Maaltijden als mijlpalen

Janneke Vreugdenhil  - 16 december 2021

Drie recepten plus achtergrondverhaal om je door de winter te slepen

Eten is meer dan een manier om je honger te stillen, het kan verbinden, nostalgie oproepen of de feestvreugde onderstrepen. ‘Een recept is een landschap in een pan’, schreef de Catalaanse schrijver Josep Pla ooit. Een recept is een verhaal dat steeds opnieuw verteld kan worden, waar steeds een nieuwe voetnoot aan toegevoegd wordt. Voor de koude winterdagen die voor ons liggen vroegen we drie kookboekenschrijvers om een recept te kiezen en te vertellen waarom dit troost kan bieden en waarom we dit zouden moeten eten in de winter. Janneke Vreugdenhill trapt af met het recept van de groentesoep van haar oma.

 

Je zou zeggen dat er weinig zo vergankelijk is als een maaltijd. Je bereidt hem, je eet hem op en weg is ‘ie. Maar een maaltijd kan meer belichamen dan het tastbare. Een goede maaltijd, gegeten in goed gezelschap – waarbij aangetekend dat er in mijn ogen niet zoiets bestaat als een goede maaltijd in slecht gezelschap – heeft in zekere zin het eeuwige leven. Hij blijft bestaan tot ver na zijn vertering.

Zulke maaltijden zijn als mijlpalen en ik stel me zo voor dat wanneer mijn dagen geteld zijn, ik ze allemaal nog eens voorbij zal zien komen. Een eindeloze rits etentjes met vrienden, familie, huisgenoten, dispuutgenoten, buren, collega’s en geliefden, als plaatjes in een viewmaster.

De doorgaans drie uur durende zondagse lunches in het ouderlijk huis en mijn vader die op zijn stoel klom en applaudisseerde wanneer mijn moeder extra lekker had gekookt. De groentesoep met balletjes van mijn oma en hoe we die aten aan de tafel in de achterkamer, het katoenen tafellaken over het Perzische kleed gedrapeerd zodat je ellebogen er een beetje in weg zakten, de glanzende vetoogjes die dreven in de heldere bouillon.

Alle keren dat ik kookte voor een aanstaande minnaar en zelf nauwelijks kon eten omdat mijn buik al gevuld was met veel te beweeglijke vlinders. De groentehapjes die bereidde voor mijn baby’s. Elk kerst- en paasontbijt met het gezin. Maar ook het eerste min of meer verantwoorde maaltje dat ik in elkaar flanste nadat ik was verlaten door mijn echtgenoot en maandenlang had geleefd op smoothies en chips, en hoe trots ik toen aan tafel zat, met een kaarsje aan en voor het eerst op mijn gemak in mijn uppie.

Ja, ik hoop vurig dat de soundtrack van de film van mijn leven zal bestaan uit het getik van bestek, het gerinkel van glazen en het zalige geroezemoes van gesprekken aan tafel, gelach, geroddel, gekibbel, geschreeuw misschien wel, of gesnotter, waarom niet. En hoe graag zou ik dan, wanneer het allemaal voorbij lijkt en iedereen, net als ik, voorgoed uitgegeten, uitgedronken en uitgekletst is, terwijl het geluid geleidelijk wegsterft, deze geruststellende woorden horen: volgende keer bij ons.

Dat er altijd een volgende keer is.
Een volgende maaltijd.
Een nieuwe mijlpaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De groentesoep van mijn oma

Voor de bouillon:

  • 800 g – 1 kilo runderschenkel
  • 1 prei, grof gesneden
  • 1 winterwortel, grof gesneden
  • 1 stengel bleekselderij, grof gesneden
  • 1 ui, ongepeld in kwarten
  • een paar takjes peterselie
  • takje tijm
  • 1 laurierblaadje
  • 12 peperkorrels

verder nodig:

  • 2 (oude) witte boterhammen
  • een scheut melk
  • 300 g rundergehakt
  • 1 ei
  • een klein greepje peterselie, fijngehakt
  • versgeraspte nootmuskaat
  • 250 g fijne soepgroenten
  • een handvol gebroken vermicelli

Leg het vlees in een grote soeppan en schenk er 2 liter koud water op. Voeg 1 theelepel zout toe, leg een deksel op de pan en zet de pan op tamelijk laag vuur. Laat alles heel langzaam aan de kook komen. Schep met een schuimspaan het grijze schuim van de bouillon. Voeg alle overige bouilloningrediënten toe en laat opnieuw aan de kook komen. Draai het vuur nu zo laag mogelijk, leg een deksel schuin op de pan en laat de bouillon rustig 2 – 3 uur trekken. Gebruik zo nodig een sudderplaatje.

Snijd voor de soepballetjes de korsten van het brood. Scheur het brood in kleine stukjes, doe in een kommetje, giet er een scheut melk over en laat 10 minuten weken. Knijp het brood uit en doe het samen met het gehakt, het ei en de peterselie in een kom. Voeg zout, versgemalen peper en nootmuskaat naar smaak toe en kneed tot een samenhangend geheel. Rol hiervan mooie kleine soepballetjes en laat deze op een plat bord opstijven in de koelkast.

Schenk de bouillon door een zeef in een schone pan. Als je een nog helderder bouillon wilt, kun je hem nu nogmaals door een zeef waarin je een schone theedoek hebt gehangen schenken. Ontvetten doen we niet in dit recept, want mijn oma’s soep moet juist van die fijne vetoogjes hebben. Als het goed is heb je nu ongeveer 1½ liter. Als er teveel van het water in de bouillon verdampt is, vul je dit gewoon aan met water.

Breng de gezeefde bouillon opnieuw tegen de kook aan. Voeg handje voor handje de gehaktballetjes toe en laat ze in een paar minuten gaar pocheren. Voeg nu de soepgroente en vermicelli toe, zet het vuur iets hoger en laat zo lang koken tot de groente gaar is en de vermicelli zacht. Proef en maak de soep verder op smaak met zout en peper. Laat de soep afkoelen, en warm hem de volgende dag weer op. Serveer met liefde. (En, als je hem echt authentiek á la mijn oma wilt maken: Maggi.)

 

Janneke Vreugdenhil is een Nederlands culinair journalist, kookboekenauteur en schrijver. Vreugdenhil studeerde Nederlands recht aan de Universiteit van Leiden. Na haar studie legde ze zich toe op de culinaire journalistiek. Ze schreef voor tijdschriften als Elsevier, Vrij Nederland, Allerhande, Sla, Zin, La Cucina Italiana, Bouillon!, NL70 en Tip Culinair. Sinds 2010 schrijft ze een wekelijkse column in de weekendbijlage van NRC Handelsblad. Daarnaast schrijft zij voor deze krant geregeld artikelen en interviews. Vreugdenhil levert regelmatig bijdragen over eten en koken aan radio- en tv-programma's.