De drukte bevindt zich achter me

Chris Lomans - 21 juli 2020

Verslag van een residentie bij Schrijvers in Sluis

In de auto waarschuwt Conny me dat het huis misschien wat oubolliger is dan ik gewend ben. Het is van zijn schoonmoeder geweest. Als we aankomen zie ik dat hij gelijk heeft. Er zijn grote, zware eikenhouten meubels, bloemetjesbehang, bloemetjeskussens, bloemetjesvloerbedekking, een oude mensengeur, een zitmogelijkheid in de douche en een touwtje boven het bed om het licht uit te doen. Als Conny me een fijne tijd heeft gewenst en de deur achter zich dichtdoet, blijf ik alleen achter in de woonkamer. Ik probeer een raam open te zetten om het door te laten luchten, maar er is geen raam dat open kan.

Ik heb mijn eigen grootouders nooit goed gekend. Gedurende hun jeugd hebben mijn ouders zich tegen hun ouders afgezet, omdat ze bepaalde elementen in de opvoeding beklemmend vonden. Pas later in hun leven is die relatie weer hersteld. Daardoor hebben mijn grootouders geen grote rol gespeeld in mijn jeugd. Ik heb niet het gevoel dat ik ze echt heb gekend. Ontmoetingen met hen waren vaak een beetje ongemakkelijk. Hun begrafenissen zijn de enige momenten geweest, op het middelbare school-gala na, dat ik een pak heb gedragen. Het was pas later, bij de begrafenis van een vriendin van mijn ouders, dat ik de vrijheid voelde om naar zo’n gebeurtenis te gaan in mijn eigen kleding: een wijde, wapperende zwarte broek en een donkergrijze blouse.

De eerste dagen dat ik hier ben, lukt het me niet om me thuis te voelen. Dat ligt niet alleen aan de oubolligheid van het huis, het is ook de omgeving waarin het staat. Ik heb het vooroordeel dat mensen op het platteland normatiever zijn dan in de stad. Dat is generaliserend, maar ik word er wel sneller raar aangekeken. Toch begin ik na een aantal dagen in het huis mijn eigen plek te vinden. Hoe langer ik er rondloop, hoe meer ik me een beeld ga vormen van degene die hier gewoond heeft. Er zijn dingen die je verwacht in een oubollig huis (bloemetjesbehang, bloemetjeskussens, bloemetjesvloerbedekking), maar ook een konijnenknuffel die uit een Tim Burton-film lijkt te komen, een kleurige sjaal met olifanten erop, wierook, een waterpijp (?!) en een jaarkalender uit Schotland – of ze heeft zelf gereisd, of één van haar kinderen of kleinkinderen. Op de schouw liggen een aantal cadeautjes die aan haar gegeven zijn, met hartelijke wensen erop geschreven. Spullen die verzameld zijn gedurende een mensenleven. Ze gaat steeds meer voor me leven en lijkt me sympathiek.

Als ik hier een week ben, besef ik dat ik al de hele tijd hetzelfde broekpak draag. Meteen daarna komt de realisatie waardoor dat komt: het is het minst femme kledingstuk dat ik bij me heb. Ik voel me er minder kwetsbaar in. Terwijl ik hier ben om te schrijven, om kwetsbaar te zijn. Ik besluit een jurk aan te trekken.

Later die dag ga ik naar het strand. Het is een lange fietstocht met wind tegen. Volgens mij is dat iets Zeeuws, lange fietstochten met wind tegen. Het is de eerste middag dat de zon schijnt na een reeks van regenachtige zomerdagen. Het is druk op het strand. En warm, maar ik durf mijn jas niet uit te doen omdat ik dan alleen nog maar de jurk aan heb. Ik heb een sterke neiging om gelijk weer om te draaien. Weg hier, terug naar huis. Maar toch dwing ik mezelf mijn sandalen uit te trekken. Met blote voeten in het zand te staan. Dan loop ik stap voor stap het strand op. Ik loop tussen de zonnebaders en rennende kinderen door. Ik heb het gevoel dat iedereen naar me kijkt. Ik ga in de branding staan en het zeewater spoelt over mijn blote voeten heen. Ik trek mijn jas uit. Er zijn weinig zwemmers, alle drukte bevindt zich achter me. Ik probeer de ruis weg te drukken, alleen te letten op het ritme van de golven voor me. Ik blijf er staan totdat ik tot mijn enkels ben weggezakt in het zand.

De warmste herinnering die ik heb aan één van mijn grootouders, was na het overlijden van mijn oma aan moederskant. Mijn opa woonde toen alleen. Op een ochtend ben ik samen met mijn moeder naar hem toegegaan. Ik heb gitaar voor hem gespeeld. Eerst een sonate van Bach, daarna een prelude van Heitor Villa-Lobos. De haast hardrockachtige climax van dat laatste stuk liet ik voor de zekerheid maar weg. Ik weet niet wat hij van de muziek vond, maar hij luisterde aandachtig. Zo brachten we de ochtend door, ik deelde iets van mezelf en hij luisterde.

Christiaan Lomans door Oscar van Beest

Schrijvers in Sluis

Het project Schrijvers in Sluis bouwt voort op het feit dat Sluis door Johan Hendrik van Dale iets met taal heeft. De komende jaren zullen diverse schrijvers, taalkundigen en dichters uit Nederland en Vlaanderen in de gemeente Sluis verblijven. Door de ruimte voor rust en zeeën van tijd vinden zij in West Zeeuws-Vlaanderen volop inspiratie om te werken. Daarnaast verbinden zij zich met Sluis en delen hun ervaringen met het publiek. Het project werkt grensoverstijgend samen met buurtgemeenten aan beide kanten van de grens. Chris Lomans en Jorina van der Laan zijn twee van de schrijvers die in Sluis verbleven om te schrijven. Klik door naar Jorina’s column naar aanleiding van haar verblijf.

Chris Lomans is schrijver, muzikant en programmamaker bij Perdu. Hen studeerde in 2017 af aan Creative Writing ArtEZ met de experimentele novelle Een mensvormig gat, waarin hen het poëtische en het prozaïsche probeert te laten versmelten, een ontwikkeling die samenvalt met de manier waarop een fictieve stad wordt heroverd door de natuur. Chris werd geselecteerd voor het Slow Writing Lab, waar hen onderzoek deed naar vloeibaarheid binnen het lichamelijke en het spirituele. Hen houdt van teksten die zich niet laten vangen in een genre. Chris is begeleider van Literaturjugend in Nijmegen, en droeg voor op onder meer Brainwash Festival, Wintertuinfestival, Nieuwe Types, en bij Perdu en Frontaal, waarbij hen zichzelf vaak begeleidt met bezwerende live soundscapes. In november 2020 verschijnt hun chapbook bij Wintertuin Uitgeverij. Chris zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin.