Een boek beschrijft kunstwerken die de auteur heeft bedacht, maar niet gemaakt

Martin Rombouts - 25 januari 2021

Welk idee ligt in de la stof te verzamelen? En waarom?

Zoals in Hollywood een blacklist-survey wordt gehouden van most-liked motion picture screenplays not yet produced, zo zetten wij deze vraag ook uit onder schrijvers: welk idee – waarvan de schrijver zelf weet dat het fantastisch is – ligt desondanks nog in de la stof te verzamelen? En waarom? De reflectie die uit deze opdracht voortkomt, kan gaan over onkunde en onzekerheid, maar ook over ambitie en fascinatie, wilde dromen. Over wat er van je wordt verwacht ten opzichte van wat je zelf wil.  

 

Een boek beschrijft kunstwerken die de auteur heeft bedacht, maar niet gemaakt

De schrijver en kunstenaar Édouard Levé schreef vier boeken. Het eerste heet Oeuvres (2002) en is een opsomming van 533 beschrijvingen van kunstwerken die hij wél heeft bedacht, maar niet gemáákt. Het tweede is getiteld Journal (2004), een boek dat speelt met de journalistische stereotypes en aansluit bij zijn fotoreeks Actualités (2001-2002). Het derde is Autoportrait (2005), een tekst waarin elke zin een observatie over hemzelf is. Zijn vierde boek heet Suicide (2008), het gaat over een oude vriend van hem die zichzelf van het leven beroofd. Levé heeft hem al een jaar of tien niet gezien, en zo ontstaat de paradoxale situatie dat hij door middel van de roman weer onderdeel uit gaat maken van zijn leven. Het zijn korte alinea’s, die allen openen met het woord Tu. Maar mijn Frans is slecht, dus ik heb ze in het Engels gelezen. Ik wil ze al jaren heel graag naar het Nederlands vertalen, maar heb het gevoel dat dat niet mag als je de oorspronkelijke taal niet spreekt. Maar ik denk ook niet dat iemand anders het wil doen als er geen budget voor is. En ik doe het met liefde en plezier, ongeacht of ik er geld voor krijg.

 

Een van mijn andere ideeën is een toilet neerzetten op een festival. Maar bij dit toilet kríjg je vijftig cent als je er gebruik van maakt. Ik ben gewoon benieuwd wat voor verhalen er over dit toilet zullen gaan rondgaan, en hoe lang de rij voor het toilet zal worden.

 

Ik wilde MeegaBot graag tot bestaan brengen.

 

En ik wilde een fotoboek maken waarin ik op de foto ga met mensen die ik vraag me vast te houden zoals ze een zoon zouden vasthouden. (Was voor corona, hè.)

En een waarin ik mensen op de foto laat gaan met een stuk draad dat even lang is als de afstand die ze als een comfortabele afstand tot mij ervaren. (Ook.)

 

Ik wilde ooit een debuutroman schrijven die Model. Model. Model. moest gaan heten. 

Toen mijn moeder eindexamen van de middelbare school deed, was haar slechtste vak economie. Maar ze moest er een zes voor halen, want anders zou ze zakken.

En de eerste opdracht op haar Economie-examen was: Geef drie voorbeelden van een model.

En mijn moeder schreef op:

Een fotomodel.
Een modeltrein.
En het economisch model van Keynes.

Daarvoor kreeg ze toen volle punten.

Want dat zijn inderdaad drie voorbeelden van een model.

En daardoor haalde mijn moeder toen nét een voldoende voor Economie.

En leefde ze nog lang en gelukkig.

Lang genoeg om haar zoon in zijn debuutroman te zien bewijzen dat dat dus eigenlijk een geniaal antwoord was. 

Hoop ik.

Volgens mij. 

Omdat die drie dingen dus best weleens heel veel met elkaar te maken zouden kunnen hebben?

