Vallen in vier delen

Heidi Koren - 07 november 2019

Drie Nijmeegse schrijvers delen hun nieuwste werk

 

I.
Je bent uit je leven gevallen,
het lijkt onverwachts.

(Alsof je ’s morgens aan de koffie zat – wolkje melk geen suiker – ondertussen met een scheef oog zowel de ochtendkrant als je telefoon bespiedde om erachter te komen wat de nacht de anderen had gebracht. Je was terug in bed gekropen, de beker in je hand. Je ochtendjas lag naast je op de grond. Je moest uitkijken dat je er straks niet over zou struikelen. Eigenlijk had je er geen tijd voor, voor de koffie, voor de krant, dit leven, dit moment, maar je gúnde het jezelf. Daarover had je in een boekje gelezen, over gunnen. Er was al zo weinig tijd, enzovoorts. En toen ineens viel je dus.)

Je viel zonder te vallen of
je viel zonder ooit terecht te komen. Het verschil
wist je meteen al niet.
Hardop zei je: nee toch? En je schrok van je eigen stem in de slaapkamer.

II.
Dat er ooit een einde aan zou moeten komen, begreep je zelf ook wel.
De vraag was niet wanneer maar vooral waar en
in welke staat je dan zou zijn en
in welke staat de ondergrond.

Het is nu vooral zaak de schade te beperken,
zou een therapeut ooit tegen je hebben gezegd als
je was gegaan,
maar jij had andere zaken aan je hoofd.

De schade zou nu zeker niet langer beperkt blijven dat
begreep je zelf ook wel.

Je valt
als een ijsklomp van de romp van een vliegtuig op tienduizend meter hoogte.
Er lijkt geen andere aanleiding te zijn behalve dan dat je bent
losgeraakt.

III.
In
vier
delen
ben je.

Dat is redelijk overzichtelijk.
Je constateert het van bovenaf.
Benen los van je romp evenals
je hoofd.

Dat laatste was eigenlijk al jaren zo.
Dat eerste eigenlijk ook. Het is het kloppende hoopje dat je verbaast.
Het is kleiner dan verwacht.

Wat je nu te doen staat is niet bekend.
Misschien kun je niet anders dan
wachten tot de boel vanzelf weer aan elkaar groeit.
In de tussentijd kun je je afvragen

Hoe het ooit zo ver heeft kunnen komen.
Waarom je niet eerder.
Hoezo je niet hebt ge..
Hebben ze je gewaarschuwd?

Ja op alles.

IV.
Op een dag ben je weer heel.

(Je zult achteloos een supermarkt binnenlopen, je mandje vullen, een kopje koffie uit de automaat halen. Misschien vraagt een buurkind je: hé, ben je weer heel? Je lacht en je knikt. Dat ben je ja. Appels moet je hebben, en zuurkool want vitamine C is van belang evenals koffie, pindakaas en Oh nee, je bent gestopt met roken.)

Op de ondergrond blijft voor altijd de bolling van je lichaam zichtbaar.
Je zou het kunnen afzetten met rood-wit lint zodat het eenieder afschrikt maar
dat doe je niet.
Je laat het zo.

Niet per se voor het theatrale effect of
voor de aandacht,
maar je denkt dat het meer indruk maakt als anderen jouw bolling
als holling zien.

Je zou diegene kunnen zijn die zegt: zou je niet..
En die ander zou eens kunnen zeggen:
Goed idee, dankjewel.

Heidi Koren debuteerde in 2015 met de poëziebundel Gedachten over een mogelijk einde bij Uitgeverij Voetnoot (Antwerpen). In december 2018 studeerde ze af aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Haar debuutroman Hawaï 2000 verscheen oktober 2019 bij Uitgeverij Vrijdag (Antwerpen). Heidi publiceert regelmatig bij literair tijdschrift Extaze. Ook verschenen haar gedichten in Het Liegend Konijn, Mag ik je Aandacht (Uitgeverij Ten Have) en Poëziepuntgl.