Kunstbende presenteert

Levy Geernaert - 12 juni 2020

De afgelopen weken las je hier werk van Kunstbendetalenten

 

Iets van stilte

‘Als je heel goed kijkt zie je dat ze niet écht plassen, niet écht echt zeg maar,’ zei Bram, terwijl hij met grote ogen naar de flatscreen-tv in de studentenkamer keek.
‘Sowieso wel, ik zie letterlijk the tip of z’n dick man,’ gaf Leroy als tegenargument.
Tegelijkertijd bracht hij het blikje Hertog Jan richting zijn lippen.
‘Bro, wat denk jij?’
Het krullende blonde haar van Bram was bijna niet te onderscheiden van de krullen die onze sigaretten achterlieten, terwijl de tocht ze langzaam oprookte en deed oplichten. Onze sigaretten, de sfeerverlichting, de nachtlampjes.
Het kostte me te veel moeite het gesprek van twee seconden geleden terug te halen.
‘Zouden jullie weten wat we moeten doen met al die tijd? Om de dood meer dan een verzoening of troost te laten zijn.’
Ik weet niet zeker of ik dit hardop vroeg.
Ja, wel.
De jongens waren ondertussen aan het stoeien. Gelukkig.

Hier besta ik geruisloos, zonder verleden, zonder schuld, zonder consequentie. Hier is het niet voelen. Hier is het stoeien.

Hier is het goed.

‘Fuhuuck, check wat Carmen op Insta heeft gezet!’ Bram zijn blik was er een van ongeloof.
Leroy keek mee en zei met ontoepasselijke kalmte ‘Kanker, dat zou ik wel backies willen geven.’
‘Hé, hé, hé,’ grapte ik, ‘een beetje politieke correctheid mag wel anno tweeduizendtwintig.’
Geen van de jongens lachte.
Ze ploften naast mij op de bank, nog steeds starend naar de smartphone.
Sigaretten aan.
‘Jij bent gewoon bang om Rosa tegen te komen vanaaf, hater,’ zei Leroy.
Sigaretten in de asbak.
Nachtlampje.
Zou de asbak als hij leeg is af zijn, zoals je vroeger af kon zijn als je niet op de witte stukken van het zebrapad liep. Als we op deze manier roken heeft de tocht meer kans op kanker dan wij.

Ik keek naar de telefoon. Het was niet te ontkennen dat er een prachtig meisje met groene ogen op het beeldscherm stond. Ze poseerde op een strand in een okergeel badpak.
Ze zat met haar mooie ronde billen op haar voeten, een houding die mij logisch leek net voor je ging bidden. Ze was niet aan het bidden.
Sterker nog, ze deed alsof ze geen enkel idee had dat er een foto gemaakt werd. Iets wat ik op zijn minst in twijfel trok.

Het zeikende gerinkel van een telefoon klonk, mijn alarm. Tijd voor mijn medicatie. Tijd voor vier pilletjes in mijn mond.
‘Moet je die troep alweer nemen? Is sowieso onmin slecht voor je, ik kan water voor je—’
slik. Te laat.
Drinken, nu.
‘Gast waarom neem je het met bier dat kan sowieso niet goed zijn.’
Ik haalde m’n schouders op. Ze hadden wel gelijk. Het was ook enorme troep, troep waar ik niet meer van afkwam. Ik leek er alleen maar minder en minder door te gaan voelen en dronk nog evenveel als voorheen.
Een leven zonder liefde, zonder verdriet.
Veel drinken.
Het verdriet was voor degene met tijd.
Nog meer drinken.

Leroy vertelde iets over uitgaan en iets over waar we heen gingen en waarom, prima. ‘Lekker gedetailleerd plan, pik.’
‘Je kent me,’ reageerde Leroy zonder me aan te kijken. Hij keek in de spiegel terwijl hij zijn pikzwarte haar sloeg alsof er een vervelende mug rond zijn hoofd zweefde.
Bram en ik bleven over op de bank.
Dit moment. Ik weet niet hoe vaak ik dit moment al heb meegemaakt maar dit beeld is als een schilderij in mijn geheugen: een overbelichte studentenkamer met een tafel vol biertjes en andere drank. Ik, Bram, Leroy.

