Yerebatan Sarnıcı

Hasret Emine - 14 september 2020

Anousha Nzume is Curator van het Onzichtbare en selecteerde drie schrijftalenten die je hier leest

Eens in de zoveel tijd vragen we een bekende maker om als Curator van het Onzichtbare drie talentvolle, minder bekende makers uit te nodigen een tekst te schrijven voor Notulen van het Onzichtbare. Dit keer is het de beurt aan Anousha Nzume. Anousha Nzume is afgestudeerd aan de Kleinkunst Academie in Amsterdam. Ze is vooral werkzaam als programmamaker, publicist en schrijver. Je kunt haar onder meer kennen van het boek Hallo witte mensen (2017). Momenteel is ze in New York werkzaam als producer o.a. voor de documentaire Master of Light, werkt ze aan haar tweede boek voor Uitgeverij Pluim en natuurlijk de podcast Dipsaus met Ebissé Wakjira-Rouw, Mariam El Maslouhi en Manju Reijmer. De volgende twee boeken die ze met Dipsaus uitbrengen, zijn de eerste Nederlandse vertaling van Sister Outsider, waarvoor Anousha het voorwoord heeft geschreven, en Afro Lit (literaire werken van schrijvers uit de Afrikaanse diaspora woonachtig in de Lage Landen). Anousha stelde ‘mijn land’ voor als thema voor de drie schrijfopdrachten die zij als Curator van het Onzichtbare uitschreef.

Het volk van mijn vader kent een prachtig gezegde: ‘Je kunt niet voorspellen waar een regendruppel landt.’ Je ziet iets, je voelt iets, er gebeurt iets, klein, groot. En toch zijn de effecten, de veranderingen die in gang worden gezet, die misschien pas decennia later iets van een conclusie vormen, niet te voorspellen op het moment van de gebeurtenis zelf.
Voor ons immigranten-migranten-allochtonen-medelanders-asielzoekers-vluchtelingen-gelukszoekers-en-importpartners, is de gebeurtenis die ons naar een ander land heeft geleid net zo goed een gewelddadig begin als een noodlottig einde. Trauma en overleven zijn de Noord en Zuid op het kompas dat onze koers bepaalt. Zowel in het moederland als in het stiefmoederland.
Dat is een ‘pijn’ die ik herken in het prachtige werk van Emine. De taal van mijn vader kent tientallen woorden voor pijn. Van mild zoet tot bitter zuur. Al deze nuances komen tot bloei in dit prachtige en poëtische stuk van Emine over een thuiskomst die geen terugkeer betekent.
Het is een eer dat ze ‘ja’ heeft gezegd tegen deze opdracht. Wat ik zo bijzonder vind aan haar werk is dat elk woord betekenis heeft. Ze is gul met haar verhaal en precair met haar woorden. Dat maakt dat soms een woord, een letter valt waar je het niet verwacht. Bam. Auw. Wow. Drup, drup, drup.
Ben je na deze tekst benieuwd naar meer van haar werk, lees ook vooral haar stuk voor de Dipsaus/Pluim uitgave De Goede Immigrant (2020). Het is persoonlijk en direct in toon met kleine metaforische explosies van passie.

– Anousha Nzume

Yerebatan Sarnıcı | Hasret Emine

In de ondergrondse tunnels van Istanbul waakt Medusa. De ogen in haar gezicht, omringd door imposante slangen, kijken mij indringend aan. Ik probeer te begrijpen wat er is gebeurd. Tot monsterlijke proporties verheven, vervloekt, vermoord.

Nog voor de landing wist ik het, voelde ik het aankomen als het naderende einde van een relatie. Dit zou mijn laatste keer in Turkije zijn met mijn familie. Ik ontkende het. Wandelend door de theeparken van de stad ontkende ik het. Slapend in bedden van familieleden ontkende ik het. Luisterend naar de roddels van mijn oma, tot diep in de nacht, ontkende ik het. Hardnekkig, als een geliefde die weet dat het bijna over is en nog wat geluk wil meepakken.

Landen hebben ledematen, klampen zich aan je vast om te worden geassocieerd met exen die foto’s van hun vrijwilligersproject in Malawi laten zien, maar nooit spreken over white saviourism. Ze houden je stevig vast, als een vriend in tranen, die probeert de twijfels weg te nemen van een geliefde in limbo. Of ze blijven aan je hangen, als een vermoeid zusje op de markt, die het bewijs van je heritage overal mee naartoe draagt. Met klamme handen en stinkvoeten, gaten en permanente inktsporen, nagels die nooit stoppen met groeien, blijven ze bestaan. Ze wachten, rusten hun hoofd op je schouders tot je terugkeert.

Je denkt dat je kunt bestaan.

Imperfect en met bagage, bagage die je meeneemt naar andere landen, die zij teruggeven als jij vertrekt, die jij weer doorgeeft aan iemand anders, die op een dag ook de koffers pakt en reist naar weer een ander mens, een ander land.

