Komkommer en kwel #1

Elske van Lonkhuyzen - 03 september 2018

Een groentewinkel in het hart van een provinciestad: er komen vrouwen met liefdesverdriet, gehavende mannen, gezondheidsfanaten in hoog opgetrokken leggings en zo nu en dan een iets te dikke hond.
Elske van Lonkhuyzen interviewde een groenteboer en ontdekte dat een appel nooit gewoon een appel is, een avocado nooit gewoon een avocado. Dat – integendeel – tussen de kratten mandarijnen, de kistjes met sperziebonen en de bakjes dadels van alles stroomt: tragiek, geluk, liefde, teleurstelling, eenzaamheid en verlangen. Al die wonderlijke dingen waaruit het leven is opgebouwd.
De andere twee Komkommer en kwel delen lees je hier

 

#1 Vaste klanten

illustratie door Minke Schönthaler

 

Aardbeien
De oma, de moeder en de dochter werden het liefst door Joeri geholpen. Meestal kwamen ze samen in de winkel, soms ook apart. Je kon zien dat ze familie van elkaar waren door hun mond, die een beetje openhing. Elke generatie een stukje verder.

Joeri was goed in praatjes maken. Ik denk dat ze alle drie verliefd op hem waren. Als ze merkten dat ik hen zou helpen, bogen ze zich plotseling belangstellend over de aardbeien en voerden daar een gesprekje over tot Joeri vrijkwam. Vervolgens waren ze niet meer uit de winkel weg te slaan.

Sinds Joeri niet meer in de winkel werkt, komen ze niet meer. Een van drie zit achter de kassa bij de ALDI, die groet ik soms nog.

 

Kaki
Ze zag eruit als een schildpad. Ze was wat ingezakt, liep langzaam en had een grauw, uitdrukkingsloos gezicht. Ze kwam altijd op maandagmorgen, vroeg. Je had de winkel nog niet geopend of daar stond ze al. Dan bestelde ze een bakje oriëntaalse salade en een kakivrucht. Ze was niet aardig, maar ook niet onaardig. Ze was niet beleefd, maar ook niet onbeleefd. Ze was gewoon. Eenmaal buiten stak ze een dikke sigaar op en vertrok ze weer. Je kon haar lang met je ogen blijven volgen omdat er zoveel rook boven haar opsteeg. Als een zware stoomtrein die aan de horizon verdwijnt.

 

Stoofpeertjes
Er komen veel vrouwen met rollators in de winkel. Deze vrouw kwam altijd met haar man. Hij was heel zachtaardig, zij kon soms wat vinnig uit de hoek komen. Op een dag verscheen ze alleen. Ze vertelde dat ze haar man dood in bed had aangetroffen.

De maanden verstreken. Met kerst kocht ze stoofpeertjes. Ze zei: ‘Ik heb artrose. Mijn man schilde altijd de peertjes.’ Het was het drukste moment van de dag, maar ik liet alle klanten wachten en schilde de stoofpeertjes voor haar.

Ze is nog een jaar of twee in de winkel gekomen, schuifelend achter haar rollator. Ze werd steeds krommer, steeds zachtaardiger. Als het regende, wachtte ze onder de luifel op haar taxi.

Daarna kwam ze niet meer.

 

Sinaasappel
Frederike had een alcoholprobleem. Ze liep met krukken en viel op jonge jongens, waaronder Ivan. Ze sprak lovend over zijn spieren. Af en toe had ze een date en kwam ze in de winkel boodschappen doen om voor die man te koken.

Ze heeft verschillende keren in de winkel gehuild. Ze kwam vaak om te praten en niet omdat ze iets nodig had. Dan kocht ze maar één sinaasappel.

Ze heeft ook weleens aan Wendy gevraagd: ‘En, hoever ben je?’
Maar Wendy was niet zwanger.