Later, een prachtige herinnering, nu, ronduit voorspelbaar.

Is dit de moderne versie van op jacht of avontuur gaan?
In plaats van speren nemen ze condooms mee en in plaats van de behoefte om te overleven de behoefte aan lust.

Misschien is dat onze luxe, onze plek in dit leven is al veilig gesteld door degenen voor ons. Zodat we kromme tv’s en iPhone 10’s kunnen hebben, tv-shows over seks die zichzelf Temptation Island noemen, afkortingen voor die shows zoals ‘tempa’. Zodat we back-ups van onze back-ups kunnen maken. Zodat we wereld-back-up-dag kunnen hebben, en ook al weten we dat wereld-back-up-dag verzonnen is door de MediaMarkt we blijven toch kopen, USB-adapters voor onze illegale Popcorn Time headphone splitters 4G HDR 4K HudDisplays.
Is dit dan die vrijheid waar ik over droomde, waarvoor gestreden is, waarover geschreven wordt. Het kan haast niet.
Hier is het goed.

Shotje 1: Nam de zorgen weg.
Shotje 2: Zette me op het al te bekende pad van tijdelijk geluk.
Shotje 3: Liet me twijfelen over de dood waar ik zo bang voor ben en het leven waar ik geen zin in heb.
Bram vraagt of ik lekker ga terwijl hij Kanye West opzet.
Ik knik en rap mee, volgens mij vind ik mezelf cool op dit moment.
Shotje 4: Dansen wij straks op graven? Is een shotje duur genoeg om het bloed aan onze Nike’s te verantwoorden?
Leroy duwt ons Spaflesjes gevuld met drank voor onderweg in onze handen.

We zijn in De Oortjes een bruin cafe dat ’s nachts de zogenaamde place to be is. Het is druk. Het voelt alsof de ramen op springen staan. Alsof elke hoge noot in staat is ze te slopen en een overstroming geile tieners en twintigers de binnenstad in gooit. Ik zie de krantenkoppen al:
Onbedoelde aanslag op de binnenstad. Sommige mensen hebben de tieners opgevangen na de catastrofale gevolgen van hun ondoordachte acties. ‘Ik heb wel twintig dagen staan wassen, zo erg stonk hun kleding naar rook,’ aldus de moeder van Bram.
Wat is het toch met de stad waar je bent opgegroeid, je houdt van haar en je haat haar.
Ze neemt je onschuld, ze verpest je dromen, ze laat je merken dat je niets en niets meer bent dan een ziel die gedoemd is om te leren dat er niets te leren valt. Ze geeft je je eerste zoen, je eerste biertje, je eerste liefde.
Hier is het dat het ongeluk geboren werd.

‘Ik haal nog een biertje voor jullie,’ schreeuwt Bram in m’n rechteroor.
Leroy danst met een meisje dat ik vaag ken van mijn oude school. Of ja danst, het is meer schreeuwen in elkaars oren. Het zijn de handen die dansen. Ze dansen op de bezwete rug, de handen in de nek, de handen op de schouders, soms zelfs de handen op de billen.
Elke kleine beweging wordt hier uit noodzakelijkheid tot dans bestempeld. Mijn ongemakkelijke gewiebel gepromoveerd tot dans, wie had dat gedacht.

‘Bro, niet kijken, niet kijken maar daar is Rosa, man.’
Ik begin gelijk om me heen te kijken.
Leroy draait mijn hoofd in de goede kijkrichting. Bram tikt op mijn schouder en reikt een glas bier aan.
Leroy geeft Bram een duwtje: ‘Fuck glazen, glazen zijn voor homo’s.’
‘Daarom heb ik ook alleen voor Tom een glas gehaald.’ Met een enorme glimlach geeft hij Leroy een flesje Heineken. ‘Whats up?’ schreeuwt Bram. ‘Ben je weer aan het dromen maatje?’
‘Rosa is hier,’ schreeuwt Leroy
‘Heh, wat?’ schreeuwt Bram terug
‘Rosa is hier,’ zeg ik veel te hard in zijn oor omdat ik bang ben dat ze me hoort.
‘Ow, fuck,’ zegt Bram, hij grijpt het biertje uit mijn handen en geeft me zijn flesje.