 

Ik bedacht het idee voor Model. Model. Model. een jaar of twee geleden toen een knappe jonge Franse vrouw me op Facebook een vriendschapsverzoek stuurde en me een bericht stuurde met de vraag of ik volgende week auditie wilde komen doen voor een modellenbureau, op een wervingsdag in de conferentiezaal van een hotel ergens in Amsterdam, en het me heel gaaf leek om een boek over mijn ervaringen in de modellenindustrie te koppelen aan Keynes. Die twee delen worden vervolgens onderbroken door een vijftig pagina’s lange zoektocht naar waarom modeltreinen er iets mee te maken hebben, met als conclusie dat alles perfect in elkaar past, maar meer nog dat im Frage wordt gesteld of je niet van álles een metafoor voor iets anders kan maken als je er maar minstens vijftig pagina’s voor de tijd voor neemt. Waardoor je in het derde deel dan dus tegelijkertijd de bevrediging hebt van dat het precies in elkaar past, en de frustratie voelt van dat dat minstens evenveel zegt over hoe graag je hoofd wil dat dingen kloppen, dat er General Theories te ontdekken zijn, in de werkelijkheid verstopt zijn, bestaan.

Lees in mijn aantekeningen ook nog dat ik er een schietpartij in wilde laten voorkomen, weet niet waarom.

 

You get a writer! You get a writer! (tv-show). Bekende en niet-bekende Nederlanders 24 uur een schrijver cadeau doen, om dingen te schrijven die ze zelf niet hadden kunnen schrijven.

 

Ben er nooit meer mee verder gegaan omdat het meisje dat me uitnodigde er na twee dagen achter kwam dat ik al 26 was, een jaar boven de maximumleeftijd om nog model te mogen worden. Jammer, sorry.

Het een maand later nog wel een keer geprobeerd bij een ander modellenbureau. Ze stuurden me een korte e-mail terug waarin ze om mijn Instagram vroegen. Toen ik de link had opgestuurd, stuurden ze terug dat ze geen interesse hadden. Stuurde er een e-mail achteraan met de vraag of ze me niet knap genoeg vonden op mijn Instagramfoto’s maar daar hebben ze toen niet meer op gereageerd. (Een vriendin die vroeger model is geweest legde me later uit dat het er waarschijnlijk mee te maken had dat ik niet genoeg volgers had. Als je als model, zeg, 15.000 volgers hebt dan heeft ieder merk dat je inhuurt al meteen een bereik van 15.000 potential customers.) Daar komt Keynes om de hoek kijken! Die heeft het over hoe economische waarde kan vervreemden van de inherente waarde van dingen. 

 

Men explain things to babies. Foto’s van mannelijke wereldleiders die baby’s begroeten op zo’n manier dat het net lijkt alsof ze die baby’s dingen uitleggen. Verkopen bij boekentafel van de Urban Outfitters. Aan Urban Outfitters? Stan laten uitwerken. Via Fiverr iemand betalen om een eerste verzameling van dit soort foto’s te maken. Vragen om bij te houden waar gepubliceerd en wie rechtenhouder is. Eind 2020 release was het plan, dat gaat al niet meer lukken.

 

Ik kom echt overal niet aan toe momenteel. Daar een essay over schrijven. Misschien is het omdat ik last begin te krijgen van de dingen waarvan ze zeggen dat je er last van krijgt als je te weinig mensen aanraakt? Las ik daar laatst niet iets over?

En als ik wel ergens aan toe kom dan heb ik het gevoel dat alles wat ik doe cringe is. Ik kijk naar mijn eigen ideeën alsof ze alleen het opperlaagje van een idee zijn, het laagje zaniness, het laagje grapjesmaken, het laagje enthousiast verzinnen. Alsof ik alleen maar wil ontwapenen zonder de wapens in huis te hebben om het daardoor blootgelegde lezershartje mee te doorklieven.

Ik ben de hele tijd bang dat wat ik altijd probeer te doen – verhalen over mezelf gebruiken om iets over iets anders te zeggen – een leugen is. Dat ik het eigenlijk alleen doe om verhalen over mezelf te vertellen aan andere mensen.

Als een narcistische, doodzieke man die zichzelf zo ongetemperd liefheeft dat hij tot zijn laatste ademteug ontkent dat hij aan het overlijden is. Afgelopen november. En dat hij dan zijn eigen vader is.

 

Een debuutroman schrijven die bestaat uit enkel zinnen uit debuutromans die in het afgelopen jaar gepubliceerd zijn.

 

En ik heb nog een stuk of vijf nooit herschreven prentenboekteksten liggen over een prinsesje (Prinses Yentl) dat graag normaal wil zijn, en haar vader de koning die zich daar vreselijk veel zorgen over maakt, want hoe kan het volk nou trots zijn op een prinses die normaal is?

Denk dat ze best goed zouden zijn als ik ze zou herschrijven?

