Davon geht die Welt nicht unter

Melissa Ketelaar - 30 mei 2021

Buiten zinnen presenteert Talenten aan het woord

De komende drie weken presenteert buiten zinnen op Notulen van het Onzichtbare drie talenten om in de gaten te houden. Kijk en beluister hier de voordracht van Melissa Ketelaar.

 

 

Davon geht die Welt nicht unter

We lazen Die Schneekönigin in bed, ramen open. Sommige passages las Isolde me voor, in het oorspronkelijke Duits. In de woonkamer speelde iemand een pianosonate van Wagner.
Die avond, voor het slapengaan, borstelde ik haar lange haren. Er waren flarden van gesprekken en gelach uit de tuin. Met zachte stemmen praatten we over onze oma’s, over wat we van ze hadden geleerd. De geur van haar handcrème vergezelde mijn dromen.

Het was avond, familiebarbecue. Isoldes zus, 25, recentelijk verloofd, zonnig blond, praatte op smoezende toon met haar moeder in de bijkeuken. De vrouwen brachten borden en resten aardappelsalade naar binnen, de mannen nipten aan flesjes Heineken. Isolde had die ochtend mijn haar gevlochten, een beetje strak, maar het gevoel was een continue herinnering aan haar aanraking.
Later die avond zonderden Isolde en ik ons af in het prieeltje. Isolde had een fles wijn en de laatste stukken pruimentaart kunnen bemachtigen. Ik weet nog precies wat ze droeg die dag, want ik had het opgeschreven in mijn notitieboekje, later laf doorgekruist. Een geruite jurk, perzikroze, met de gepofte mouwtjes iets te wijd waardoor ze van haar schouders bleven vallen. Net als ik is ze melkwit, alhoewel haar haren rood waren als de ochtendzon.

Colleges begonnen weer, ver weg van haar. Ze belde me toen ik al in bed lag; ik opende mijn ramen om het de wereld te laten weten. Vrijdag zullen we elkaar weer zien.
De dag kwam. Ik prikte de gaatjes in mijn oren opnieuw door, stiftte mijn lippen bordeauxrood. Ze haalde me van het station met haar vaders auto. Ze speelde piano voor me en daarna keken we een jaren zestig film op het Heimat-kanaal. Veifilmfilfilielen onder dezelfde deken in slaap.

Midden in het schrijven van dit verhaal, overleed mijn oma. Ik vroeg me af of ik zo gesteld ben op Isolde omdat ze me deed denken aan mijn oma. Mijn familie kon nooit dingen zeggen; tot aan het einde heeft mijn oma nooit gezegd dat ze van me hield. Toch stond ze altijd op de twee smokken bij afscheid, maar alleen als we met z’n tweeën waren.
Wat moet ik nu met de herinneringen die ik geërfd heb, met verhalen, foto’s en de papieren die ze onderin dozen vond en zwijgend teruglegde?

Dat is wat we deden, dozen doorkijken. Van andere vrouwen leerde ik wat het was om een vrouw te zijn. Samen lazen we een brief van haar oude werkgever, die haar feliciteerde met haar huwelijk en haar gelijktijdig ontsloeg. Getrouwde vrouwen werkten niet. Zo ging dat, toen.
Oma vertelde dat ze zo graag leerde. We hadden een foto van haar basisschoolklas gevonden, inclusief de meesters. Ze wees één man aan. ‘Deze man had mijn eigen moeder nog lesgegeven. Een nare man.’
Ik probeerde in een van de kinderlijke gezichten oma te ontdekken.
‘Hij rekende altijd alles fout, maar als je uitleg wilde, moest je hem onder je blouseje laten voelen. Ik had geluk, we verhuisden in mijn laatste jaar,’ ze pauzeerde. Zij had geluk. Haar moeder niet. Heel veel andere meisjes niet. ‘Zo graag had ik doorgeleerd, maar zo ging dat toen niet,’ haar stem was nochtans rustig. ‘Daar hadden we het geld ook niet voor.’ Ze stond op om een tweede kop thee in te schenken. Nooit meer van mijn leven wil ik horen: dat is hoe het ging, toen. Maar oma vergeef ik alles.
Ik heb ook geluk gehad, net als oma die keer. Desondanks voel ik geen opluchting, want mijn geluk staat in direct verband met de pech van een ander.

Een flard van oma heb ik ingeslikt, het leeft nu voort boven mijn alvleesklier. Later, als ik loon binnenkrijg van de baan die nog niet heb, koop ik het parfum dat zij altijd droeg.
Na de begrafenis kocht ik een gedichtenbundel in een kringloop. Onder de naam van zijn eerdere eigenaar (Harm Oeckenghem, 1974) schreef ik mijn liefdesverklaring.

Isolde,
alle Wege führen mich zu dir,
du bist mein Herz,
Melissa – 3/10/2020

De rouw wond zich om het leven van alledag. Ik zal nooit kinderen nemen, maar wie zal er om mij rouwen later? Wie zal mijn boekenverzameling sorteren, welke lichamen zullen mijn rokken dragen, wie zal Wagner horen op de krakerige autoradio en denken aan mij?
Ik gaf Isolde de dichtbundel zodat ik niet vergeten zou worden, ongeacht de gevolgen. Ik gaf het haar zodat ze het weg zou doen en een ander paar ogen de liefdesverklaring zou lezen, dat ik herinnerd word door mensen die me nooit gekend hebben.

 

Buiten zinnen is een initiatief van Bibliotheek Gelderland Zuid, Mensen Zeggen Dingen en Wintertuin | De Nieuwe Oost. Buiten zinnen doet van alles rondom taal speciaal voor jongeren t/m 25 jaar. Ze organiseren jaarlijks een literair festival waar jongeren en jongvolwassenen in aanraking komen met literatuur in al haar facetten. Ze brengen hen in contact met nieuwe, jonge en hippe auteurs. Ze organiseren workshops voor alle jongeren die het leuk vinden om te schrijven en zetten talent in de spotlight, bijvoorbeeld met hun educatieproject speciaal voor ROC-studenten.

Melissa Ketelaar is geboren in Assen. In 2015 verruilde ze een klein Drents dorpje voor Nijmegen om te studeren. Ze trad in Drenthe en Groningen regelmatig op met gedichten, die gingen over thema's waaronder familie, dieren en kwetsbaarheid. Ze is gepubliceerd in o.a. Op Ruwe Planken en ze was campusdichter van de Radboud Universiteit 2019-2020.