‘Nee Tom, jonge.’

Het is te laat, ik ben al onderweg, zo zelfverzekerd als ik acteren kan tik ik Rosa op haar schouder. Ze geeft me een ongemakkelijke knuffel, althans ik vind hem ongemakkelijk.
‘Hey, superlang niet gezien,’ zegt ze alsof er niets is gebeurd.
‘Wil je even mee naar buiten roken,’ vraag ik terwijl het niet klinkt als een vraag.
‘Uh ja, even.’
We banen ons een weg door een muur van mensen.
Ik vind altijd de moeilijkste weg om erdoorheen te komen.

Ik steek mijn sigaret op.
‘Hoe gaat het?’
‘Sorry van net, ik was in paniek en ik had je lang niet gezien en ja, jij.’
‘Ja, je woont nu in Rotterdam, toch? Hoe is het daar?’
Tussen de ‘ja’ en ‘je’ laat ze een stilte vallen die steekt in mijn bovenbuik. Ik zeg niets meer. Ik kijk haar aan. Ik kijk en ben verlamd. Ik weet wat ik wilde zeggen, maar ik weet het niet.
Ik weet het niet

Een tentje midden op een grasveld.
Een warme zomer.
Slaapzakken.
Rennen door de regen naar het workshoptentje, omdat allebei onze tentjes zogenaamd niet tegen de regen konden.

Een hele nacht praten, ik op de grond, jij in mijn slaapzak, op mijn luchtbed.
‘Nee, ik ga wél op de grond, vind ik echt niet erg.’
Jouw ogen.
Een zachte aanraking.
Zoenen.

Je kon niet zwemmen.

‘Wie kan er nou niet zwemmen?’
‘Ja stom, heh.’

Drijven op mijn rug, koel water omringd mijn hele lichaam.
Iets van stilte, kijkend naar de hemel.
Die heerlijke hemel, die jaren voor en na mij al troost brengt.
Voor hen die weten de tijd te nemen om naar boven te kijken.

Hier is het goed. Gelukkig heb ik een erg vergevingsgezind geheugen.

Ik stap van mijn fiets.
Half acht, gelukkig weet ik waar Leroy de sleutels verstopt. Terwijl ik de sleutel in het slot steek, hoor ik een wanhopig geluid, vast van Leroy’s buurvrouw. Raamvertelling, letterlijk. Ik lach smaakloos om mezelf. Tijd voor Nina Simone met een goede dosis onbegrip, een volle fles wijn en oneindig verdriet.
Ik loop de kamer binnen.
Leroy zit met tranen op de bank ‘Ben je dronken, moet je emmer?’
Snikkend lacht hij: ‘Hé Tom, nee man, ik ben alleen.’
De wereld stopte niet met draaien op dat moment.

 

Kunstbende is het ontwikkelingstraject voor creatief talent van 13 t/m 18 jaar. Er zijn 9 verschillende categorieën waaraan jongeren kunnen meedoen: Dans, DJ, Expo, Fashion, Film, Influencer, Muziek, Taal en Theater. Vanaf de voorrondes tot aan de finale worden de deelnemers gecoacht en zijn er workshops. Het is de perfecte mogelijkheid voor jongeren om te ontdekken wat ze kunnen en wat ze met hun talent willen doen. Aan elke categorie zijn partners verbonden, voor Taal werkt Kunstbende samen met De Nieuwe Oost | Wintertuin. De winnaar Taal mag optreden op het Wintertuinfestival. Klik door naar de andere talenten die Kunstbende op Notulen van het Onzichtbare presenteerde.

Levy Geernaert is 20 jaar en een student aan de MBO Theaterschool in Rotterdam. Hij besteedt graag zijn tijd aan denken. Denken over de vragen die we als mens allemaal hebben maar waar we vaak geen tijd voor hebben om lang over na te denken. Hij leest graag, om aan de wereld om hem heen te ontsnappen en beter te begrijpen. 'Wie van lezen houdt is nooit alleen,' zei zijn oudtante ooit. Schrijven is zijn manier om zich te uiten en zichzelf en daarbij hopelijk andere te troosten.