Pleidooi voor het kleine boek

Laurens van de Linde  - 14 april 2022

Van mastersriptie tot chapbook

Schrijver en muzikant Laurens van de Linde was stagiair bij Wintertuin voordat hij zich bij onze redactie aansloot als programmamaker en vervolgens ook als maker een talentontwikkeltraject inging. In 2016 schreef hij de masterscriptie Make chapbooks great again. Nu, zes jaar later, is hij zelf een van De Grote Beloftes die een chapbook presenteren tijdens het Wintertuinfestival. In deze essayistische tekst blikt Laurens terug op zijn onderzoek en reflecteert hij op zijn eigen chapbook. 

 

Pleidooi voor het kleine boek

INLEIDING
Ergens halverwege 2016 studeerde ik af met een masterscriptie die als focus chapbooks had; vooralsnog bestond hier nagenoeg geen Nederlandstalig literatuuronderzoek over, dus ik had ruim baan en de grote opgave om de wereld van chapbooks in kaart te brengen. Engelse chapbooks, Amerikaanse chapbooks, Nederlandse chapbooks, de eerste chapbooks uit de 17e eeuw, de chapbook revival uit de tweede helft van de 20e eeuw, chapbooks als experiment, chapbooks als verzamelobject en als vergaarbak, chapbooks als visitekaartje, chapbooks en de veldtheorie van Bourdieu – chapbooks, kortom, in de meest alomvattende zin van het woord. Het was een tijd waarin ik (dacht dat ik) alles van chapbooks wist, een meer simpele tijd. Je kon me midden in de nacht wakker maken om beknopt en helder de complete ontstaansgeschiedenis van het chapbook uiteen te zetten. De complete ontstaansgeschiedenis van het chapbook? Nou, leuk dat je het vr-

DE COMPLETE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN HET CHAPBOOK1
Het ontstaan van het chapbook voert terug tot het begin van de 18e eeuw – de levensloop wordt geschat op ruim een eeuw, van ca. 1725 tot 1835. Chapbooks, volksboeken in de volksmond, werden verkocht door marskramers, chapmen ook wel, en ontstonden vaak uit een bonte verzameling van teksten: politieke pamfletten, reisalmanakken, avonturenverhalen, gidsen voor in het huishouden, verhandelingen over religie, mystiek en het occulte, liedjes, sprookjes, illustraties, grappen, raadsels, en zo meer – alles wat niet zou behoren tot de Literatuur. Het waren kleine, zeer onverzorgde bundelingen en daardoor goedkoop. De lage prijs in combinatie met de uiteenlopende en onconventionele inhoud maakte chapbooks interessant voor een enigszins geletterd, maar niet echt in literatuur geïnteresseerd publiek. De opkomst van de paperback enerzijds en de krant anderzijds als goedkope alternatieve leeswaar maakte het chapbook obsoleet – Literatuur was niet langer een gegoede aangelegenheid maar ontsloten voor de mass market, en het chapbook als eigenzinnige uitgave verdween.

Een intermezzo volgde na het verdwijnen van het chapbook halverwege de 19e eeuw en voordat de chapbookrevolutie begin 20e eeuw plaatsvond: in de Verenigde Staten werd het tijdschrift The Chap-Book opgericht, een tweewekelijks tijdschrift dat ‘economically limited readers hungry for affordable encounters with the discourse of taste’ wilde bereiken, een bibliofiele reeks van gebundelde verhalen die tussen 1894 en 1898 verscheen. Literatuurwetenschapper Anne Goldstein formuleert het als volgt: ‘The Chap Book [sic] was at once an avant-garde magazine and a period piece, a literary magazine and an advertisement (…), moving between radical and reactionary, commercial and artistic impulses.’

In de loop van de 20e eeuw werd het chapbook als eigenzinnige, laagdrempelige uitgave herontdekt door een aantal bewegingen: de Europese dadaïsten en de Russische avant-gardisten in de jaren 20, en in de jaren 50 en 60 de dichters van de Beat Generation. Het was voor makers van al deze stromingen de uitgelezen manier om tegen een laag bedrag (zowel om het te maken als het te verkopen) kunst te verspreiden die niet (snel) door gevestigde instituten zou worden erkend en gedistribueerd: boekjes ‘with great ambition but no grandeur’. Dit verspreiden gebeurde, geheel in lijn met het eigengereide karakter, met name bij eigen optredens. Dit maakte dat het chapbook uiteindelijk ook werd opgepikt bij slampoëzie en in de spoken word-hoek, als individuele uitgave of als compilatie van een group – de mixtape van de literaire scene.
In de jaren 10 van de 21e eeuw waaide het fenomeen opnieuw over naar Nederland, en naast enkele dichters die op eigen houtje een chapbook als zodanig uitgaven, ontstonden twee concrete chapbook-initiatieven: in 2012 begon Halverwege Chapbooks – een POD-platform waarbij schrijver en curator Joost Baars schrijvers uitnodigde een chapbook bij hem te maken, en waardoor het financieel risico tot een minimum beperkt bleef vanwege het model van printing on demand – en sinds 2014 geeft het literair productiehuis Wintertuin chapbooks uit van makers die bij hen begeleid worden. Waar in het geval van Halverwege Chapbooks de nadruk vooral lag op een conservatieve interpretatie van de intentie van de Beats, was Wintertuin progressiever: formeel en inhoudelijk bleef er, in de geest van de 20e-eeuwse vernieuwers, ruim baan voor experiment en durf, maar de functie veranderde. Chapbooks waren niet langer een middel om de beperkingen van het literair bedrijf, het Instituut, te omzeilen en de auteur buiten de keten te plaatsen, maar juist om erop in te breken, om een wezenlijke schakel aan de literaire keten toe te voegen tussen de auteur en de uitgever in, de talentontwikkelaar – het chapbook werd zo expliciet een belofte van iets groters.

