De lucht zou zacht zijn/ COVID-19 pandemic

Merel van Slobbe - 21 juli 2020

Prozagedicht geïnspireerd door Down The Rabbit Hole

De zomer van 2020 is afgelast. Door de coronacrisis zijn alle evenementen gecanceld en zitten we aan de bank gekluisterd. Om je FOMO een klein beetje te verzachten, vragen we iedere maand een schrijver om verslag te doen van een evenement dat geen doorgang kon vinden. 

Merel van Slobbe liet zich voor deze tekst inspireren door Down The Rabbit Hole (DTRH), dat jaarlijks neerstrijkt in de Groene Heuvels in Beuningen. Het festival zou dit jaar hebben plaatsgevonden van 3 t/m 5 juli, maar werd in april afgelast. 

 

De lucht zou zacht zijn/ COVID-19 pandemic

Ik zou waxinelichtjes en mueslirepen meenemen. Ik zou een tent van mijn ouders lenen. Het luchtbed dat ik mee zou nemen heeft gaten, ik zou ze met grijze tape hebben dichtgeplakt.

 

I put a band-aid on my webcam
As if it’s something that can be healed
As if something is bleeding

Wifi slips through cracks in my walls
It clings against my body, it burns in my eyes
Like shampoo

 

Iedere ochtend zouden we havermoutpap maken met het campinggasstelletje. De pap zou aanbranden en een dikke laag achterlaten in het metalen pannetje. Ik zou met een vork de zwarte havermout proberen weg te krabben.
Iemand zou een horoscoop voorlezen. Iemand zou een liedje van Madonna neuriën. Iemand zou de laatste restjes zonnebrandcrème uit een bijna lege fles proberen te knijpen.

 

Pornhub contains enough videos for a single person
To continuously watch porn for 115 years

 

‘s Nachts zou ik mijn luchtbed de tent uit slepen, naar buiten. Er zouden sterren en muggen zijn.
De tape waarmee ik de gaten in mijn luchtbed had dichtgeplakt, zou niet voldoende zijn om alle lucht binnen te houden. Gedurende de nacht zou het luchtbed langzaam leeglopen, zodat ik wakker zou zijn geworden op de grond. Die dag zou ik mensen vertellen over die keer dat ik een leeggelopen sekspop zag. Hoe alleen het gezicht nog intact was, hoe de rest van het lichaam uit een hoopje beige plastic bestond. Dat het er treurig uitzag, het deed me denken aan een gesmolten ijsje op warm asfalt.
Ik zou zes muggenbulten tellen, verspreid over mijn voeten en bovenarmen.

 

I want somebody to touch me
I want to drink freshly squeezed orange juice
I want someone to comment on the colour of my eyes

in an unexpected and non-cynical way

 

De lucht zou warm en zacht zijn: 37 graden, lichaamstemperatuur, de wind zou voelen als een aanraking en andersom. Het zou ruiken naar gras, jasmijn en zweet. Ik zou oordopjes in hebben tegen de bass, tegen de stemmen ‘s nachts. Gesprekken zouden vervormd worden tot achtergrondruis, achtergrondruis tot stilte.

 

I remove the band-aid from my webcam
I want someone watching over me

 

Merel van Slobbe schrijft proza en poëzie. Ze studeerde filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, waar ze in 2016 campusdichter was. In 2017 won ze de Meander Dichtersprijs, en in 2018 nam ze de tweede prijs van de Turing Gedichtenwedstrijd in ontvangst. Merel is onderdeel van het dichterscollectief Poẽzie Colada (voorheen DichterBij), dat literaire avonden op verschillende locaties organiseert. Tijdens het Wintertuinfestival 2019 presenteerde ze haar chapbook Aan de rand van een lichaam. Merel zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin.