Ruïnegedichten

Emma van Hooff  - 12 mei 2022

Bij haar recent verschenen debuutbundel Placebomens

Voor onze rubriek Raad van Advies vragen we schrijvers die net een boek uit hebben om een tip die voortkomt uit dat boek. Dat kan een ander kunstwerk zijn dat inspiratie gaf tijdens het schrijven, maar bijvoorbeeld ook een levensles van (of in dit geval voor) het hoofdpersonage. Op die manier bieden we je een tip in een tip! Want naast de genoemde tips word je ook geattendeerd op het nieuwe boek van de schrijver in kwestie. Dit keer lees je over leegtes opvullen door Emma van Hooff in het kader van haar debuutbundel Placebomens schreef. Ook benieuwd naar de andere bijdragers aan Raad van Advies? Klik vooral even door.

 

Fragment 26

] frequently
] for those

I treat well are the ones who most of all

] harm me

] crazy
]
]
]
] you, I want
] to suffer

] in myself I am

aware of this

]
]
]

Ja, ik snap dat het een beetje voelt alsof iemand met een megafoon heel in de verte een belangrijke boodschap naar je toe staat te roepen, maar dat de helft van die boodschap door de wind op ruwe wijze wordt onderbroken. Wat je hoort, is de verscheurde stem van de onbeantwoorde liefde. Het is een stem die vol verlangen dat ene paar oren probeert te bereiken. Wat je hoort, is het kraken en storen van die verscheurde stem, omdat het jou vanuit een heel andere tijd probeert te bereiken. De stem: Sappho. De tijd: ergens rond 630 voor Christus. Wat: het boek If not, Winter: Fragments of Sappho.

Sappho was een dichter en muzikant die leefde op het Griekse eiland Lesbos. Van haar muziek is niets bewaard gebleven en van haar teksten heeft één enkel gedicht het in de volledigheid tot onze tijd geschopt. Wat rest, is een stapel fragmenten die ons een herinnering geven aan haar taal. Anne Carson vertaalde deze vanaf de originele papyrus naar het Engels en bundelde ze in dit boek. De fragmenten zijn verscheurd, er zitten gaten in de papyrus. Gaten waar de tijd in is gekropen zoals een worm in een appel kruipt. Met de haakjes geeft Carson de afwezigheid van de taal weer en tegelijkertijd toont ze hiermee een duidelijk beeld van wat nog aanwezig is: de verwoestingen. Zelf zegt ze daar het volgende over:

I emphasize the distinction between brackets and no brackets because it will affect your reading experience, if you allow it. Brackets are exciting. Even though you are approaching Sappho in translation, that is no reason you should miss the drama of trying to read a papyrus torn in half or riddled with holes or smaller than a postage stamp – brackets imply a free space of imaginal adventure.

Als vanzelf ga je de leegtes opvullen, bedenken wat er had kunnen staan, alle betekenissen die deze gedichten nog meer hadden kunnen hebben. Je kunt ze in Sappho’s tijd proberen te plaatsen (knoestige olijfbomen, indrukwekkend hoge zuilen) of ze projecteren op je eigen wereld (park van een miljoenenstad, indrukwekkend hoge wolkenkrabbers). Het zijn contouren van gedichten, bouwtekeningen van paleisjes. Je kunt zelf fantaseren waar je de fontein plaatst, het kingsize bed neerzet, het plafond naar beneden laat denderen. En de dag erna mag je bedenken dat dit vertrek helemaal geen geschikte ruimte is voor dat kingsize ding, omdat er gaten in de muren zitten waar ratelslangen doorheen kronkelen die morgen ook waterleidingen kunnen zijn.

Vraag: is de herinnering aan een gedicht de schaduw van de taal?