 

Figuur 1 schema van de book supply chain, zoals geponeerd door Brits socioloog John B. Thompson.

 

 

 

 

Zo is de roerige geschiedenis van chapbooks innig verbonden met voornamelijk de lezer en de maker, een geschiedenis gedreven door eigengereidheid en experiment, een ontwikkeling van in de marge en tegen het systeem naar een waardevolle schakel in de keten.

 

Figuur 2 schema van het literaire veld tegen het eind van de 20e eeuw, zoals door Van Rees en Dorleijn in 1993 gerealiseerd.

 

PAVILJOEN VAN HET TIJDELIJKE GELUK
In december 2021 publiceerde ik zelf een chapbook bij Wintertuin. Paviljoen van het tijdelijke geluk werd een vijfdelige reeks zines, kleine boekjes die samen één verhaal vormden. Iedere maand kreeg je een nieuw boekje opgestuurd, tot de set compleet was. Het verhaal, een quasi-futuristische samenleving die is ontstaan als oplossing voor het klimaatprobleem en nu worstelt met de spanningen tussen vrijheid en veiligheid, collectief en individu, wordt verteld op verschillende manieren: een van de boekjes is een aantekeningenboekje, twee boekjes spiegelen elkaars perspectief, er is een filmscript. Daarnaast staat op de achterkant van ieder boekje een illustratie die iets van de wereld weergeeft in beeld en informatie: een krantenpagina met een aantal nieuwsartikelen en reclames, bouwtekeningen en schetsen, brieven geschreven door de hoofdpersoon, en zo meer.

Figuur 3 details van de omslagen van Paviljoen van het tijdelijke geluk, door Jelko Arts.


De seriële manier van vertellen in combinatie met de verschillende vormen, zowel binnen tekst als in beeld, is geïnspireerd op Watchmen, een graphic novel-reeks van Alan Moore en Dave Gibbons. Watchmen schetst een alternatieve geschiedenis waarin de Vietnamoorlog door de Amerikanen is gewonnen met behulp van een supermens, Dr. Manhattan, en de Koude Oorlog explosiever dan ooit is. Dat gebeurt in stripvorm, maar ook met een bijgevoegd essay, een krantenpagina, een interview in een lifestyletijdschrift, een patiëntendossier, en meer. Alles is het verhaal. Watchmen, dat als stripreeks werd uitgeven in 1986 en 1987, is zowel qua verhaal als qua thematiek een product van zijn tijd: het is een simulatie van een alternatieve geschiedenis en speculeert over een (extreme) oplossing voor een heel echte crisis, en is tegelijkertijd een deconstructie van het destijds inmiddels zeer populair geworden concept van de superheld.

Figuur 4 het heliumatoom, symbool van Dr. Manhattan (Watchmen).


CONCLUSIE?