 

Of misschien moet je eindelijk eens dat stuk schrijven over dat je moeder al maanden bijna alleen maar in het ziekenhuis ligt, en over dat je daardoor een keer of twee drie per week naar huis fietst en bang bent dat je haar corona hebt gegeven waardoor ze doodgaat. Misschien een goed startpunt dat je vandaag weer eens in de teststraat was? Met wat waarschijnlijk een verkrampte keel is, maar misschien ook keelpijn, en daarom misschien corona? Het stuk rond maken door aan het eind te schrijven dat je ook dit keer weer geen corona had gelukkig, als dat zo is.

Je tussendoor afvragen of het normaal is dat je niet zoveel meer voelt bij dingen waar je eerder wel veel bij voelde? En of de lezer dat dan ook kan merken, dat je je zo voelt? Of dat je ermee wegkomt? En als je ermee weg komt, of het het uitvoeren dan nog wel waard is? Als het bedachte ’s ochtends toch niet meer betekenisvol lijkt?

Misschien dáár dan dat ene over aanraking in betrekken. Dat het niet aanraken van iemand die je in die situatie natúúrlijk zou aanraken een soort gaslighten is, een soort realiteit ontkennen, omdat de realiteit niet realistisch is?

Technisch gezien zou ik dat dan helemaal moeten beschrijven, hoe dat niet-aanraken voelt, en dus het verlangen naar wel-aanraken. Maar dat maakt het verlangen sterker. En verlangens zijn gevaarlijk in een tijd dat je te allen tijde je moeder kan vermoorden, als je niet doorhebt dat je keelpijn hebt, vlak onder de oppervlakte.

 

Het laatste nooit uitgevoerde idee wat ik hier wil beschrijven is een serie kunstwerken die de hiding in plain sight-cyclus hadden moeten gaan vormen.

Het eerste heet Hyperinflatie I, en komt erop neer dat ik stempels ga maken van mijn vingerafdrukken en die de hele wereld rond ga sturen, om er zo voor te zorgen dat niemand ooit nog kan bewijzen dat mijn vingerafdrukken van mij zijn.

Deel twee zou ik denk ik Ik heb niets te verbergen hebben genoemd. Daarin ontwerp ik een apparaatje dat meet hoe goed doorbloed mijn penis is. De data die dat apparaatje verzamelt, vertaal ik lineair naar het spanningsbereik van een lampje dat ik op mijn voorhoofd bevestig.

Deel drie heet Hyperinflatie II en bestaat uit de website https://shop.martinrombouts.nl/ waarop naast eerdergenoemde vingerafdrukstempels ook wangslijm, bloed, huidschilfers, schaamhaar, haar, traanvocht, zweet en sperma beschikbaar zou zijn.

Deel vier, en (voorlopig) het slot, is een grote filminstallatie. Op tweederde links van het midden van de expositieruimte op de grond de beamer, gericht op de achtermuur, vers gewit, structuurvrij. Een video van zes zwarte mannen op loop in een Google Chrome Incognitovenster. Ze voeren met elkaar gezamenlijk de gangbang uit van een zevende zwarte man. Complicerende factor bij het kijken van deze film is dat ik, gebruikmakend van de steeds grotere toegankelijkheid van geavanceerde deep fake-technieken, mijn eigen hoofd op de romp van alle performers heb geplakt.

Deep, Fake noemen?

Voor de opening het gerucht verspreiden dat ik een van de zeven performers toch écht zélf ben?

En dan: verdwijnen.

Terugkomen met vertalingenreeks?

Martin Rombouts onderzoekt in proza, poëzie en performances hoe het nu werkt. Hij studeerde twee jaar Humanistiek aan de Universiteit voor Humanistiek en stapte daarna over naar de Creative Writing-opleiding van ArtEZ, waar hij in 2018 afstudeerde met de post-truth nonfictienovelle I want to climb the mountain. Werk van Martin werd gepubliceerd in Tirade, op De Revisor en bij ABCyourself, en hij droeg voor op het Wintertuinfestival, Brainwashfestival en Explore the North. Daarnaast schreef hij de tekst voor de dansvoorstelling The Nonsense Society, die in 2016 in première ging op het CADANCE festival. In het Slow Writing Lab onderzoekt Martin in het project EUROTEKEN ZEVENDUIZEND de invloed van armoede-ervaring op zelfwaarde. Daartoe geeft hij vijftig keer vijftig euro uit aan dingen waar hij nooit eerder vijftig euro aan uitgaf omdat hij arm was.