Hoe je aan Oorlog en Vrede begint

Max Hermens - 12 november 2018

een handleiding

Negende versie Oorlog en Vrede Lev Tolstoj

 

Van alle dikke boeken die moedig aangekocht worden maar ongelezen in de kast belanden is Oorlog en Vrede heer en meester. Er zijn oneindig veel redenen om niet aan Tolstojs loodzware epos te beginnen. In deze korte bespreking hoop ik de moedige lezer een handreiking te doen en hem aan te sporen de sprong toch te wagen.

Omdat er over een boek van meer dan duizend pagina’s ontzettend veel te zeggen is, concentreer ik mij op de opening. Deze eerste vijftien pagina’s gaan over een soiree. Dat is een soort negentiende-eeuws feestje: de adel komt na het eten bij elkaar op bezoek, ze drinken wijn, roddelen over elkaars families en bespreken de politiek. Daarnaast is de soiree een bekende negentiende-eeuwse romantruc. Stel dat je een dikke roman schrijft met veel personages, hoe introduceer je deze op een interessante manier? Ga je ze om beurten beschrijven? Of zet je ze in een kamer en laat je ze flink wat alcohol achterover slaan? Tolstoj kiest voor dat laatste.

Deze specifieke soiree speelt zich af aan de vooravond van de Napoleontische oorlogen; iedereen is druk in gesprek over de politieke ontwikkelingen van dat moment. Hieruit wordt ook meteen duidelijk waarom veel lezers vastlopen: op de eerste vier pagina’s vindt een gesprek plaats tussen een vorst en een hofdame, waarin naar tweeëntwintig (!) andere personages wordt verwezen. Sommige van deze personages hebben bovendien meerdere namen: Tsaar Alexander heet ook Zijne Doorluchtigheid, Zijne Hoogheid en Onze Heiland. Mijn advies: negeer die moeilijke namen, als Tolstoj je een personage wil laten onthouden, dan zorgt hij daar wel voor. De roman gaat natuurlijk niet over het feit dat Napoleon de hertog van Enghien ter dood veroordeelde, maar over wat de personages op de soiree daar van vinden en wat deze houding over hun eigen levens zegt.

Iets anders dat meteen opvalt is dat iedereen op de soiree Frans spreekt (uiteraard niet in de Nederlandse vertaling, maar er wordt veelvuldig naar verwezen). De adel in Rusland heeft geruime tijd Frans gesproken. Dat heeft een lange en ingewikkelde geschiedenis, maar het heeft er onder andere mee te maken dat het centrum van de macht in Rusland in het westen lag, nabij Europa, en dat de Russen zich als nauwe verwanten van Europa beschouwden – misschien nog niet als Europeanen, maar wel als hun familie, hun beschermheer.

Een goed voorbeeld is wanneer Andrej Bolkonski wordt gevraagd of hij aan de oorlog zal deelnemen. Andrej antwoordt met een uitgesproken Frans accent: ‘Le général Koutouzoff is zo vriendelijk geweest mij tot zijn adjudant [te maken].’ Het is een ogenschijnlijk simpel zinnetje, maar wat opvalt is dat de Russische vorst een Russische naam uitspreekt alsof hij zelf een Fransman is. Koutouzoff in plaats van Koetoezov. Het laat zien dat Andrej graag als elitair gezien wil worden, als een belangrijke vorst die in staat is buiten zijn eigen landsgrenzen te denken en handelen. Bovendien is deze manier van spreken een teken van zijn jeugdigheid: nog nooit heeft Andrej in een oorlog gevochten, het enige dat hij kan doen is het elitisme van zijn positie als rijke vorst onderstrepen. De oudere vorst Wasili Koeragin – een oorlogsveteraan die ook aanwezig is op de soiree – heeft er bijvoorbeeld geen problemen mee af en toe een schunnig Russisch mopje te vertellen; hij heeft zijn strepen verdiend.

Tolstoj zet deze tweespalt tussen het Frans en het Russisch vaker in om klasse- en identiteitskwesties aan te kaarten. Zo laat hij de figuren die graag pochen met hun rijkdom vaak vreselijk slecht Frans spreken, waardoor ze voor de kenner meteen overkomen als pretentieuze boerenpummels.

Taal is niet alleen belangrijk voor de personages in Oorlog en Vrede, het is ook een van de thema’s binnen de roman zelf. De roman gaat namelijk (onder andere) over het ontstaan van de Russische nationale identiteit. Tegenwoordig lijkt het misschien alsof deze altijd al bestaan heeft, maar het tegendeel is waar: Rusland was in het begin van de negentiende eeuw een groot tsarenrijk, waarvan de bevolking onderling weinig had dat hen verbond. Tolstoj argumenteert (en hij neemt er de ruimte voor…) dat er ergens tijdens de Napoleontische oorlogen – de oorlogen waarin Rusland vele malen ten strijde trekt tegen het Napoleontische Europa – een gewaarwording ontstaat bij een bepaald deel van de Russische bevolking. Een gewaarwording van hun anders-zijn, van hun niet-Europeesheid.

Natuurlijk is Oorlog en Vrede geen geschiedenisboek: het is een roman. Een roman die handelt over fictieve personages die zich bewegen tegen deze achtergrond van historische gebeurtenissen. Zelfs voor de hedendaagse lezer wordt het denken en handelen van deze personages begrijpelijk uiteengezet. (Je moet als lezer wel tegen christelijk-filosofische overpijnzingen kunnen; Tolstoj was een toegewijd christen en zo ook zijn hoofdpersonages.) Twee van die personages zijn aanwezig op de soiree: Pierre Bezoechov en Andrej Bolkonski. En tussen al die moeilijke discussies over de adel, de oorlog en Napoleon door, gaat de roman uiteindelijk over deze personages. (En over Natasja Rostov, maar die is er niet die avond.) Tolstoj brengt de geschiedenis niet alleen tot leven, maar maakt haar boven alles menselijk. De lezer leert de beperkingen van de personages kennen, hun kortzichtigheden, hij ziet hen kansen missen en leert hier de pijnlijke gevolgen van. Na de soiree, tijdens een afterparty (ja, die hadden ze toen al), worden Pierre en zijn vrienden zo dronken dat ze een beer aan een politieagent vastbinden en in de rivier werpen. Later heeft Pierre daar natuurlijk spijt van.

In Oorlog en Vrede laat Tolstoj als geen andere schrijver zien hoe het was om een levend mens te zijn, in een weliswaar vreemde tijd en plaats, maar met al de bijbehorende schoonheden en gebreken. Bovendien doet hij dit met personages die je – ongetwijfeld – altijd bij zullen blijven.

Nog niet overtuigd? Vormelijk gezien is Oorlog en Vrede de grote voorganger van Game of Thrones. Het omvat uitgebreide familiegeschiedenissen, een ontelbaar aantal personages en perspectieven, een tijdverloop van jaren, en (eindeloze) politieke discussies. En aangezien het laatste seizoen van Game of Thrones lang op zich laat wachten, wordt het deze kerst echt eens tijd zijn verre voorganger uit de kast te trekken.

Max Hermens is schrijver en literatuurwetenschapper. Zijn verhalen verschenen in Das Magazin en Op Ruwe Planken. Hij droeg voor op onder andere festival De Oversteek en het Wintertuinfestival. Als literatuurwetenschapper publiceerde hij over het werk van Joseph Conrad.