Drie vragen uit Scheuren in het canvas

Meerdere auteurs - 10 november 2018

Luctor de Lamlendige wacht op antwoord

Scheuren in het canvas (2017) gaat over het demonische alter ego van schrijver Gerjon Gijsbers, Luctor de Lamlendige, dat wanhopig op zoek is naar het onvindbare. Het schijnbaar onvindbare, want hij zoekt overal, behalve vlak voor zijn neus. Secretaris Marc van der Holst, dichter en schrijver Joost Oomen en proza- en non-fictieschrijver Marjolein Takman reageren op een van de vele belangrijke vragen die hoofdpersonage Luctor stelt in het boek.

 

‘Stel je voor dat er in het ziekenhuis een katheter vol stront in je pisbuis wordt geplant,’ zei Vince. ‘Dan kun je net zo goed meteen de pijp aan Maarten geven.’
Welke Maarten? vroeg Luctor zich af. Dat mag Joost weten, dacht hij, maar welke Joost?
Ik natuurlijk! Joost Oomen! Maar welke Maarten? Sint Maarten! Want als ze ergens behoefte hebben aan een pijp, dan is het op een tropisch eiland in het Caraïbisch gebied. Een drainagepijp welteverstaan, om al die afgrijselijke rompslomp rondom orkanen en springtij in goede banen te leiden. Hoe beter de drainage, hoe minder de ellende. Dus hup Luctortje, die pijp naar Sint Maarten en we hebben het er niet meer over. Dat mag ik weten, want Joost weet het, en dat ben ik dus!
– Joost Oomen

 

‘Wat weegt zwaarder,’ vroeg Luctor ter afleiding aan de taxichauffeur, ‘een bad vol lood of een bad vol veren?’
‘Stil even,’ zei de taxichauffeur, ‘dit is mijn lievelingslied.’
Hij zette de radio zo hard dat Luctor de voering van de stoel voelde trillen. Het was een instrumentaal nummer met veel bastonen.
‘Is dit nou techno?’ vroeg Luctor.
De taxichauffeur zei niks.
– Marjolein Takman

 

‘Kun je het je voorstellen,’ vroeg hij, ‘dat een schilderij zoveel emotie bij je opwekt, woede, lust, schaamte, dat je geen andere optie ziet dan het met een stanleymes aan te vallen en te bewerken als een geliefde die je met een andere minnaar betrapt?’
Als er groen in het schilderij zit, zeker. Rood, geel en blauw zijn de enige kleuren, naast zwart en wit. Geel is expansief en verticaal, blauw is het tegenovergestelde van geel – zacht, terughoudend en horizontaal. Rood verenigt geel en blauw op een “innerlijke” manier, dit in tegenstelling tot hun mengkleur groen. Ik probeer de kleur groen zo veel mogelijk te vermijden, vanwege haar associaties met de natuur, en kijk zo min mogelijk uit het raam. Zit er groen in het schilderij?
– Marc van der Holst