Raaf

Roos Vlogman - 29 maart 2021

Tijdens Nieuwe Types hoorde je Roos bij Radio Debuut, dompel je hier onder in haar debuutroman Raaf!

 

Logo

In de podcast Radio Debuut worden tijdens festival Nieuwe Types debutanten Roos Vlogman, Helena Hoogenkamp en Yentl van Stokkum geïnterviewd door Selm Wenselaers over hun debuten, debuteren in coronatijd en het belang van literatuur. Luister Roos Vlogmans bijdrage aan Radio Debuut en/of scroll door naar een fragment uit haar debuutroman Raaf (in tekst en video) en een leesinstructie van de auteur.

 

 

Fragment uit Raaf

Op straat zoek ik soms expres oogcontact met de mensen die langs me lopen. Bij een aantal mensen is het beeld dat in me opkomt zo helder dat ik niet weet of ik het verzonnen heb of dat zij het in mijn hoofd hebben geplant. In het echt zie ik een ronde vrouw met een legging aan die zo dun is dat je de gepokte huid van haar dijen erdoorheen ziet, een omgekeerde luipaardprint, de vlekken als kuilen in haar huid gedrukt. Maar in mijn hoofd zie ik hoe ze naakt op haar rug op een vilterig tapijt ligt en met haar benen in de lucht trappelt, met een speelsheid die in het echt niet van haar vermoeide gezicht is af te lezen. Ze heeft een kleiachtige huid, alsof je haar contouren kunt bijstellen als Play-Doh. Ik zie haar extreem gedetailleerd, veel beter dan ik haar in het echt gezien heb. Haar borsten, langgerekt over haar ribbenkast, de uiteindes iets naar de zijkanten uitwijkend, met tepels in een lichtroze dat ik alleen ken van de lipgloss die Felicia op doet in de klas. De tong uit haar mond die met elke hijgbeweging opzwelt en weer intrekt, een pulserend stuk vlees, een wittig laagje erbovenop, waar je de donkerroze smaakpapillen doorheen ziet schemeren. En ze zegt, tussen het hijgen en het trappelen door: ‘Ik ben een braaf meisje.’ Het is geen scène, er is geen verloop, het is een momentopname.
Het zijn vaak groteske beelden, herinneringen of verlangens. Er zijn ook mildere varianten: een moeder die masturbeert op de wc van een woonboulevard, terwijl haar kinderen in het speelparadijs zijn. Ik heb me ervoor geschaamd dat ik beelden zag. Ik voel niet bij iedereen iets. Iemand moet ergens heftig naar verlangen voordat ik het ook zie.
Misschien ga ik daarom iedere keer naar mijn moeder op zoek. Omdat ze me op die momenten laat zien wat ze echt wil. Ik weet dat niemand die me zijn verlangens laat zien daarvan op de hoogte is, anders zouden ze me niet meer aan kunnen kijken. Als mijn moeder weet dat ik weet wat ze eigenlijk wil doen, zou ze niet meer uit bed komen, geen eten klaarmaken; dan zou ze de schijn niet meer op hoeven houden. Daarom zoek ik haar iedere keer weer, speel mee in het spel dat we zelf opgezet hebben.
En nu, als er een straaltje bloed uit de schram op mijn kuit loopt, weet ik dat ik haar vandaag moet vinden, dat dat echt heel belangrijk is, en ik loop richting de busbaan.
De bussen rijden hier maar tot een uur of negen ’s avonds. Het is nog warm, maar het begint donker te worden en ik voel hoe mijn voeten in mijn sandalen beginnen af te koelen. Ik wrijf over mijn bovenarmen en stamp op de grond in het ritme van de zin die zich in mijn hoofd blijft herhalen: ‘Ze gaat niet dood’. Links, ze, rechts, gaat, links, niet, rechts, dood. Ik schrik allang niet meer van die zin, het is een mantra geworden die zich op dit soort momenten vastzet in mijn hoofd, als een screensaver die aanspringt als mijn bewuste gedachten uit beeld zijn.
Ik ben ook niet echt bang dat ik haar te laat vind, ik heb haar in ieder geval nog nooit te laat gevonden. Maar dat komt vooral omdat ze dan op de verstopplekken ligt die ik al ken. Ik weet niet helemaal zeker waarom ik naar de busbaan ga, maar iets trekt me daar naartoe. De busbaan achter ons huis is lang, dus ik weet niet precies waar ik moet beginnen.

