Het Perenlied

Joost Oomen - 03 november 2020

Op 3 november verscheen het prozadebuut van Wintertuinschrijver Joost Oomen, lees hier vast een voorproefje

 

Het Perenlied

Dit is wat er op de foto staat: de zon schijnt, maar je kan zien dat hij dat geen kwartier meer zal volhouden. De schaduwen zijn lang en donker, het zonlicht is dik en lobbig, alsof het uit een stroopfles wordt gegoten in plaats van uit een brandende bol. Op de achtergrond van de foto staat een bananenboom. Hij heeft rafelende bladeren en onder een van de bladeren hangt een grote tros bananen. De lichtgele bananen glinsteren, ze zijn nat van het dampen en spatten van de rivier die onderaan de boom stroomt. Het lijkt alsof de waterglinsters op de bananen als zilveren naalden uit de foto steken. Zodra een van die naalden iemands oog raakt, ziet diegene dat niet alleen de bananen, maar alles op deze foto met heldere, lichtgevende glinsters is bezaaid. Ze liggen op de witte koppen van de rivier waar het water stukloopt op stenen. Ze prikken uit de heldere, bijna giftige roze spatten die bij beter kijken bloempjes zijn van een reusachtige, donkergroene bessenstruik. Ze steken uit de drie sterren en de maan in de donkerblauwe, bijna paarse lucht, in de gele randen van de agave, in het donkerbruin van de lianen die van hoge takken tot in het water hangen, in het zachte groen van de vijf onrijpe kokosnoten die in het donker van een palmboomoksel groeien. En bovenal glinsteren ze op de natte huid van de jongen en het meisje die naakt in het midden van de rivier staan.
          Gabriel houdt met zijn rechterhand de hand van de Bietenkoningin vast, maar met zijn linker trekt hij zijn haar naar achteren. Boven op zijn hoofd waaiert het als een pluimpje uit zijn hand. Hij heeft zijn wenkbrauwen opgetrokken zodat zijn ogen wijd openstaan, het wit rond zijn iris is duidelijk zichtbaar. Zijn gezicht is knalrood. Hij heeft zijn neusgaten opengesperd, alsof hij net op het moment dat de foto genomen werd een lange teug lucht naar binnen zoog en iets lekkers rook. Hij lacht en zijn mond hangt een beetje open alsof hij hijgt. Met zijn tong duwt hij zijn onderlip naar buiten, waardoor de foto iets ondeugends krijgt, en in zijn wangen zitten kuiltjes, één aan elke kant.
          Omdat hij met zijn nek wat naar voren hangt, is zijn borst niet aangespannen maar ingezakt. Hij ziet er eerder afgepeigerd dan stoer uit. Hij heeft zijn bekken naar voren gekanteld en zijn buik steekt uit, zijn donkere navel precies in het midden. Onder die navel, ingeleid door een waas van schaamhaar, en dan heviger schaamhaar, zwart als een olievlek of een gat in de foto, hangt zijn penis, nog dik en duidelijk moe. Glimmend ook. Zijn eikel is bijna grijs op de foto, maar ook roze, het lijkt op de huid van een sfinxkat. De piemel van Gabriel ziet eruit als iets wat je moet aanraken om toet te mogen zeggen. Als je de foto van heel dichtbij bekijkt, zie je er kleine rimpeltjes op staan (als bij afwasvingers), en op de top van de eikel loopt een zwart sneetje, parallel aan de naad van zijn balzak, waar zijn piemel droevig, nee teder neergelegd, nee toch een beetje droevig, op ligt. Dan twee witte bovenbenen, twee knieën, twee schenen vol zwarte haartjes daar door het rivierwater aan vastgekleefd, dan het water in.

De Bietenkoningin lacht ook, maar anders dan Gabriel, met haar mond dicht, twee dikke lippen in een paars gezicht. Ze staat naast Gabriel zoals een giraf naast een witte geit zou staan, zoals een nectarine naast een spruitje ligt. Haar ogen zijn bijna helemaal zwart en hangen halfdicht. Ze kijkt loom, bijna verdoofd de foto uit. Waar Gabriel iets energieks en geschrokkens uitstraalt, heeft zij meer iets moeachtigs zoals een oude, Egyptische koningin moe is. Op haar lip, boven de mondhoeken, staan een paar zwarte haren die je duidelijk kunt zien, omdat ze nat zijn. Ze zit van top tot teen onder de druppels. Twee paarse borsten hangen zwaar naar beneden, maken samen een omgekeerde V. De uiteindes van de omgekeerde V worden gebogen tot de lijn van haar brede heupen.
          De vagina van de Bietenkoningin is groot en wakker. Het is niet alsof haar vagina het enige deel van haar lichaam is dat niet loom is, het is het deel van haar lichaam dat de rest loom maakt. De vagina van de Bietenkoningin is met niets te vergelijken, niet met een oester, niet met een auto, niet met een vlam. Het is een briljant stukje werk, ze is een groente (maar niemand weet welke), ze is zout, maar veel warmer dan de zee.