Maar wat wil ik nu eigenlijk vertellen? Het is een vraag die nooit ver weg is bij wat ik ook maak. Zelfs, of misschien juist, het beste, meest zorgvuldig uitgewerkte plan is niet bestand tegen voortschrijdend inzicht, tegen de tijd. Het helpt om te schrijven, om te blijven schrijven, om op die manier iets af te dwingen, tot een inzicht te komen – het schrijven op die manier deel te laten uitmaken van het onderzoek, waarnaar dan ook, in plaats van enkel als verslaglegging. Er zit dan ook een bepaalde rijm in dat zowel mijn scriptie als mijn chapbookreeks zo’n 25.000 woorden tellen – het schrijfproces als een oneindige zakdoek. Diezelfde rijm ontdek ik nu ik aan dit stuk schrijf en mijn scriptie herneem, en ik me realiseer dat mijn chapbook, hoewel ferm in de nieuwe Wintertuintraditie geworteld, ook overeenkomsten vertoont met alles wat is geweest. De oude chapbooks die als bonte verzameling van vertelvormen en thema’s door marskramers van dorp tot dorp werden verkocht, en de heropleving begin 20e eeuw, de kleine en verzorgde, vaak als reeksen uitgegeven novelles en dichtbundels die vooral veel ambitie uitspraken, en de onverschrokkenheid om vorm en inhoud compleet naar het verhaal toe te buigen. Een chapbook kan zoveel zijn.
Het opdelen van het gehele verhaal in vijf delen, in wisselende perspectieven en verschillende disciplines en vertelvormen, ontwikkelde zich voor mij tot de perfecte manier om de futuristische wereld die ik in Paviljoen bouw zelf te ontdekken, te kennen, en vervolgens toegankelijk te maken voor een lezer die boekje voor boekje nieuwsgierig wordt gemaakt, stukje bij beetje wordt meegenomen. Als er één ding is dat uit Paviljoen van het tijdelijke geluk spreekt, hoop ik dat het dat is, de ambitie. Dat is natuurlijk aan de lezer om te beoordelen, maar ik hoop dat die ambitie enthousiasmeert en verwart, dat je je erin verslikt en je vergaloppeert, net als ik. Dat je je als lezer voelt uitgenodigd om alles te weten, alles te doorgronden van de wereld die je in handen hebt – om zelf ook iets te maken dat ontegenzeggelijk uniek is.

 

NOTEN

1 Voor de uitgebreide versie verwijs ik graag naar de scriptie in kwestie, waar je naast het volledige verhaal (vanaf p. 24) van alle hieronder opgevoerde informatie en citaten uitgebreide bronverwijzing vindt.
2 Halverwege Chapbooks lijkt sinds de zomer van 2016 niet meer actief te zijn.
3 In 2016 was een aantal van de auteurs met een chapbook bij Wintertuin reeds gedebuteerd of had getekend bij een erkende landelijke uitgeverij – dit aantal is, ook door de bevestiging van het ‘keurmerk’ Wintertuin Chapbook, alleen maar toegenomen. Vervolgonderzoek zou een helder licht kunnen schijnen op het nut en de functie van Wintertuin Chapbooks.
4 Thompson 2005, p. 20.
5 Van Rees & Dorleijn 1993, p. 7.
6 Stripboeken lijken, fun fact, ook hun oorsprong te hebben gevonden in het chapbook; na de eerder beschreven opkomst van de paperback en de krant werd het chapbook als publicatievorm naar de marge gedrukt, waar het vooral nog voor stripverhalen en kinderverhalen werd gebruikt.

BIBLIOGRAFIE

  • Linde, L.A. van de. ‘Make chapbooks great again.’ Masterscriptie, 2016.
  • Rees, K. van & Dorleijn, G.J. De impact van literatuuropvattingen in het literaire veld. Aandachtsgebied literaire opvattingen van de Stichting Literatuurwetenschap. Den Haag: Stichting Literatuurwetenschap 1993.
  • Thompson, J.B. Merchants of Culture. The Publishing Business in the Twenty-First Century. Cambridge: Polity Press 2010.

 

Op tweede paasdag 18 april sluit het Wintertuinfestival in Nijmegen de Boekenweek af in poptempel Doornroosje. Het festival met het thema fictie als gids start op 18 april om 15 uur en is rond middernacht afgelopen. Kijk voor het programma en tickets op wintertuinfestival.nl.
Op 6 april openen we op Notulen van het Onzichtbare het nieuwe seizoen met een speciale reeks festivalnotulen. Duik in het overzicht van de verdiepende publicaties die in de festivalmaand november verschenen en de gloednieuwe festivalnotulen van onder meer Laurens van de Linde, Jordi Lammers, Jelko Arts, Sinan Çankaya, Merlijn Huntjens en Ellis Tolsma.

 

Laurens van de Linde is schrijver en muzikant. Hij publiceerde in VOX, op De Optimist, in de literaire podcast Ondercast, en trad op tijdens onder meer het Valkhoffestival, Festival de Oversteek en het Nijmeegs Boekenfeest, en maakte een audiovoorstelling voor Oorzaken Festival in samenwerking met 6 andere makers. In 2018 bracht Laurens onder de naam LRNS de cassette Indoor Astronauts uit, en in april 2019 stond hij met Nederlandstalige liedjes in het voorprogramma van Lucky Fonz III in Doornroosje. Laurens zit in een literaire boyband: BOYBAND, de literaire boyband. Hij is tevens programmamaker bij De Nieuwe Oost | Wintertuin en begeleider van Literaturjugend in Utrecht. Daarnaast was hij jarenlang hoofdredacteur van literair tijdschrift Op Ruwe Planken. (Foto door Gaby Jongenelen.)