Je denkt dat je kunt bestaan tot je beseft dat Medusa’s verkrachting een affaire wordt genoemd. Dat zij de dader is, de vrouw die de relatie van een andere vrouw saboteerde. Athene veranderde Medusa’s haren in slangen, maakte van haar een monster die verlammen kon. De verkrachter, Poseidon, kon vrij rondlopen.

Medusa’s zijn de dragers van andermans verantwoording. Van beter moeten weten, slimmer moeten zijn, voorzichtiger leven en niet opvallen. Geen korte rokjes, geen doorzichtige topjes, geen strakke broeken en geen genderfluïde make-uproutine.

Bestraft met de dood voor je eigen verkrachting.

Niet de geschiedenis, maar de mens herhaalt zich.

Mijn genderqueer lichaam wordt volgens dezelfde maatstaven beoordeeld als dat van Medusa. Ook ik ben de slechte ‘vrouw’ die andermans relaties saboteert, zelfs al zijn die relaties beëindigd voor ik in beeld kwam, of hebben ze nooit bestaan. Ook ik kijk jaloers naar landen waar ik voor ben verlaten, door landen die ik niet meer kan bewonen.

Medüzler, kwallen. Transparant, zeldzaam, gevaarlijk.

Op wat foto’s na is mijn enige souvenir voor deze laatste reis een kleine, oude piano. Hij past net in mijn handpalm, huist een bruid en bruidegom die voor eeuwig dansen op de soundtrack van Love Story. Mijn oma gaf het me in de hoop dat het voorspoedige liefde brengt, niet wetend hoe liefdeloos de breuk met mijn familie zou zijn.

Kwallen worden pas seksuele wezens als ze in het medusastadium belanden. Hiermee komen ze een stap dichter bij de dood, want dit is de laatste fase van hun leven. Denizanası, de onsterfelijke kwal, weet een stap terug te zetten vanuit het medusastadium om in een eeuwige dans het noodlot te ontlopen. Van de dood terug naar het leven, van het einde naar het begin.

Je kunt schrijven over haar blote voeten in plaats van haar muziek. Je kunt je condoom ongevraagd afdoen, omdat je de seks met hem vrij saai vindt. Je kunt hen blijven aanspreken met de voornaamwoorden die jij beter bij hen vindt passen. Je kunt proberen de queerness uit hem te forceren. Je kunt achteraf vertellen hoe zij eigenlijk niet je type was, want daar was ze te makkelijk, te moeilijk, te dik, te dun, te groot, te klein, te dronken voor.

Je kunt denken dat jij nooit fout bent geweest, claimen dat je heus wel weet wat consent inhoudt maar dat het net een heksenjacht is, met al die hashtags.

Lessen in zelfverdediging. Leren over sleutels tussen vingers, handen over drankjes en het belang van verlichte straten. Toch worden mijn grenzen overschreden. Geen roep is genoeg, geen schreeuw raakt een snaar. Jaren later zien hoe de beweging van een Zwarte vrouw door een witte feminist onder de aandacht wordt gebracht. Hoe zij geen erkenning krijgt omdat het wordt geprezen alsof het een nieuw fenomeen, een nieuwe hype is. Het besef van alle invasies, alle landen die zijn binnengevallen, hoe sterk bewaakt ze ook waren.

Potentiele Poseidons lopen vrij rond, krijgen promoties, worden geëxcuseerd. Bepalen wat het woord ‘nee’ betekent.

Steeds meer grafiekjes en zwarte hokjes vullen het scherm. Ze laten zien hoeveel Zwarte transgendervrouwen er zijn vermoord dit jaar, wat telt als seksueel misbruik, waar abortus is toegestaan. Geleefde ervaringen blijven niets meer dan food for thought tijdens middle class dinner parties. Onderwerpen van discussie, statussymbolen van activisme zonder systemische en daadwerkelijke verandering.

Mijn fluïde identiteit, die allesomvattend en eeuwig veranderend is, wordt niet erkend door de percepties van anderen. Ik probeer ze te ontvluchten, onsterfelijk te worden. Vechten voor erkenning in een familie, een wereld, die liever wegkijkt dan toe te geven aan mijn werkelijkheid.

Medusa’s ogen blijven me aankijken. Wetend dat dit de laatste keer is dat ik mijn land mag aanraken, leg ik mijn hand op de koude, natte stenen waar ze uit bestaat. In deze tunnel ben ik alleen met haar, met beide hoofden die de pilaren van de stad ondersteunen.

Zachtjes fluistert ze me een lied toe:

Dönme buralara.
Uykuzus olur gözlerin.

Stuur een kaartje naar minister Grapperhaus om onvrijwillige seks wettelijk verkrachting te noemen.

Foto’s door Emine Hasret

Lees ook de andere door Anousha Nzume gecureerde schrijfopdrachten.