Alles op deze foto zegt dit tegen je: Gabriels piemel en de vagina van de Bietenkoningin hebben gezweet, gebeten, geoefend met fluiten met een mond vol beschuiten, elkaar met fakkels lachend achternagerend in een tropische grot. In het gras naast de rivier, in de schaduw van de bananenboom, hebben ze een prachtige, dronken dans uitgevoerd, in uit, in uit, uit uit, in spin. Totdat de pik van Gabriel vol zaad zwol en de vagina van de Bietenkoningin samenkneep, ze samen roepend klaarkwamen, een toekan kraaiend wegvloog, ze het vederlichte maar kristallen laken vanuit de lucht op hun hete lichamen neer voelden dwarrelen en opeens ontzettend veel zin kregen in een glas cola met kersensmaak. Totdat Gabriels piemel een gesmolten plastic soldaatje en de vagina van de Bietenkoningin een olijfolieperserij na verwerking van een lading gele frambozen werd.
          Alles op deze foto zegt dit: zoek een man of vrouw, jongen of meisje of iets ertussenin, en duik in, op of achter bed, ijskraam, steeg, metrostation, bloembed, struik, bank, keukenblok, kano, hangmat, scheepskist of circustent en doe het. Draag een hanger van gouden bramen om je nek. Wees gelukkig en doe niks handigs. Luister naar het Perenlied.

Schuin achter de twee naakte figuren glanst een roze vlek in de rivier waar vast iets mis moet zijn gegaan met de lens van de camera of de maan misschien door een rood bloemblad scheen. Je kunt het net niet duidelijk zien, er hangt daar mist of nevel boven de rivier.

 

Het Perenlied is een kleurrijke, erotische, vrolijke, opstandige én troostrijke roman. In Het Perenlied nemen de Bietenkoningin en Gabriel het op tegen het grootste Disney-pretpark van Amerika. Met behulp van een zelfgeschoten naaktfoto strijden zij voor het recht om zelf te mogen beslissen wat mooi en lief is. Er wordt een meisje gestekt aan de oevers van een kristalheldere beek vol dromende zeekoeien. Er wordt een Russische prinses gerustgesteld in een appartement vol tafelzilver. Het World Trade Center stort in en aan de rand van het monument voor 9/11 trouwt een vader met een pop van fruit onder het groente- en fruitschap van een verlaten supermarkt. In Het Perenlied worden romantiek en avontuur gekruist met bietensoep en roze dolfijnen. Een vrolijk zingend magisch-realistisch debuut is het resultaat.

Het Perenlied is de debuutroman van schrijver en dichter Joost Oomen. De roman verscheen op dinsdag 3 november en is onder andere verkrijgbaar via Singel Uitgeverijen.

Joost Oomen is dichter en schrijver. Hij publiceerde de poëziebundels Vliegenierswonden en De stort en maakte de vinylsingle Joost Oomen. Joost is een begenadigd performer en trad onder andere op bij Crossing Border, Lowlands en het Gedichtenbal. Hij programmeerde voor de festivals Dichters in de Prinsentuin en Explore the North, en maakte programma voor de Revisor. In 2016 verscheen bij Wintertuin Uitgeverij zijn chapbook De zon als hij valt, een novelle over de reis die een jongen, een meisje, een oog en een pols afleggen om samen te zijn. De tekst werd bewerkt voor theater door Toneelgroep Azijn en toerde in 2019 door Nederland. Joost werd geselecteerd voor Connecting Emerging Literary Artists, een ontwikkeltraject voor schrijvers en vertalers uit zes Europese landen. In 2018 nam hij deel aan de Parijsresidentie van Vlaams-Nederlands Huis deBuren. Momenteel werkt hij aan zijn debuutroman en aan een derde dichtbundel die bij Uitgeverij Querido gaan verschijnen. In 2020 verschijnt zijn chapbook in vertaling bij de Italiaanse uitgeverij Tunué. Joost zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin.