Park Zuiderhout (Teteringen)

Ko Witte  - 07 september 2022

Er is een nieuwe Verhalenhuisbundel! Lees nu een preview

In een paar bijeenkomsten tekenden ze hun eigen verhalen op: tien bewoners van woonzorgorganisatie Park Zuiderhout in Teteringen. Onder begeleiding van schrijvers Koen Frijns en Elske van Lonkhuyzen schreven en herschreven ze hun teksten. De beste zijn samengebracht in een bundel. Verhalen over reizen, werk en jeugdherinneringen. Hieronder lees je twee teksten van deelnemer Ko Witte.

 

Koerie

Ik werd geboren op Texel. We woonden op een typische stolpboerderij. De boerderij stond buiten het dorp, een eindje van de doorgaande weg af. Ons speelgebied was rondom het huis en op de weg. Tot aan de hoofdweg mochten we komen. Niet verder, want dat was gevaarlijk. Mijn moeder had vanuit huis zicht op de weg en kon ons zo in de gaten houden.

Daar speelt mijn eerste herinnering zich af. Ik moet een jaar of drie zijn geweest. Het was lekker weer. Echt buitenweer. Ik was met twee broers, die ouder waren dan ik, aan het spelen met de koerie. Zo noemden wij een karretje dat je kon trekken. Ik mocht in de koerie zitten, mijn broers liepen ervoor. Ze hadden een flink tempo. Aan het eind van de weg vlak voor de hoofdweg lieten ze de koerie een grote bocht maken om weer terug naar huis te lopen. Door hun snelheid vloog de koerie uit de bocht en kantelde de berm in. Ik rolde eruit en kwam in de sloot naast de weg terecht. De sloot stond droog, dat was een geluk. Maar hij was wel dichtgegroeid met brandnetels. Ik gilde het uit van de pijn. Mijn broers wisten niet hoe snel ze de koerie weer rechtop moesten krijgen. Ze zetten mij erin en renden zo hard ze konden terug naar huis. Ik brulde het uit. Mijn moeder zag ons aankomen. Ze depte de brandnetelblaren voorzichtig met lauwe melk. Ik weet nog dat ik maar bleef huilen. Pas toen mijn moeder mij op schoot trok, ging het huilen over in snikken.

Nooit van mijn leven zal ik nog in een koerie stappen of in een ander door handen getrokken karretje.

 

Een ‘koerie’ is een soort bolderkar met een trekstang. Het model van een koerie is die van een oud-Texelse boerenwagen, zoals hier op de foto, maar dan in kleiner formaat en met dichte wielen.

 

 

Kleuterschool

Mijn broers brachten me een jaar later ook naar de kleuterschool. Als vierjarige leek het een heel eind lopen door de Westergeest en de Schansweg, dan langs de dijk omlaag door het dorp. Ik werd bij de kleuterschool afgezet tot ze me weer kwamen ophalen. Later verhuisden we zelf naar het dorp. Ons huis stond drie huizen van de kleuterschool af: Oudeschild 201. Nu is het De Ruijterstraat 109. De kleuterschool had hoge ramen. De bovenste ruiten waren van geel geribbeld glas. Soms maakte de zon gele vlekken op je tafeltje. Die probeerden we na te tekenen. Het bijzondere was dat je vanuit de klas in onze tuin kon kijken. Als mijn moeder in de tuin bezig was, werd er gefluisterd: ‘Kootje, Kootje, je moeder!’

Op school tekenden we op behangstalen. Het gladde behang was het fijnste. Het grovere reliëfbehang werd gebruikt om mutsen en boten van te vouwen. We schreven en tekenden altijd met een potlood. De nieuwe potloden werden doormidden gesneden en aan beide kanten werd er met een mesje een punt aan gemaakt. Dat verhinderde dat we op het einde van een potlood gingen kauwen. We zogen er wel aan. Dan kreeg je zwarte lippen. We tekenden oorlogsschepen en vliegtuigen, die we kenden uit de verhalen over de Tweede Wereldoorlog, maar gelukkig ook indianen en cowboys. Er was een hobbelpaard en blokkendozen.

De kleuterschool had twee lokalen, elk met een schoolbord voor krijtjes. Buitenspelen deden we per klas voor de school, maar we gingen ook wandelen op de Kleidijk. Alle kinderen hielden een touw vast en de ene juf ging voorop aan het touw, de ander achterop. Ze heetten alle twee Willie. De ene was juf Willie Kikkert en de ander juf Willie Bakker.

 

Jonge schrijvers begeleiden oudere mensen bij het oproepen en opschrijven van hun verhalen. Dat is het idee achter het Verhalenhuis, een project van Vitalis WoonZorg Groep en Wintertuin. In een reeks van twintig bijeenkomsten schrijven de deelnemers zelf hun herinneringen op papier, onder begeleiding van de schrijvers. De verhalen die zo ontstaan, worden gepresenteerd op verschillende podia en als Verhalenhuisbundels. De bundels van deze voorgaande edities zijn te bestellen in de webshop van Wintertuin. Het Verhalenhuis wordt mede mogelijk gemaakt door het Oranje Fonds. 

 

Ko Witte is een van de bewoners van Park Zuiderhout die meeschreef aan de Verhalenhuisbundel. Alle bewoners voegden een wens voor de wereld aan de bundel toe. Die van Ko luidt: 'Kom uit je ivoren toren. Bij de marine heb ik altijd te doen gehad met rangen en standen. De beoordelingen waren het ergst. Er werd alleen maar gekeken of je je werk goed gedaan had. Voor de rest hadden ze geen oog.'