 

Blauwe bessen
Cameltoe draagt strakke sportbroekjes die ze tot ver boven de navel ophijst. Dat doet ze trouwens met al haar broeken. Ze heeft ook een afritsbroek die ze in alle seizoenen draagt: lente, zomer, herfst en winter. Daar is zo’n broek ook voor bedoeld, natuurlijk. Je vraagt je misschien af of je met een afritsbroek een cameltoe krijgt, maar dat hangt helemaal af van hoever je hem optrekt.

Ze heeft altijd iets gejaagds over zich.
‘Hoe duur zijn de blauwe bessen?’ vraagt ze dan.
‘Twee euro zestig.’
‘Veel te duur!’
Alles wat ze zegt, klinkt opgefokt. ‘Zijn die tasjes gratis?’

De tasjes vindt ze leuk omdat ze een paarse opdruk hebben die goed kleurt bij haar paarse beenwarmers. In het mandje voorop haar fiets zit een half bloemperkje aan kunstbloemen, altijd in dezelfde kleur als haar kleren.

Als ze niet te duur zijn, koopt ze blauwe bessen. Meestal vindt ze ze wel te duur en gaat ze weer. Ik denk niet dat Cameltoe doorheeft dat ze een cameltoe heeft. Soms koopt ze een bakje salade, maar alleen als ze een goede bui heeft en dat is eigenlijk zelden.

 

Krieltjes
Er is een oud dametje dat al meer dan tien jaar elke dag een salade en gekruide krieltjes koopt. Vroeger 200 gram, inmiddels 120. Ik geef altijd iets extra’s, want ze is al zo klein. Zelfs met kerst koopt ze krieltjes en salade. Ik kan me één kerst herinneren dat ze het dubbele kocht.

 

Bier
Aan de alcoholist zag je niet direct dat hij alcoholist was. Hij zag er verzorgd uit: schoongewassen, met dure kleren aan. De hele dag liep hij door de stad met een plastic tasje van de Aldi, gevuld met blikken bier. In het begin kwam hij zijn bier koud zetten in onze koelcel. Ik wist niet of dat alleen was om zijn bier te koelen of ook om het voor iemand verborgen te houden. Misschien voor zichzelf. In het begin leek hij de schijn nog op te willen houden.

Hij belde elke dag bij ons. Dan hoorden we hem zeggen: ‘In verband met ziekte kan de afspraak van vandaag niet doorgaan.’ Hij belde alleen maar om afspraken af te zeggen. Hij wilde bier drinken en verder niets.

In de drie jaar die volgden werd hij steeds onverzorgder. Hij dronk meer, hij stonk meer. Op een ochtend verscheen hij bont en blauw in de winkel, hevig vermagerd, onder het bloed en met poep en urine in zijn broek.

Sindsdien lijkt hij weer een beetje te zijn opgeklauterd. We zien hem nog elke dag. Hij komt niet meer om te bellen, wel soms nog om te plassen. Hij is iets verzorgder maar loopt nog altijd met dat tasje rond.

 

Winterpeen
Er kwam een homoseksuele jongen die altijd door een van de jongens geholpen wilde worden. Hij wilde elke groente even voelen, waaronder een – in zijn eigen woorden – ‘bikkelharde winterpeen’. Hij had een Duits accent, of nee, niet helemaal, ik heb het accent eigenlijk nooit kunnen plaatsen.

 

 

Minke Schönthaler maakt realistische, gestileerde tekeningen met veel contrast. Het liefst tekent ze met kroontjespen en inkt. Daarnaast is ze sinds kort weer student aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Arnhem.

Elske van Lonkhuyzen schrijft geestige, ontroerende verhalen die het absurde met het alledaagse combineren. Ze schreef de verhalenbundel Met de beste bedoelingen en won de Opium Verhalenwedstrijd. Haar werk verscheen o.a. bij De Internet Gids, De Optimist, De Titaan en Op Ruwe Planken. Daarnaast begeleidt Elske bewoners van verpleeghuizen bij het optekenen van hun verhalen voor het Verhalenhuis en is ze levensverhalenschrijver bij het Zorgbedrijf Antwerpen. Elske is maker bij De Nieuwe Oost | Wintertuin. (Foto door Gaby Jongenelen.)