Taal die niet de kans kreeg te blijven liggen op het papier, zoals de werkelijkheid soms ook niet de kans krijgt in het geheugen te blijven hangen. Met elk gedicht dat ik op mijn eigen manier invul, heb ik het gevoel dat ik Sappho uit haar schaduw bevrijd. Dat bevrijden zit hem niet enkel in het opvullen van die leegtes, maar ook in het benoemen van de oorzaak van die leegtes. Het aanwijzen van een zondebok blijft een heerlijk gegeven. Bedenk: wie of wat heeft dit woord of stuk tekst verwoest? En met welke reden?

Was het de wind uit het westen?
Een jaloerse collega-dichter?
Een omgevallen glas rode wijn?
Een onhandig scherpe boomtak?
Zure regen?
Kakkerlakkenplaag?
Of, en vele malen waarschijnlijker: de maag van een hongerig paard?

Hoe vaker ik terugkeer naar deze gedichten, hoe meer ik me afvraag of ze net zo interessant zouden zijn als ze wél zorgvuldig bewaard waren gebleven. Zou ik er dan nog steeds eindeloos doorheen bladeren om ze telkens opnieuw een zwaai, een tik, een stoot te geven? Gonzen de stiltes in dit boek niet veel harder dan de woorden die er wel staan?

We worden hier dus geconfronteerd met onuitputtelijkheid. Gaan we weer. In het laatste gedicht uit mijn bundel, Placebomens, buig ik mij daar ook over. De zaken die onuitputtelijk zijn (fopkaarsjes, lichten in ziekenhuizen, verwachtingen, heet nachtlicht, een oerinstinct) tegenover dat wat uitgeput raakt (de stilte, applaus, organen, vuurpijlen). Ik voerde de stilte op als handhaver met een fluitje tussen de lippen. De stilte adviseert het lyrisch ik het drieslagstelsel toe te passen. Deze landbouwtechniek uit de middeleeuwen houdt in dat je altijd een stuk grond onbebouwd laat, zodat het weer op krachten kan komen voor het volgende zaaiseizoen. Door deze techniek zou je in de ideale wereld oneindig door kunnen gaan met het groeien van gewassen. In dit gedicht zie ik de bladzijde van het boek als akkerveld waar ik met mijn taal doorheen ploeg. Steeds meer leegtes probeerde ik tussen de strofes te krijgen, zodat er meer rust kwam, een adempauze voor de lezer.

De taal van Sappho lijkt juist door het ontbreken ervan onuitputtelijk geworden.

 

Fragment 12

]
]
]
] thought
] barefoot
]
]
]
]

 

Waar stond jij zo even met je tenen in?
Gras?
Hoogpolig tapijt?
Zand?
Bloemenveldje?
Grind?
Nat beton?
Elektrische deken?
Ballenbak?
Wolk?
Modderpoel?
Of was het de gedachte zelf die blootvoets door je hoofd stampte?
Liet ‘ie een afdruk achter?

 

 

 

Emma van Hooff trekt je mee in een bundel over leven en niet leven, over angst om dood te gaan en tegelijkertijd het verlangen ernaar. Aan het woord is een zintuiglijk, gevoelig lyrisch ik, met veel lef en humor. Er worden dreigbrieven geschreven aan Pandora, er is een hiernamaals dat op instorten staat, een woeste transpiratiezee, er zijn oesters met parels en er is een onderzoek naar de rekking van een leven, hoe lang het duurt tot dat in een gezicht uiteenknapt. De gedichten in deze wonderschone bundel zijn ritmisch en sterk. Emma van Hooff overtuigt met haar inlevingsvermogen en enorme verbeeldingskracht.

Placebomens verscheen in februari 2022 bij Atlas Contact en is zowel daar als (online) bij je lokale boekhandel verkrijgbaar.

 

Klik door voor meer Raad van Advies.

Emma van Hooff is dichter en schrijver. In 2021 studeerde ze af aan de Schrijversvakschool in de vakken poëzie en toneel. Ze publiceerde gedichten in onder meer Het Hollands Maandblad, Kluger Hans, Ooteoote, Papieren Helden, de Revisor en Tijdschrift Terras en betrad meermaals het podium. In februari 2022 verscheen haar debuutbundel Placebomens bij Atlas Contact.