In het eerste bushokje dat ik tegenkom zit een meisje met een heel strakke spijkerbroek aan, waar haar buik overheen bolt. Een lichtblauw topje bedekt voor de helft haar navelpiercing met een diamantje in dezelfde kleur. Ze heeft haar benen op de schoot van een jongen in een donkerrood trainingspak gelegd. Hij draagt een pet met een opschrift dat ik niet kan lezen. Het meisje heeft een joint in haar hand en de jongen steekt zijn hand ongeduldig haar kant uit, maar ze heeft haar ogen dicht, ziet niets. Naast de bushalte staat hun brommer. Bruinkleurig chroom, een verzakt zwart zadel, een kapot achterlicht, waarschijnlijk opgevoerd.
Ik vind mijn moeder drie bushaltes verder, verticaal op de busbaan, haar armen langs haar lichaam met de handpalmen omhoog. Ze ligt tussen twee witte strepen in. Er gaat altijd een aantrekkingskracht van haar uit die ik niet begrijp en die ik vervelend vind. Waar ze ook is, waar ze ook staat, ze hoeft nooit op iemand af te stappen om contact te maken. Ze zuigt iedereen naar zich toe, alsof ze haar lichaam heeft volgeplakt met koelkastmagneetjes, zij een noordpool is, de anderen een zuidpool zijn. Ik blijf eerst aan de zijkant van de busbaan staan, op het gras. Ik wil me nog niet gewonnen geven. Hoewel ze allang weet dat ze gewonnen heeft, natuurlijk. Dit is de grand finale, het spetterende slotstuk met vuurwerk en uit het water springende dolfijnen. Dit is de grote zelfmoordshow. Op een busbaan waar al zeker drie kwartier geen bussen meer rijden.
‘Hoe lang lig je hier al?’ Ik weersta de zuigende kracht en blijf op de stoeprand staan, de hielen van mijn voeten nog in het gras.
‘Raaf, ik wist wel dat je zou komen.’
‘Ben je hier gaan liggen toen je me aan zag komen in de verte?’
Ze lacht heel zachtjes. Ik weet eerst niet zeker of ik het goed hoor, maar dan zie ik haar buik schudden, een lichte trilling. ‘Ik ben te moe om zo geraffineerd te zijn, liefje.’
‘Dus je ligt hier al de hele avond?’
‘Misschien een uur of twee. Mijn benen worden stram.’

‘Hoeveel bussen zijn er voor je uitgeweken?’ Ik loop nu naar haar toe, ga achter haar hoofd staan en buig me iets voorover. Ze heeft al die tijd haar ogen open gehouden, zie ik nu en we kijken elkaar op de kop aan.
Ze zucht: ‘Geen.’
Ik help haar rechtop zitten en trek haar overeind. Ze schudt haar benen los als een hardloopster, blaast in haar handen. Ik klop de kleine steentjes van haar rug en van haar billen. Over de busbaan lopen we de tegengestelde richting in van waar ik ben gekomen.
We zeggen niets, tot we het rood-witte afzethek tegenkomen dat ons waarschuwt voor wegwerkzaamheden. Geen toegang.
‘Daarom lag je hier en niet verderop,’ zeg ik.
‘Ik had hier ook gelegen als de busbaan niet afgesloten was.’
‘Dat geloof ik niet.’ Ik durf haar niet aan te kijken na deze beschuldiging.
Ze knakt haar vingers, een gewoonte die ik vervelend vind, maar probeer te negeren omdat het een van haar minst vervelende gewoontes is.
‘Wat een naïeve gedachte, Raaf, om te denken dat ik het niet echt wil. En je doet er jezelf mee tekort. Je hebt me gered. Daar mag je best trots op zijn.’

 

 

Leesinstructie van Roos Vlogman

  1. Zet het album Selected Ambient Works Volume II van Aphex Twin op. Begin bij #3. Beter nog: zet #3 op repeat.
  2. Neem Raaf mee naar buiten.
  3. Kies een kleur (het liefst een kleur waar je eerder over gedroomd hebt: diep kobaltblauw, of een zacht pistachegroen – bijvoorbeeld). Kijk om je heen: volg de kleur. Laat je leiden langs gevels, reclameborden, snoeppapiertjes, namen van boten, paspoppen, zonnebankstudio’s, snackbars. Raaf is goed geworden in het luisteren naar zijn intuïtie: hij weet precies waar zijn moeder is en voelt de diepste verlangens van voorbijgangers op straat. Door te luisteren naar jouw intuïtie weet je waar Raaf gelezen moet worden.
  4. Eindig de wandeling op de plek waar je naartoe geleid bent: of dit nou na 10 minuten, of na 2,5 uur lopen was. Je weet het als je er bent.
  5. Open het boek, lees het in één middag uit.

 

Tussen de jonge Raaf en zijn moeder loopt een lijntje, een dun wit glinsterend lijntje, iets dikker dan spinrag. Het rekt mee, maar staat altijd gespannen en wordt steeds strakker aangetrokken: als zijn moeder zich voor de zoveelste keer verstopt en Raaf haar moet zoeken; als zij Raaf dwingt tot een soa-test en zij met hem meegaat naar de huisarts; als Frederik – hun hond – na zijn dood via haar laat weten waar hij wil worden uitgestrooid en Raaf gedwongen wordt haar te volgen. Wat houdt Raaf daar bij zijn moeder?

Raaf is het verhaal over de grenzeloze relatie tussen een zoon en zijn moeder. In compact en humoristisch proza weet Roos Vlogman feilloos de vinger op de zere plek te leggen, waarbij je je steeds afvraagt: kun je werkelijk loskomen van waar je vandaan komt? De roman verscheen op woensdag 13 januari bij De Harmonie en is (online) verkrijgbaar bij je lokale boekwinkel.

Roos Vlogman studeerde als deel van de eerste lichting af aan de opleiding Creative Writing, ArtEZ. In 2016 won ze de juryprijs bij Write Now! met haar verhaal 'Sessie 51'. Daarnaast werd ze geselecteerd voor het Slow Writing Lab, talentonwikkelingstraject van het Letterenfonds. Haar verhalen, essays en gedichten werden gepubliceerd in o.a. Trouw, Tirade, De Internet Gids en De MorgenRaaf is haar debuutroman en verscheen afgelopen januari bij uitgeverij De Harmonie. (Foto door Sabine Nieuwenhuizen.)