldo en op wie je verliefd bent. We worden beheerst door de uitdrukking ‘bedek het’. Aldus luiden de smeekbedes van mannen en vrouwen en ze sluiten hun dagelijkse gebeden af met: ‘O, God, we vragen U om bedekking en gezondheid.’ Een uitdrukking die tussen mannen en vrouwen als een wet voorschrijft hoe te spreken over wat ze bezitten en verdienen en over waarvan ze houden en wat ze haten.
Hier in Nederland is de wet openheid. Openheid is de wet. Je moet alles onthullen: van je banksaldo tot je geliefden en je leeftijd, waarop vrouwen van mijn oude land gebrand zijn om het niet te noemen.

 

Wat ook tegenstrijdigheid is hier, is dat ze bijvoorbeeld tegen je zeggen: ‘In Nederland maakt leeftijd en hoe oud je bent niet uit.’ Maar ze herinneren je er dagelijks aan dat je ouder wordt. Waar je ook heen gaat, vragen ze je ernaar!
De medewerker van de bibliotheek, de apotheek en de trein vragen je ernaar en ook de medewerker van het kaartjesloket van het museum, de bioscoop en het theater, de secretaresse van het gezondheidscentrum van de wijk, de medewerker van het verzekeringsbedrijf, de woningbouwvereniging, het energiebedrijf en het waterbedrijf. Op de taalschool vraagt de docent ons steeds weer onze geboortedatum, zodat we onze identificatiemethode onthouden als onderdeel van onze dagelijkse handelingen.
Hoe kan ik me dan ontdoen van de cultuur van het bedekken, die me gevormd heeft in mijn land? Hoe kan ik mijn leven in dit land met al die openheid beginnen?
Toen de onderzoekster me vertelde, omdat ze haar informatie wilde bevestigen, over de moskee en de boom naast ons huis, daar in mijn land, was dat een verdekte aanwijzing van haar dat ze de kleinste details van mijn leven kent. Ik moest niets voor haar verborgen houden. Eventjes dacht ik: ‘Moet ik haar nu, vanwege de transparantie, informeren over de kleur van mijn favoriete ondergoed?’

 

Angst

Over onze Arabische landen en cultuur is bekend dat het de gewoonte van mensen is om elkaar in de gaten te houden. Als dat waar zou zijn, dan heb ik het nooit verwelkomd en er nooit enig belang aan gehecht.
Misschien is nieuwsgierigheid wel eerder de motivatie van mijn landgenoten hiervoor. Hier in Nederland voel ik dat camera’s me als ogen in de gaten houden, ze hebben een verborgen macht over mij en zijn klaar om me te straffen!
Angstig voorzie ik iets slechts, telkens wanneer ik het geritsel van brieven hoor die de postbode in de daarvoor bestemde opening in de deur doet. Of wanneer mijn voeten ze raken wanneer ik thuiskom. Of telkens wanneer ik een e-mail ontvang.
Het gevoel dat duizenden verborgen ogen me in de gaten houden, mijn dagelijkse handelingen registreren en mijn misstappen bestuderen, laat me nooit los! Ze houden de discipline van mijn gedrag in de gaten aan de hand van de maatstaven van het voorgeschreven model, dat ontworpen is voor hoe ik zou moeten worden en zijn.
Het lot heeft een overeenkomst gesloten met mijn angsten: het heeft mijn huis gestolen, terwijl ik er nog geen maand woonde. Mijn angst veranderde in pessimisme en gevoelens vermenigvuldigd met bedreiging en naaktheid.

 

Ontdekking

Misschien hebben vele zaken samengespannen om ervoor te zorgen dat ik in geuren en kleuren zou schrijven over kou, naaktheid, angst, stilte en on-Arabische zaken. Maar het is een ontdekking dat Nederland mij altijd heeft aangemoedigd om het te volgen. Het blijkt dat ik stappen heb gezet voor de inburgering om een burger van dit land te worden. Misschien zal ik over een jaar of langer afkeuren wat ik op dit moment schrijf.

 


Uitgangspunt van RFG Magazine is de stemmen van de gevluchte journalisten te laten horen: in de mainstream media zijn ontelbare verhalen over vluchtelingen te lezen, maar nauwelijks verhalen die door vluchtelingen geschreven zijn. De vaak sterk persoonlijke verhalen in RFG Magazine bieden een uniek beeld door de ogen van nieuwkomers in onze samenleving. RFG Magazine kan voor de auteurs dienen als een springplank naar het publiceren in de reguliere media. Hiermee willen zij bijdragen aan een pluriforme tekst in de media.

Huda Al-Attas is een schrijfster, journalist, socioloog en mensenrechtenactivist uit Jemen. Ze publiceerde vijf bundels met korte verhalen. Voor haar werk ontving ze meerdere literaire prijzen, waaronder de Al-Afif-prijs in 1997. Verhalen van Al-Attas zijn vertaald in meerdere talen, waaronder het Italiaans.

Ingrid Goldsman is spin in het web van Sahra Vertaalbureau. Ongeveer 24 jaar geleden is ze als vertaler begonnen binnen een klein vertalerscollectief. Dit vertalerscollectief is in de periode dat ze er werkte uitgegroeid tot een volwaardig vertaalbureau. Zelf is zij vertaler Arabisch met een grondige kennis van zaken.